Nogmaals de straftoemeting

door IvorenToga op 02/04/2013

in Rechtspraak

Post image for Nogmaals de straftoemeting

Al eerder wees ik erop dat het aantal vonnissen door de rechter de afgelopen jaren fors is gedaald. In 2011 bedroeg het aantal rechterlijke afdoening nog maar ruim 76% van het aantal in 2005. Het aantal schuldigverklaringen daalde nog meer n.l. tot 73% van dat in 2005.

Een eerste verklaring voor deze daling wordt dikwijls gegeven door erop te wijzen dat ook de (werkelijke) criminaliteit is gedaald. Zelfs als dat waar zou zijn, deugt dat niet als argument voor de terugloop van de omvang van de rechterlijke productie. De werkelijke criminaliteit is n.l. zoveel groter – bijna 100 keer – dan wat de rechter afdoet dat er nog ruim voldoende aanbod is om die productie op peil te houden. Zelfs de criminaliteit die de politie registreert, ruim 10% van wat er plaatsvindt biedt daarvoor genoeg mogelijkheden.

Een tweede verklaring luidt dan dat de zaken gemiddeld zwaarder zouden zijn geworden, mede omdat de ruimte van het OM om zelf zaken af te handelen, door de invoering van de z.g. strafbeschikking fors is toegenomen. Dat moge zo zijn maar tot meer OM afdoeningen heeft dat niet geleid. Die zijn n.l. nog sneller in omvang gedaald dan de rechterlijke interventies. In 2011 is er nog maar ruim 68% over van het aantal in 2005. Als gevolg daarvan is verhouding tussen die afdoeningen door het OM en die door de rechter ook veranderd. In 2008 was die nog 1 op 1, maar in 2011 nog maar 0,8. Merkwaardig, maar hier nu verder niet van belang.

In het verlengde van deze verklaring ligt de stelling dat het pakket aan zaken dat de rechter ter beoordeling heeft gekregen in de loop van de jaren zwaarder zou zijn geworden. Als die stelling hout snijdt, zou dat o.a. moeten blijken uit de opgelegde straffen. Is dat ook het geval?

Ik meen van niet. Als ik uit ga van de vonnissen waarbij de rechter slechts één hoofdstraf heeft opgelegd en dat aandeel schommelt door de jaren heen zo rond de 85% van alle vonnissen met een strafoplegging, dan is het percentage zaken met een gevangenisstraf of jeugddetentie met 25.7% precies gelijk aan dat in 2005. In de tussenliggende jaren is het minimaal 21,1% geweest. Hetzelfde patroon is ook te zien bij de gevangenisstraffen die geheel onvoorwaardelijk zijn opgelegd of die een voorwaardelijk deel hebben. Al met al geen reden om aan te nemen dat de straffen zwaarder zijn geworden.

En de duur van die (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen dan, is de logische volgende vraag. Welnu, ook daar zijn nauwelijks verschuivingen te constateren, of het zou al moeten zijn dat de straffen van langer dan een jaar in 2005 nog 13% uitmaakten van het totaal en in 2011 nog maar 10.9. De straffen onder de 3 maanden waren daarentegen iets toegenomen van 56.1 naar 58%.

En de ontwikkeling van de taakstraf? Die sanctie is volgens velen aanzienlijk zwaarder dan een geldboete. Vastgesteld moet worden dat de taakstraf in de afgelopen jaren behoorlijk in omvang is toegenomen: van 17.3% in 2005 tot 26.8% in 2011. Zulks grotendeels ten koste van de geldboete die van 39.5 % zakte naar 32.4%. Daargelaten of die taakstraf werkelijk zoveel zwaarder is dan een geldboete, moet bij de genoemde cijfers het volgende worden aangetekend. In de eerste plaats legt de rechter die taakstraf steeds minder vaak in de geheel onvoorwaardelijke vorm op. Was het aandeel daarvan in 2005 nog 90, in 2011 was het nog maar 70%. Zulks ondanks het feit dat het OM sinds 2008 ook taakstraffen tot 120 uur mag opleggen en daarmee dus het laaghangend fruit voor de rechter zou kunnen wegplukken. Dat lijkt allerminst het geval, ook niet wanneer we naar de duur van het onvoorwaardelijk deel van de taakstraf kijken. Daar neemt namelijk het aandeel van de korte straffen, tot 40 uur, fors in omvang toe, van 38.3 naar bijna 50% . Daartegenover daalt het aandeel van de langere, 81 uur en meer van 31.8 naar 21.7%. In 2011 is minder dan één tiende van de opgelegde taakstraffen nog maar langer dan 180 uur.

Al met al vormen deze ontwikkelingen ook geen reden om aan te nemen dat de zaken die de rechter in 2011 krijgt te beoordelen aan zienlijk zwaarder zijn dan die in 2005. Zelfs de hoogte van de (deels) onvoorwaardelijke geldboete, die algemeen als de minst zware hoofdstraf wordt beschouwd, daalt. Onder de 450 euro waren in 2005 59% van de geldboetes in 2011 was dat 65%. Boven die grens zien we dus het omgekeerde beeld. Steeds minder hoge boetes. Het aandeel van die boven de 1000 euro daalde zelfs gestaag van 9.7 naar 2.3%.

Hoezo zwaardere zaken? En hoe moet die enorme daling van het aantal rechterlijke afdoeningen dan wel worden verklaard? Daarover een volgende keer.

Dato Steenhuis
Tot enkele jaren geleden Procureur-Generaal en lid van het College van Procureurs-Generaal Openbaar Ministerie

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 CR 02/04/2013 om 09:44

Waarom is 2005 als enige vergelijkingsjaar genomen? Zou de vergelijking hetzelfde zijn uitgepakt als was vergeleken met, bijvoorbeeld. 2000 of 2007? Of als was gekeken naar meerjarige trends?

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: