Nieuw nummer TvCR (2011/1)

door Redactie op 02/02/2011

in Varia

Post image for Nieuw nummer TvCR (2011/1)

Het eerste nummer van de tweede jaargang van het Tijdschrift voor Constitutioneel Recht is uit. Abonneren & bestellen kan hier.

Samenvattingen van de twee hoofdartikelen uit dit nummer:

Parlementaire instemming bij de inzet van de krijgsmacht. – mr. J.J.W.C. van Dinther.

In de afgelopen decennia heeft het parlement zich sterk gemaakt voor een grotere betrokkenheid in de besluitvorming inzake uitzending van militairen. Een van de resultaten van deze inspanning betreft het sinds 2000 geldende artikel 100 Gw. Over de betekenis van deze bepaling bestaat echter veel onduidelijkheid en verwarring. Als gevolg hiervan heeft de Tweede Kamer zich uiteindelijk over de vraag gebogen of artikel 100 Gw zodanig gewijzigd dient te worden dat het voortaan een formeel instemmingsrecht voor de Staten-Generaal vestigt. In december 2009 is door de Kamer uiteindelijk besloten om af te zien van een dergelijke wijziging. Het merendeel van de Kamerleden toont zich tevreden met het idee dat artikel 100 Gw weliswaar geen formeel, maar wel een materieel instemmingsrecht met zich brengt. In dit artikel staat de constitutionele vraag centraal of zich in de parlementaire praktijk een materieel instemmingsrecht heeft ontwikkeld.

Het argument van het materieel instemmingsrecht dient echter aangemerkt te worden als uiterst omstreden. Sinds jaar en dag is dit instemmingsrecht in de doctrine bekritiseerd. Voorts lijkt de parlementaire praktijk het bestaan van een materieel instemmingsrecht niet te ondersteunen. Dit betekent dat de Staten-Generaal geen doorslaggevende stem bezit inzake het besluit tot inzet van de krijgsmacht.

De Grondwet en het waterschap. Denkend aan Holland. – Mr Derk Bunschoten

De waterschappen zijn van oudsher in de Grondwet verankerd. Bij de grondwetsherziening van 1983 verdween het aparte hoofdstuk dat aan het waterstaatsbelang was gewijd. Het waterschap staat sedertdien in Hoofdstuk 7 als gedecentraliseerd openbaar lichaam genoemd naast provincie en gemeente. De regulering van het waterschap is in 1983 grotendeels gedeconstitutionaliseerd. Artikel 133 Grondwet is vooral een attributie van bevoegdheden dienaangaande aan de wetgever. Dat het waterschap als openbaar lichaam bestaat is grondwettelijk bepaald, maar verder bevat de Grondwet nauwelijks normatieve waarborgen voor het waterschap. Onder het bestaande artikel 133 Grondwet heeft het waterschapsbestel ingrijpende wijzigingen ondergaan. Oorspronkelijk waren er vele – rond de 2600 – kleine waterschappen, elk ter behartiging van een specifieke watertaak. Hun taakopdracht en inrichting werden door provinciale staten bepaald. Nu zijn er 26 all-in waterschappen belast met de integrale zorg voor het watersysteem. De waterzorg is ook geen zuiver nationale aangelegenheid meer, maar beweegt zich binnen Europese kaders. De eeuwenlang voor het waterschap zo kenmerkende trits belang-betaling-zeggenschap is niet langer het dwingend uitgangspunt voor de inrichting van het waterschap. De Waterschapswet 1992 introduceert de belangencategorie ‘ingezetenen’, die het algemeen belang wonen-werken-recreëren vertegenwoordigt. Hiervoor worden directe verkiezingen uitgeschreven. De Wet modernisering waterschapsbestel van 2007 legt wettelijk de taken van het waterschap vast en bepaalt de samenstelling van het bestuur, waarin de algemeen belang categorie ‘ingezeten’ de meerderheid heeft. De verkiezingen van 2008 brachten echter geen hogere opkomst dan voorheen, noch de gehoopte betrokkenheid van de bevolking. Het waterschap staat volop in de politieke belangstelling, mede in het licht van de noodzakelijke bezuinigingen bij de overheidsuitgaven. Het artikel bespreekt de constitutionele positie van het waterschap en gaat in op de vraag welke inhoudelijke of formele waarborgen artikel 133 Grondwet biedt voor het waterschap als apart openbaar lichaam bij eventuele wijzigingen van het waterschapsbestel.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: