Obamacare gered?

door AL op 29/06/2012

in Buitenland, Rechtspraak

Post image for Obamacare gered?

President Obama heeft een grote overwinning behaald. De “Patient Protection and Affordable Care Act” van 2010 (ook wel bekend als “Obamacare”) blijft in stand, inclusief de verplichting voor individuen om een verzekeringspolis voor ziektekosten te kopen. Het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft gisteren in een 5 tegen 4 oordeel beslist dat die verplichting — het individuele mandaat — constitutioneel rechtelijk een belasting inhoudt, en geen onconstitutionele uitoefening van federale overheidsmacht betreft.

Obamacare is een uiterst complexe wet die een totaal van 900 pagina’s beslaat. Om universal healthcare mogelijk te maken — lees: te kunnen betalen — zijn alle Amerikanen, ook zij die geen gebruik maken van medische diensten omdat zij die (nog) niet nodig hebben, vanaf 2014 verplicht zich met een “Minimal Essential Coverage” verzekeringspolis voor ziektekosten te verzekeren. Doen zij dat niet, dan heft de Amerikaanse belastingdienst een belastingvermeerdering van 1% van het jaarinkomen in 2014, oplopend tot 2,5% van het jaarinkomen vanaf 2016. Verscheidene Staten van de Verenigde Staten hebben voor ziektekostenverzekeringen hun eigen plan getrokken of wensen dat nu juist niet te doen, zoals de 26 Staten die Obamacare voor de rechter brachten.

De klagende Staten — waaronder Virginia, dat net als in 2008 één van de staten zal zijn waar de aanstaande presidentsverkiezingen kunnen worden gewonnen of verloren — brachten de complexiteit van Obamacare terug tot een duidelijke constitutionele vraag: kan de Amerikaanse federale overheid de Amerikaanse burger verplichten iets te kopen — in dit geval een verzekeringspolis?

De constitutionele weerstand van de klagers zit als volgt. De Amerikaanse Grondwet voorziet, kort gezegd, in de architectuur van een “gelimiteerde” federale overheid.  Congres, President en Hooggerechtshof — de federale overheidsorganen die de federale wetten vaststellen, uitvoeren, toepassen en interpreteren — kunnen slechts die bevoegdheden uitoefenen die expliciet aan hen zijn opgedragen. Alle andere bevoegdheden zijn, zoals ook het Tiende Amendement van de Amerikaanse Grondwet bepaalt, voorbehouden aan de 50 Staten en het Amerikaanse volk. Op grond van de zogenaamde “Commerce Clause” in de Grondwet heeft het Congres de bevoegdheid interstatelijke commerciële activiteiten bij wet te reguleren. En dat is waar de Staten zich op hebben gericht: gaat het wel om een “activiteit”? In essentie, zo betoogden de klagende Staten, wordt hier een inactiviteit gereguleerd, namelijk de beslissing om de markt voor ziektekostenverzekeringen niet te betreden, en de federale overheid kan op grond van de Grondwet een dergelijke inactiveit niet reguleren.

Bij het Hooggerechtshof verdedigde de Obama-regering het individuele mandaat op twee gronden. In de eerste plaats betoogde de regering dat het hier wel degelijk een commerciële activiteit betreft. Iedereen, ook zij die op dit moment gezond zijn en geen gezondheidszorg behoeven, zal op termijn de markt voor zorgdiensten betreden en zorgdiensten gebruiken. En het individuele mandaat, aldus de regering, reguleert slechts hoe individuen hun actieve deelname in die markt financieren door hen te verplichten dat te doen door middel van een ziektekostenverzekering. Dat argument overtuigde de meerderheid van het Hooggerechtshof niet. Opperrechter John Roberts — benoemd door Obama’s voorganger, George W. Bush — schreef het meerderheidsbesluit en overwoog dat iedereen op enig moment de markten zal betreden voor voedsel, kleding, transport, onderdak, of energie, “maar dat geeft de federale overheid niet de bevoegdheid om individuen te gebieden bepaalde producten in die markten te kopen.” Met andere woorden, de federale overheid kan commerciële activiteiten reguleren, maar de overheid kan individuen niet dwingen commerciële activiteiten te ondernemen. En dat, aldus Roberts, is wat het individuele mandaat doet.  Het individuele mandaat verplicht personen de markt te betreden juist omdat zij hebben besloten geen enkele commerciële activiteit te ondernemen.  Daarmee kan het individuele mandaat niet door de constitutionele beugel van de Commerce Clause.  Maar dat was niet alles.

In de tweede plaats stelde de regering dat het individuele mandaat slechts een “belasting” is waarvoor de federale overheid op grond van de Grondwet een ruimere bevoegdheid heeft dan onder de Commerce Clause. Hier bleek de regering succesvol. Opperrechter Roberts overwoog dat het individuele mandaat als belasting wezenlijk anders is dan als een gebod of verbod (dat uiteindelijk kan worden afgedwongen door de sterke arm). Het mandaat laat het individu de keuze zich niet te verzekeren, zolang hij of zij bereid is de aan die keuze verbonden belasting te betalen. En omdat de Grondwet belastingen om bepaald gedrag te ontmoedigen toestaat — net zoals een belasting op sigaretten om roken te ontmoedigen — is het individuele mandaat als belasting constitutioneel.

Het individuele mandaat blijft dus in stand. Het mandaat blijft echter niet in stand omdat de Amerikaanse federale overheid de bevoegdheid heeft om personen te verplichten zich tegen ziektekosten te verzekeren. Die bevoegdheid heeft de federale overheid niet.  Het mandaat blijft in stand omdat de Amerikaanse overheid wel de bevoegdheid heeft om belastingen op te leggen.

En de karakterisatie van Obama’s grootste beleidsprestatie als belasting zou Obamacare nog wel eens tot een nog groter splijtpunt in de Amerikaanse samenleving kunnen maken dan de wet al is. Of de wet de aanstaande verkiezingen zal overleven, die zowel de strijd voor het presidentschap als het Congres betreffen, hangt mede af van Obama’s succes in de stemhokjes, ook in Virginia.

Aart Loubert

foto: Expert

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: