Obamacare bij de rechter

door AL op 04/01/2011

in Buitenland

Post image for Obamacare bij de rechter

In de Verenigde Staten is de verplichting om je te verzekeren voor ziektekosten niet alleen een controversiële zaak, maar nu ook een constitutionele. De vraag die momenteel richting het Amerikaanse Hooggerechtshof wordt geprocedeerd is of het Amerikaanse Congres wel de bevoegdheid heeft om economische inactiviteit—de keuze om je niet voor ziektekosten te verzekeren—mag reguleren. Twee federale districtsrechters hebben geoordeeld dat het Congres die bevoegdheid wel heeft. Eén federale districtsrechter vindt van niet. Wat is er aan de hand?

Op 23 maart 2010 bekrachtigde President Obama het langverwachte (en bejubelde) door het Amerikaanse Congres aangenomen wetsvoorstel dat universal healthcare, ook wel bekend als “Obamacare,” reguleert. Op grond van deze wet zijn alle Amerikaanse burgers verplicht zich vanaf 2014 met een “Minimal Essential Coverage” voor ziektekosten te verzekeren. Doen zij dat niet, dan worden zij (onder andere) beboet met een bedrag van 1% procent van hun jaarinkomen in 2014 (met een minimum van $95) oplopend tot 2,5% van hun jaarinkomen vanaf 2016 (met een minimum van $695). Verscheidene staten van de Verenigde Staten hebben voor ziektekostenverzekeringen hun eigen plan getrokken. Zo ook de Commonwealth of Virginia, die prompt de wet ter constitutionele toetsing voorlegde aan federaal districtsrechter Henry E. Hudson.

De Amerikaanse Grondwet voorziet, kort gezegd, in de architectuur van een “gelimiteerde” federale overheid. De federale staatsorganen—President, Congres en Hooggerechtshof—mogen alleen die onderwerpen uitvoeren, reguleren of beoordelen die door de Grondwet expliciet aan hen zijn opgedragen. Zo heeft het Congres slechts de bevoegdheid wetgeving vast te stellen op die terreinen die door de Grondwet aan het Congres zijn gedelegeerd, zoals het lenen van fondsen op de kapitaalmarkt, het instellen van lagere rechtbanken en het verklaren van de oorlog. Op grond van de zogenaamde necessary-and-proper-clausule van diezelfde Grondwet kan het Congres alle noodzakelijke en geschikte wetgeving vaststellen om de genoemde bevoegdheden uit te oefenen.

Op grond van de Amerikaanse Grondwet heeft het Congres de bevoegdheid interstatelijke commerciële activiteiten te reguleren. Het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft bepaald dat daaronder ook activiteiten vallen die niet interstatelijk zijn, maar die de interstatelijke commercie substantieel beïnvloeden (“activities that substantially affect interstate commerce”). Maar gaat het bij Obamacare eigenlijk wel om een “activiteit”? In essentie wordt hier een inactiviteit gereguleerd, namelijk de beslissing om geen ziektekostenverzekeringspolis te kopen. Zo ook rechter Hudson: “Neither the Supreme Court nor any federal circuit court of appeals has extended Commerce Clause powers to compel an individual to involuntarily enter the stream of commerce by purchasing a commodity in the private market. In doing so, enactment of the Minimum Essential Coverage Provision exceeds the Commerce Clause powers vested in Congress under Article I” [van de Amerikaanse Grondwet].

Maar kan de necessary-and-proper-clausule dan geen uitkomst bieden? Rechter Hudson steekt daar vooralsnog een stokje voor:

Because an individual’s personal decision to purchase—or decline to purchase—health insurance from a private provider is beyond the historical reach of the Commerce Clause, the Necessary and Proper Clause does not provide a safe sanctuary. This clause grants Congress broad authority to pass laws in furtherance of its constitutionally-enumerated powers. This authority may only be constitutionally deployed when tethered to a lawful exercise of an enumerated power. As Chief Justice Marshall noted in McCulloch [v. Maryland], it must be within ‘the letter and spirit of the Constitution.’ The Minimum Essential Coverage Provision is neither within the letter nor the spirit of the Constitution. Therefore, the Necessary and Proper Clause may not be employed to implement this affirmative duty to engage in private commerce.

De ultieme vraag is dus of een Amerikaanse burger door de federale overheid kan worden verplicht iets te kopen—in dit geval een verzekeringspolis. Zoals rechter Hudson signaleerde heeft het Hooggerechtshof de Commerce Clause nog nooit uitgebreid tot de regulering van commerciële inactiviteit. Het ziet er naar uit dat het Hooggerechtshof die kans nu gaat krijgen.

Aart Loubert

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: