Nogmaals: de BESte oplossing?

door Redactie op 28/01/2015

in Grondrechten, Haagse vierkante kilometer

Post image for Nogmaals: de BESte oplossing?

Bijna een jaar geleden schreven we op dit weblog over het kiesrecht voor de eilandsraden van Bonaire, Sint Eustatius en Saba – de zogenaamde BES-eilanden – en over de invloed van Nederlanders in het Caribisch deel van Nederland op de samenstelling van de Eerste Kamer. Voor toekenning van kiesrecht voor de eilandsraden aan niet-Nederlanders op de BES-eilanden pleit dat ook niet-Nederlanders in Europees Nederland mogen stemmen en gekozen kunnen worden voor hun meest directe bestuurslaag: die van de gemeenteraad. Als echter de eilandsraden mede de Eerste Kamer moeten verkiezen, zoals nog steeds formeel het voorstel is, ontstaat een probleem. Niet-Nederlanders hebben dan immers indirect en – als een lid van de eilandsraad bijvoorbeeld een Venezolaan is – eventueel zelfs direct invloed op de samenstelling van de Eerste Kamer. Dat kan men principieel bezwaarlijk vinden of juist toejuichen, maar problematisch blijft dan dat niet-Nederlanders in Europees Nederland die invloed ontberen. Dat strookt niet met het gelijkheidsbeginsel.

In maart 2014 berichtten we dat de Eerste Kamer een apart kiescollege wilde laten instellen, gekozen door Nederlanders op de BES-eilanden en met als enige taak het mede verkiezen van de Eerste Kamer. Niet-Nederlanders konden dan kiesrecht voor de eilandsraden krijgen zonder daarmee invloed op de samenstelling van de Eerste Kamer te verwerven. Minister Plasterk zag echter weinig in zo’n kiescollege. Zijn we sinds maart vorig jaar veel verder gekomen? Niet echt. Hoewel de minister nog steeds niet enthousiast is over instelling van een apart kiescollege, heeft hij wel op verzoek van de Tweede Kamer een notitie geschreven waarin de mogelijkheden voor zo’n college worden verkend. Een principiële keuze vóór of tégen zo’n college is echter nog niet gemaakt. Behalve dan door de Eerste Kamer, maar ja, die zal toch echt moeten wachten op een concreet wetsvoorstel en voorlopig heeft de minister dat nog niet toegezegd.

De vraag is of er geen eenvoudigere oplossingen denkbaar zijn dan de instelling van een geheel nieuw college. Een lezer schreef naar aanleiding van onze vorige bijdrage:

“Een pragmatische oplossing zou zijn: geef de niet-Nederlandse ingezetenen op de BES kiesrecht voor de eilandsraden, laat de eilandsraden meestemmen voor de Eerste Kamer en accepteer dat er dan niet-Nederlanders zijn die invloed hebben op de samenstelling van de Eerste Kamer. Die invloed is getalsmatig zo gering dat we niet hoeven te vrezen voor een overname volgens het Krim-model.”

Dat zou inderdaad pragmatisch zijn, maar politiek zeer waarschijnlijk niet haalbaar. De vraag rijst dan bovendien waarom de in Europees Nederland woonachtige niet-Nederlanders geen invloed op de samenstelling van de Eerste Kamer krijgen. Dat zijn er natuurlijk veel meer – minister Plasterk noemde destijds een getal van 400.000 – maar de vraag is of dat relevant is. Mogen niet-Nederlanders alleen invloed op de samenstelling van de Eerste Kamer krijgen als ze dan eigenlijk géén invloed hebben? Dat lijkt geen houdbare stelling.

Misschien is wel een veel eenvoudigere oplossing denkbaar. De BES-eilanden zijn nu niet provinciaal ingedeeld. Daar is ook geen reden voor: de eilanden hebben samen hooguit 25.000 inwoners en honderden kilometers oceaan scheiden Bonaire van de andere twee eilanden. Aan een provinciale bestuurslaag is dus geen behoefte. Maar het is wellicht wel mogelijk de BES-eilanden voor de provinciale statenverkiezingen administratief in te delen bij een provincie naar keuze, bijvoorbeeld Noord-Holland. Nederlanders op de BES-eilanden kunnen dan hun stem uitbrengen bij de statenverkiezingen voor die provincie. Vervolgens worden er twee verkiezingsuitslagen vastgesteld: één voor de provinciale staten als provinciale volksvertegenwoordiging en één voor de provinciale staten als kiescollege voor de Eerste Kamer.

Bij het vaststellen van de eerste verkiezingsuitslag worden de stemmen uit Caribisch Nederland buiten beschouwing gelaten: uitsluitend de in Europees Nederland uitgebrachte stemmen tellen mee voor de samenstelling van de provinciale staten als volksvertegenwoordiging. Dat is ook logisch, want de gekozen statenleden vertegenwoordigen de Nederlanders op de BES-eilanden niet. Op het moment dat provinciale staten echter als kiescollege voor de Eerste Kamer moeten optreden, dus in principe één keer in de vier jaar, wordt de tweede verkiezingsuitslag gehanteerd, waarbij de stemmen van Nederlanders op de BES-eilanden wél meetellen. Dit zal vanwege de geringe invloed van de overzeese stemmen doorgaans dezelfde samenstelling voor provinciale staten opleveren, maar mogelijk ook een net iets andere. Provinciale staten kan in zo’n geval voor een deel van één dag in die andere samenstelling optreden, en na de verkiezing van de Eerste Kamer weer in de oorspronkelijke (i.e. die van volksvertegenwoordiging).

Toekennen van passief kiesrecht aan Nederlanders op de BES-eilanden is niet nodig: het is niet de bedoeling dat mensen die niet in een provincie wonen zitting nemen in het vertegenwoordigend orgaan van die provincie, en provinciale staten als kiescollege zijn geen algemeen vertegenwoordigend orgaan, zodat er geen juridische noodzaak is Nederlanders op de BES-eilanden passief kiesrecht voor de staten toe te kennen (vgl. artikel 4 Grondwet). Wel actief kiesrecht natuurlijk, in verband met indirecte invloed op de samenstelling van de Eerste Kamer. Dáár gaat het in dit hoofdpijndossier immers over: om de Eerste Kamer, niet om provinciale staten, die vanwege een historisch toeval de rol van kiescollege toebedeeld hebben gekregen.

In de gekozen oplossing hebben Nederlanders op de BES-eilanden invloed op de samenstelling van de Eerste Kamer zónder dat zij invloed op de provinciale politiek hebben. Tegelijkertijd kan zonder problemen kiesrecht voor de eilandsraden aan niet-Nederlanders op de BES-eilanden worden toegekend. Die eilandsraden kiezen immers niet mede de Eerste Kamer. Heel ingewikkeld is het hier gepresenteerde systeem ook niet. Nederlanders op de BES-eilanden brengen op dezelfde dag als Nederlanders in Europees Nederland hun stem uit voor provinciale staten. De kans dat de provinciale staten in die ene geselecteerde provincie op de dag van de verkiezingen voor de Eerste Kamer voor een paar uurtjes anders samengesteld moeten worden, is klein. Zelfs als die provinciale staten voor één moment net iets anders samengesteld moeten worden, vallen de problemen erg mee. Die net iets andere samenstelling is immers al ruim van tevoren bekend. En het mooiste is: de gepresenteerde oplossing lijkt binnen de geldende Grondwet te passen. Die bepaalt immers dat de leden van de Eerste Kamer worden gekozen door de leden van provinciale staten (artikel 55 Grondwet), en dat is hier het geval. In de Kieswet en de Provinciewet kan de splitsing tussen provinciale staten als volksvertegenwoordiging en als kiescollege worden gemaakt.

Deze voorgestelde oplossing is het overwegen waard. Voor de lange termijn moet maar eens nagedacht worden over de positie van de provinciale staten als kiescollege voor de Eerste Kamer. Wellicht iets voor de nog in te stellen staatscommissie.

{ 5 reacties… read them below or add one }

1 MD 28/01/2015 om 10:06

Vernuftige oplossing. Maar is die nu ook echt in overeenstemming met de Grondwet? Zie ik het goed, dan wordt hier voorgesteld de provinciale staten twee samenstellingen te laten hebben: een als kiescollege van de Eerste Kamer (inclusief eventuele BES-vertegenwoordigers) en een als algemeen vertegenwoordigend lichaam (zonder eventuele BES-vertegenwoordigers). Bij de verkiezing van de Eerste Kamer is er dan, zoals terecht geschreven wordt, geen probleem want ‘de leden van de provinciale staten’ kiezen immers de Eerste Kamer.

Maar staat de Grondwet het ook toe dat weliswaar de leden van de provinciale staten rechtstreeks gekozen worden door “de Nederlanders, tevens ingezetenen van de provincie” (art. 129 lid 1 Gw.), terwijl maar een deel van de gekozenen het algemeen vertegenwoordigend lichaam vormt? Art. 125 lid 1 Gw. stelt dat ‘provinciale staten’ aan het hoofd van de provincie staat. Zie ik het goed, dan wordt hier voorgesteld te lezen ‘provinciale staten, voor zover gekozen door ingezetenen van in het Europees deel van Nederland’. De Grondwet heeft het over ‘provinciale staten’, volgens mij zonder enig onderscheid in verschillende samenstellingen. Zou het niet op gespannen voet met de Grondwet staan bij lagere regelgeving twee verschillende samenstellingen te introduceren?

2 L.J.M. Bolks 28/01/2015 om 16:03

Deze oplossing komt al een beetje in de buurt van het ‘drostambtscenario’, maar blijft nodeloos ingewikkeld. Het makkelijkst is en blijft om de BES-eilanden niet administratief maar echt bij een bestaande provincie in te delen en dan de negatieve gevolgen van de provinciale indeling te minimaliseren.

Ik denk daarbij aan de volgende wetsbepalingen:

1. Het grondgebied van de provincie ‘X’ omvat tevens het grondgebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
2. Provinciale regelingen vastgesteld door bestuursorganen van de provincie ‘X’ zijn in de openbare lichamen alleen van toepassing voor zover dit bij provinciale verordening is bepaald of op andere wijze onmiskenbaar uit enig wettelijk voorschrift volgt.
3. Voor wat betreft de toepassing van wettelijke bepalingen die niet van toepassing zijn in de openbare lichamen, wordt de provincie ‘X’ geacht alleen het grondgebied in Europa te omvatten.

De provincie zal dus geen (Europees-Nederlandse) medebewindstaken verrichten op de BES-eilanden en hoogstwaarschijnlijk ook geen autonome taken (want daar is geen geld voor). Zo blijft de overlast van een provinciale bestuurslaag de BES-burgers bespaard, maar kunnen de ingezetenen met de Ned. nationaliteit wel invloed uitoefenen op de samenstelling van de Eerste Kamer.

3 Redactie 28/01/2015 om 22:10

@MD

Het is inderdaad wellicht iets te ongenuanceerd om te stellen dat de gepresenteerde oplossing zonder meer binnen de geldende Grondwet past. Er is inderdaad spanning met de Grondwet, omdat deze niet de voor onze oplossing benodigde scherpe scheiding tussen PS als volksvertegenwoordiging en PS als kiescollege kent. Het beste is om op z’n minst een grondwettelijke grondslag voor zo’n scheiding te creëren, die dan bij gewone wet kan worden uitgewerkt. Op zichzelf is er genoeg tijd voor het creëren van zo’n grondslag, aangezien de EK-verkiezingen van 2019 de eerste zullen zijn waarop Nederlanders op de BES-eilanden indirect invloed zouden kunnen uitoefenen (2015 is natuurlijk niet realistisch).

Overigens achtte de regering enkele jaren terug nog de regeling waarbij PS én de eilandsraden de Eerste Kamer verkiezen in overeenstemming met de Grondwet. De Raad van State steunde dat standpunt toen, ook al was het in het licht van art. 55 Grondwet gewoon onhoudbaar. Maar als het wel houdbaar zou zijn geweest – quod non – dan moet toch hetzelfde gelden voor de hier gepresenteerde oplossing.

@L.J.M. Bolks

Waarom is de gepresenteerde oplossing nodeloos ingewikkeld? Ze is juist tamelijk eenvoudig. Jouw oplossing kan natuurlijk ook, maar waarom zou je eerst de BES-eilanden écht provinciaal indelen om vervolgens in beginsel elke provinciale bemoeienis weer uit te sluiten. Bovendien adresseert jouw oplossing niet de kern van het probleem, namelijk dat PS én volksvertegenwoordiging én kiescollege is. Onze oplossing maakt de scheiding wel. Dat bij provinciale verordening bepaald kan worden dat een regeling wél op de BES-eilanden van toepassing kan zijn, zal daar ongetwijfeld slecht vallen. Naast Haagse bemoeienis hangt dan immers ook provinciale bemoeienis (bij eenvoudige meerderheid) boven het hoofd. Dat risico is in onze oplossing uitgesloten.

4 L.J.M. Bolks 29/01/2015 om 19:16

@Redactie
Omdat het waarschijnlijk niet binnen de geldende Grondwet past en mijn voorstel doet dat wel. Dat PS zowel volksvertegenwoordiging als kiescollege is, kan inderdaad onhandig of zelfs onwenselijk zijn, maar zoals zelf al aangegeven is dat wellicht meer iets voor een staatscommissie om eens integraal te bezien.

En wat betreft de provinciale bemoeienis: ik zou niet weten waarom een provincie regelend en besturend zou optreden op de BES-eilanden als het niet nodig is, de eilanden dat zelf niet willen en het ook nog eens geld kost.

5 Martin Holterman 31/01/2015 om 11:55

Het ontgaat mij volledig wat het bezwaar is tegen provinciaal bestuur in de BES eilanden. In Europees Nederland zijn we ook niet altijd blij met “provinciale bemoeienis”, maar dat is nog geen reden om de provincies af te schaffen.

Als je wilt kun je in de Provinciewet neerleggen dat provinciale regelingen niet op de BES eilanden van toepassing zijn tenzij dat er expliciet instaat. Dat zou misschien een goede manier zijn om te voorkomen dat de provincie teveel een “one size fits all” benadering gebruikt, maar verder zie ik het probleem niet.

En het voordeel zou dan zijn dat we ons niet meer met z’n allen af zitten te vragen wie er op die vulkaan op Saba moet letten. Want blijkbaar hebben ze daar al tijden geen seismograaf of vulkanoloog meer, terwijl er tekenen zijn dat die vulkaan best wel eens zou kunnen uitbarsten. Dat lijkt me op de korte termijn meer een probleem voor de provincie dan voor Plasterk, die er nu mee opgescheept zit.

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: