Obama op ramkoers met Congres

door JWvR op 16/06/2011

in Buitenland

Post image for Obama op ramkoers met Congres

Als Senator en kandidaat voor het Amerikaanse presidentschap uitte Barack Obama grote kritiek op het buitenlandse beleid van zijn voorganger, George W. Bush. Met zijn aanpak van de oorlogen in Irak en Afghanistan had deze laatste zich na 9/11 ontpopt als een uitermate activistische ‘Commander in Chief’. De aanpak van Bush, zo oordeelde Obama destijds, stond op gespannen voet met de Amerikaanse Grondwet. Nu, enkele jaren later, wordt Obama er zelf van beschuldigd de grenzen van het presidentschap op een onoorbare manier op te rekken. Sterker nog, men verwijt hem zelfs dat hij hierin verder gaat dan Bush ooit heeft gedaan.

Steen des aanstoots voor veel politici en deskundigen is de handelswijze van Obama rondom de interventie in Libië. De President is dit conflict ingegaan zonder hiervoor toestemming te hebben gevraagd of verkregen van het Congres. Dit, zo wordt geroepen, is in strijd met de Amerikaanse Grondwet, dat in artikel I, lid 8 de bevoegdheid ‘to declare war’ bij de wetgever neerlegt, en meer in het bijzonder met de zogenaamde ‘War Powers Resolution’, een in 1973, naar aanleiding van de oorlog in Vietnam, door het Congres uitgevaardigde wet om deze bepaling handen en voeten te geven.

Volgens de ‘War Powers Resolution’ kan een President de strijdkrachten van de Verenigde Staten alleen ‘into hostilities’ brengen ‘pursuant to (1) a declaration of war, (2) specific statutory authorization, or (3) a national emergency created by attack upon the United States, its territories or possessions, or its armed forces’. Als om wat voor reden dan ook hiervoor niet expliciet toestemming gevraagd en verleend is, eist de regeling verder dat wanneer een President het land in een oorlogssituatie brengt, dit binnen 48 uur aan het Congres gemeld wordt. En, cruciaal, dat de deelname van Amerikaanse strijdkrachten aan een oorlogssituatie beëindigd wordt indien het Congres 60, en in ieder geval 90 dagen na deze melding niet alsnog officieel met de troepeninzet heeft ingestemd.

Dat Obama het Congres niet formeel heeft gevraagd met de inzet van Amerikaanse militaire middelen tegen het bewind van kolonel Kadhafi akkoord te gaan, heeft in Washington vanaf het begin van het conflict, in maart van dit jaar, voor afkeurende geluiden gezorgd. De laatste weken is de kritiek echter fors aangezwollen. Eerst nam het Huis van Afgevaardigden op 3 juni met een ruime meerderheid een resolutie aan waarin het de nalatigheid van het Witte Huis op dit punt sterk veroordeelde. Gisteren kwam het bericht naar buiten dat Obama door een aantal Afgevaardigden vanwege deze handelswijze zelfs voor de rechter wordt gesleept. Tot slot ontving de President begin deze week ook nog een gepeperde brief van de Republikeinse voorzitter van het Huis, John Boehner. In deze brief attendeerde Boehner Obama erop dat vrijdag, morgen dus, de uiterste deadline van 90 dagen verstrijkt die in de ‘War Powers Resolution’ wordt genoemd. Is er voor die dag geen toestemming van het Congres, aldus Boehner, dan handelt Obama hoe dan ook in strijd met de regeling.

Van alle verwijten die Obama worden gemaakt, is Boehners kritiek dat hij de termijn van 90 dagen dreigt te overschrijden waarschijnlijk het ernstigst. Dat Presidenten buiten de uitdrukkelijke toestemming van het Congres om militaire acties kunnen beginnen, is ook nadat in 1973 de ‘War Powers Resolution’ werd aangenomen altijd staande praktijk van het Witte Huis geweest. Sinds Harry Truman begin jaren ’50 besloot geen parlementaire goedkeuring te vragen voor de grootschalige inzet van Amerikaanse troepen in Korea, wordt door opeenvolgende Presidenten volgehouden dat artikel II van de Grondwet, dat het presidentschap behandelt, de uitvoerende macht voldoende ruimte laat om op eigen titel ten strijde te trekken. Juristen in het Witte Huis voeren ter rechtvaardiging van deze claim het concept ‘inherent executive power’ aan. In de notie ‘Commander in Chief’ zou besloten liggen dat de President over aanzienlijke vrijheid beschikt om de Amerikaanse belangen met militaire middelen veilig te stellen.

Wordt deze ruime uitleg van artikel II gevolgd, dan is de logische conclusie dat de ‘War Powers Resolution’, die zulke vrijheid niet accepteert, inbreuk maakt op het beginsel van machtenscheiding en ongrondwettig is. En inderdaad is dit precies wat verschillende Presidenten door de jaren heen in omfloerste bewoordingen hebben beweerd. Niettemin – en hierin zit hem de pijn voor Obama – hebben presidentiële militaire acties in het verleden uiteindelijk praktisch altijd kunnen rekenen op de instemming van het Congres. Hoewel Bush hier niet expliciet om gevraagd had, was het Congres er bijvoorbeeld als de kippen bij om steun uit te spreken voor de oorlog in Irak. Aldus werd de schijn opgehouden dat President en parlement in constitutioneel opzicht op één lijn zaten. Nu het Congres, of althans het Huis van Afgevaardigden, ervoor past om hetzelfde trucje uit te halen ten aanzien van de luchtoorlog in Libië, is het gedaan met deze schone schijn en liggen President en Congres met elkaar op een ramkoers.

Het lijkt erop dat Obama toch wel is geschrokken van alle commotie die is ontstaan naar aanleiding van het optreden van zijn regering. Zo bracht het Witte Huis daags na de brief van Boehner een rapport naar buiten waarin het zijn positie nog eens toelichtte. Boehner stelde in zijn brief dat het gedrag van Obama inzake de interventie in Libië twee dingen kon betekenen: ofwel de President vond dat de ‘War Powers Resolution’ ongrondwettig is, ofwel hij meende dat de regeling niet op het conflict van toepassing is. In het gisteren verschenen rapport blijkt dat Obama en de zijnen de laatste opvatting zijn toegedaan. Het Amerikaanse aandeel in de interventie is van een dusdanig beperkte omvang, aldus het rapport, dat het niet kan worden uitgelegd als ‘hostilities’ in de zin van de ‘War Powers Resolution’. Bijgevolg was er voor het Witte Huis ook geen noodzaak om gehoor te geven aan de in die regeling genoemde deadline.

Overtuigend? Niet echt. Obama beroept zich er op dat directe Amerikaanse deelname aan het conflict maar van korte duur was, en dat het stokje al snel werd overgenomen door de NAVO. Dit argument lijkt echter moeilijk houdbaar. De NAVO is geen paraplu waaronder men zich kan verschuilen. Amerika levert, onder andere met de inzet van zogenaamde ‘drones’, een wezenlijke bijdrage aan de oorlog. Verder haalt het rapport veelvuldig de resolutie van de Veiligheidsraad aan die het startsein voor de militaire operaties in Libië vormde. Ook deze benadering is niet zonder problemen. Een internationaalrechtelijk fiat vrijwaart een President namelijk niet van zijn constitutionele verantwoordelijkheid.

Opvallend aan de koers die Obama in het rapport vaart is wel dat deze lijkt uit te gaan van de grondwettigheid van de ‘War Powers Resolution’. Twistpunt is immers niet of het Congres het recht heeft om een bepalende rol te spelen in oorlogsaangelegenheden, maar het bereik van dit recht. Paradoxaal genoeg bewijst Obama voorstanders van sterkere parlementaire controle op de lange termijn dus misschien wel een dienst. Zolang ‘hostilities’ op de enge interpretatie mag rekenen die de President en zijn juristen eraan geven, is dit voorlopig echter nog vooral een wassen neus. En verschilt deze koers weinig van een benadering die ‘inherent executive power’ als uitgangspunt heeft. Op de korte termijn is Obama een President als alle anderen, die er weinig voor voelt om door zijn voorganger gewonnen terrein weer prijs te geven.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: