Nieuw nummer TvCR (2011/4)

door Redactie op 22/09/2011

in Varia

Post image for Nieuw nummer TvCR (2011/4)

Het vierde nummer van de tweede jaargang van het Tijdschrift voor Constitutioneel Recht is uit. Abonneren & bestellen kan hier. Inhoud van dit nummer:

H.G. Hoogers, De Staatscommissie Grondwet en het staatsrecht van de buitenlandse betrekkingen, Een analyse met kanttekeningen

In november 2010 verscheen het Rapport van de Staatscommissie Grondwet. Deze commissie diende onder meer te adviseren omtrent de invloed van de internationale rechtsorde op de nationale rechtsorde en de verhouding tussen wezenlijke Nederlandse constitutionele waarden en besluiten van volkenrechtelijke organisaties. In deze bijdrage analyseert Hoogers de adviezen die de Staatscommissie hieromtrent. Hij concludeert dat het rapport ondanks een aantal waardevolle inzichten en suggesties uiteindelijk een niet zeer overtuigend vertoog is geworden. Zo acht Hoogers de argumenten voor de vervanging van ‘een ieder verbindend’ in artikelen 93 en art. 94 Gw. door ‘rechtstreeks werkend’ weinig overtuigend. Ook de onderbouwing die de Staatscommissie geeft om de rechter de bevoegdheid te verlenen nationaal recht aan ongeschreven volkenrecht te toetsen en bij strijdigheid buiten toepassing te laten is, zijns inziens, dun en op onderdelen eenvoudigweg onjuist.
Het minst gelukkig is Hoogers met de voorgestelde algemene bepaling. De grote rol die de Commissie deze algemene bepaling wil laten spelen in het staatsrecht van de buitenlandse betrekkingen is, gelet op haar inhoud en strekking, weinig doordacht.

P.P.T. Bovend’Eert, De Eerste Kamer en de kabinetsformatie: afzijdig of betrokken?

De Eerste Kamer staat in het proces van kabinetsformatie doorgaans buiten spel. Haar samenstelling is op het eerste gezicht niet relevant voor de vorming van een meerderheidscoalitie waarop het kabinet steunt. Weliswaar is in de loop der jaren de praktijk gegroeid dat de voorzitter van de Eerste Kamer advies uitbrengt aan de Koning aan het begin en soms in het verdere verloop van de kabinetsformatie, maar de politieke betekenis van dat advies is beperkt. Deze afzijdigheid is in de loop van de staatkundige geschiedenis op verschillende wijze herhaaldelijk tijdens of na afloop van een kabinetsformatie ter discussie gesteld. De afgelopen kabinetsformatie van 2010 biedt een voorbeeld hiervan en roept de staatsrechtelijke vraag op of het onder omstandigheden in de rede ligt om de Eerste Kamer en in het bijzonder de Eerste-Kamerfracties te betrekken bij het proces van kabinetsvorming. Bovend’Eert behandeld in zijn bijdrage de volgende vragen. Zijn aan de inrichting van het Nederlandse tweekamerstelsel en de bevoegdheidsverdeling tussen de Tweede en Eerste Kamer argumenten te ontlenen om te pleiten voor een dergelijke betrokkenheid van de Eerste Kamer? Of is het wenselijk vast te houden aan het uitgangspunt dat de Eerste Kamer zich afzijdig houdt? Of dient de inrichting van het Nederlandse tweekamerstelsel in dit verband wellicht te worden aangepast?

H.-M.Th.D. Ten Napel, ‘De formatie van de verrassende wendingen’, Het parlement over de kabinetsformatie 2010

Het jaar 2010 is niet alleen een politiek veelbewogen jaar geweest, maar ook vanuit staatsrechtelijk oogpunt roepen verloop en uitkomst van de jongste kabinetsformatie tal van vragen op. Te denken valt aan de gevolgde spelregels bij de formatie, de figuur van het minderheidskabinet, de discussie over het rechtsstatelijk en democratisch karakter van de PVV, de rol van het staatshoofd, de positie van de Eerste Kamer, het vrij mandaat van de volksvertegenwoordiger, de inhoud van het regeer- en gedoogakkoord en de uitwerking voor het politieke en constitutionele bestel als geheel. In deze bijdrage passeren niet al deze aspecten systematisch de revue. Het artikel van Ten Napel beperkt zich, aan de hand van een beschrijving van het formatieproces, tot de staatsrechtelijke kanttekeningen die in het Nederlandse parlement (Tweede en Eerste Kamer) bij het verloop en de uitkomst van de kabinetsformatie zijn geplaatst. Daarbij wordt onder ‘staatsrechtelijke kanttekeningen’ ook verstaan kanttekeningen die betrekking hebben op de formatieprocedure als zodanig, die strikt genomen niet wordt beheerst door regels van geschreven dan wel ongeschreven staatsrecht maar veeleer door meer of minder vaste praktijken. De focus van dit artikel ligt daarmee op hetgeen in het parlement is gewisseld.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 2 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: