Nog minder versnippering

door IvorenToga op 11/03/2014

in Rechtspraak, strafrecht

Post image for Nog minder versnippering

Allerlei factoren beïnvloeden de omvang, de duur en de – variatie aan – inhoud van de zittingen waarmee strafrechters in hun werk te maken krijgen. Zo wordt op steeds meer zaken het etiket “specialistisch” geplakt en worden daarvoor aparte teams, clusters of hoe je het ook verder wilt noemen in het leven geroepen, en dus ook afzonderlijk benoemde zittingen ingericht. Over de vraag of een dergelijke versnippering wenselijk is, kun je vanuit diverse invalshoeken verschillend denken.
De eerste invalshoek betreft de noodzaak en wenselijkheid van specialisering bij degenen die de zittingen doen. Daarover heeft Rinus Otte het in zijn column van eind januari van dit jaar gehad. (En ik heb in een artikel in Trema ook weleens over specialisering van rechters geschreven.) Een andere benadering is die van de organisatie van zittingen. Een toenemende segmentering lijkt op het eerste gezicht misschien aantrekkelijk uit managementoogpunt, maar de vraag is of dat klopt.

Wat gebeurt nu?

Een blik op het rooster van, bijvoorbeeld, de strafsector van de rechtbank Amsterdam laat zien dat daarop in vaak duistere afkortingen allerlei soorten zittingen (meervoudige kamer – MK – en politierechter – PR) figureren. Zo heb je afzonderlijke zittingen voor dronken rijders en mensen die zonder (geldig) rijbewijs rijden, steunfraudeurs, mensen die vuilniszakken op verkeerde tijdstippen of plekken buiten zetten, verkeersdelicten, zgn. hopperzaken, rekestzaken, OVS-zaken, TBS-verlengingen, snorders en visserijzaken naast algemene MK- en PR-zittingen, zogenaamde gekoppelde zittingen, gewone MK’s, zittingen van het Functioneel Parket, fraudezittingen, milieu-MK’s etc. En dan heb ik het maar niet over mega’s en minimega’s en vergeet ik ongetwijfeld een paar categorieën. (Bent u er nog?)

Op al deze zittingen worden afzonderlijke typen zaken gezet. Dat zou misschien goed werken, als alle zittingen ook met dat soort zaken kunnen worden gevuld, als zaken binnen redelijke tijd worden behandeld, als zaken die om wat voor reden dan ook worden aangehouden, makkelijk en binnen redelijke termijn op een volgende zitting kunnen worden gepland en als ze na een eventuele aanhouding bij dezelfde rechter terugkeren.
Dat alles lukt nauwelijks. Dat ligt ten eerste aan de starheid die de indeling in verschillende soorten zittingen meebrengt. Zo kan een dronkenrijderszaak niet op een visserijzitting worden gezet en is het in principe onmogelijk op MK’s van het lokale parket zaken van het (landelijke) Functioneel Parket te plaatsen. Hetzelfde geldt voor allerlei andere denkbare combi’s.

Een probleem is verder de verscheidenheid aan werktijden bij rechters. Deeltijd is langzamerhand de norm en dat betekent dat de ene rechter niet op vrijdag werkt en zijn collega niet op maandag en woensdag. Ook de vakantiespreiding zorgt ervoor dat er vrijwel geen dag in het jaar is dat iedereen tegelijk werkt. En wat voor rechters opgaat, geldt evenzeer voor officieren van justitie en advocaten. Op terechtzittingen verschijnt van het OM meer dan eens een vertegenwoordiger die de zaak niet van meet af aan heeft behandeld. Een voordeel daarvan is misschien dat de officier van justitie ter zitting de zaak met een iets frissere en meer afstandelijke blik bekijkt dan zijn collega die het politieonderzoek heeft (be)geleid. Maar de nadelige kant is even makkelijk te bedenken. Onnodige aanhoudingen zijn er soms het gevolg van.

Zijn deze problemen op te lossen? Een totale oplossing zou nogal ingrijpende maatregelen vergen. Zo zouden gerechten moeten terugkeren naar de situatie waarin iedereen tegelijk met vakantie gaat (en gedurende die tijd alleen een zgn. vakantiekamer voor de “noodzaken” wordt ingericht), waarin iedereen fulltime werkt en waarin alleen een onderscheid tussen MK- en PR-zittingen wordt gemaakt. Verder zouden rechters steeds, op vaste dagen, in vaste combinaties moeten zitten. En waarschijnlijk zullen we de landelijke spreiding van schoolvakanties (die tegenwoordig zelfs voor de krokusvakantie geldt) moeten heroverwegen. Officieren van justitie, rechters en advocaten wonen immers niet allemaal in dezelfde plaats.
Dit alles zou te ver voeren. Wel moet het mogelijk zijn iets aan die segmentering te doen. Het staat niet met zoveel woorden in het in deze kolommen al eerder besproken rapport Recht doen – samenwerken loont van de zgn. Task Force OM-ZM, maar daarin wordt wel de – terugkeer naar de – gezamenlijke verantwoordelijkheid (het “eigenaarschap”) van rechter en officier van justitie voor de strafdossiers bepleit. Dat betekent dan ook dat je in die functie meer ruimte moet hebben zaken zodanig te plannen dat ze op de gewenste effectieve manier kunnen worden afgedaan.

In de praktijk zou dat dan erop neer moeten komen dat zittingen minder aan typen zaken en meer aan rechters of combinaties van rechters worden toebedeeld. Om het organisatorisch nog iets makkelijker te maken zou je zelfs kunnen overwegen MK-zaken die alleen voor regie of proforma op een zitting staan, door één rechter (de vaste voorzitter van die zaken) te laten behandelen. Dat is dan in overeenstemming met de ook steeds groeiende praktijk dat rechters-commissaris regiebijeenkomsten houden om het onderzoek in strafzaken te stroomlijnen. En misschien moeten we toch iets meer aan het inrichten van vaste combinaties op vaste dagen denken.

Het rapport Recht doen – samenwerken loont lijkt een goed begin, maar ik moet het in de praktijk nog zien.

Willem F. Korthals Altes
Senior rechter rechtbank Amsterdam

Deze post is onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: