Nieuw kabinet zonder nieuwe verkiezingen?

door GB op 07/02/2012

in Haagse vierkante kilometer, Uitgelicht

Post image for Nieuw kabinet zonder nieuwe verkiezingen?

Het politieke staatsrecht hangt aan elkaar van normen die minder zijn dan hard staatsrecht maar ook meer dan een politieke praktijk. Conventies heten ze, of staatskunde. Ze zijn samengesteld uit een combinatie van parlementaire geschiedenis en normatieve ideeën. Als ware ijsmeesters houden staatsrechtgeleerden de dikte van dit soort conventies in de gaten. Dit blog verzamelt graag de resultaten van de metingen. Dit keer: twee opinies over de vraag of Rutte terug naar de kiezer moet als ze er straks met de PVV niet uitkomen in de nieuwe bezuinigingsronde. Eerder gaf ik voor mijn standpunt dat er dan vanwege de Conventie van 1966 in beginsel inderdaad nieuwe verkiezingen moeten komen.

Bert van den Braak meldt vanaf Parlement.com dat het ijs van die staatsrechtelijke conventie inderdaad dik genoeg is. Daarvoor voert hij een sinds 1972 gehanteerde praktijk aan en het standpunt van Den Uyl dat het hier om ‘gewoonterecht’ ging. Als uitsmijter voegt Bert daaraan toe: ‘Als iets in 1977 al een gewoonteregel was, is het dat vijfendertig jaar later nog sterker.’

Oud-Staatsraad Hoekstra vindt het ijs echter nog te dun. Dat het in 1977 gevroren heeft, sluit immers niet uit dat het sindsdien ook nog gedooid heeft. Eigenlijk is er nooit een duidelijke keuze gemaakt tussen de waarde van continuïteit en de directe democratie, vervolgt Hoekstra, zodat er per geval zal moeten worden gekeken. Eerder meldde Hoekstra in het NRC al dat wat hem betreft de crisis voldoende grondslag is om de PVV zonder verkiezingen in te wisselen voor een ander gedoogblok.

Nu laat een conventie altijd nog wel een uitzondering toe, dus ook de Conventie van 1966. Maar ik zie niet zoveel desastreuze gevolgen van nieuwe verkiezingen. Met dat argument trok Balkenende IV ons ook het moeras van de passiviteit in terwijl juist nieuwe verkiezingen de staatshuishouding  – volgens eigen zeggen – de cruciale bezuinigen heeft opgeleverd die ze nodig had. Wel is het voorstelbaar dat de uitslag van nieuwe verkiezingen een probleem kan opleveren als het CDA radicaal versplintert, de PvdA marginaliseert en de SP en PVV een monsterzege boeken. Het is goed voorstelbaar dat Hoekstra zich zorgen maakt over de mogelijkheden tot samenwerking tussen de flanken, laat staan hun crisis oplossend vermogen.

Maar dat zou een heel andere conventie opleveren: zo min mogelijk verkiezingen vanwege een te groot risico op een rampzalige uitslag. Varianten van deze gedachte hebben de kabinetswisselingen in Griekenland en Italië begeleid. Voor Nederland zou ik zeggen dat het staatsrechtelijke ijs daarvoor absoluut te dun is.

{ 5 reacties… read them below or add one }

1 Martin Holterman 07/02/2012 om 13:37

Ik zou er nog een variabele aan toevoegen. Hoe langer het kabinet al zit, hoe sterker die regel van 1966 is, lijkt me. In dit geval waren de laatste verkiezingen in juni 2010 = 1½ jaar geleden. Ik zou zeggen dat pas in de 2e helft van een 4-jaars periode een kabinetswissel zonder verkiezingen echt niet kan. Zolang het mandaat van de kamerleden nog relatief vers is, daarentegen, kan een wissel wat mij betreft nog wel.

2 GB 07/02/2012 om 13:46

Dat is een goeie. Ben ik het wel mee eens.

3 CR 07/02/2012 om 15:53

Een kabinetswisseling zonder verkiezingen, dat was lange tijd ondenkbaar. Het ijs is dus dik genoeg geworden. Dat nu toch wordt nagedacht over een verkiezingsloze wissel (ook in de kringen die hierover cruciale beslissingen kunnen nemen) is een nieuw feit, een vorm van plotselinge dooi, zou je kunnen zeggen. Die dooi heeft twee oorzaken.
De eerste is dat het niet hoeft te gaan om een wisseling van regeringspartijen, maar alleen van gedoogpartner(s). Dat is toch net iets minder zwaar. Het zal wel gepaard moeten gaan met een herziening van het regeerakkoord, omdat de nieuwe gedoogpartners anders niet akkoord kunnen gaan. Maar dat is al twee keer eerder gebeurd, eerst onder Paars II (na de Nacht van Wiegel) en vervolgens onder Balkenende (na de Nacht van Van Thijn), beide keren om D66 nieuwe concessies te bieden in ruil voor vastgelopen staatkundige hervormingen.
De tweede oorzaak is dat de eurocrisis het niet toelaat dat er maanden worden besteed aan verkiezingscampagnes en formatieperikelen. Er moet bezuinigd en hervormd worden en de huidige coalitie laat daar onvoldoende ruimte voor. Is dat ondemocratisch? Bij een democratie hoort verantwoording aan de kiezer, maar een kabinet moet ook de kans hebben om te regeren, anders valt er niks te verantwoorden. De bevolking mag nu van politici vragen dat ze verantwoordelijkheid nemen voor een doortastend beleid. Ze hebben een mandaat gekregen en daar mogen ze eerst wat mee doen voor ze een nieuw halen.

4 PB 07/02/2012 om 16:26

Hoe verhoudt zich dit tot de nieuw hervonden consensus dat de Kamer meer betrokken moet zijn bij de formatie? Volgens mij zorgt dat in elk geval voor een nieuwe dynamiek. Moet bij het kiezen van een nieuwe formateur door de Kamer altijd verkiezingen voorafgaan? Het zal dus volgens mij afhangen van de meerderheid in de tweede kamer. Een nieuwe gedoogcoalitie zal afhankelijk zijn van D66, de lievelingspartner van VVD en CDA. Maar D66 heeft op dit moment geen enkele reden om verkiezingen te vermijden. Dus als de huidige drie er niet uitkomen, komen er zeker nieuwe verkiezingen.

5 Hendrick Ederveen 08/02/2012 om 10:18

Een parlement is de vertegenwoordiging van een groep/volk.
als zodanig moet zij gezien worden;
het moet dan ook een echte afspiegeling zijn van de meerderheid van dat volk.
Wanneer door welke oorzaak dan ook dat niet meer het geval is, verliest zij elke legitimiteit.
Minderheidsregeringen zij dan ook in principe uit den boze.
Inzichten en overtuigingen kunnen veranderen, en wanneer dat op grote schaal gebeurt, en blijkbaar is dat zo nu in Nederland ,dan is het beter om na te denken over nieuwe verkiezingen, zodat er weer een regering kan komen die wel de meerderheid vertegenwoordigt.
Het zou goed zijn wanneer er tussentijds meer raadplegingen gedaan zouden worden door de parlementsleden bij hun achterban.
Nu is meer een “wij en zij” gebeuren, en dat is nog nooit goed geweest.

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: