Ollongren als boegbeeld van het decentraal bestuur

door DJE op 14/11/2017

in Decentralisatie, Haagse vierkante kilometer

Post image for Ollongren als boegbeeld van het decentraal bestuur

In vergelijking tot andere beleidsterreinen is de taakstelling van BZK in het nieuwe regeerakkoord nogal beperkt en dat geldt eveneens voor de voorziene wetgeving. In zekere zin kan deze opmerkelijk beperkte taakstelling als een ‘blessing in disguise’ worden gezien. Hoewel de dossiers Wonen/Omgevingswet  en het vice-premierschap aandacht zullen vragen, heeft minister Kajsa Ollongren de handen vrij om BZK weer flink in de vaart der volkeren te brengen. De minister hoeft zich niet te bemoeien met de Caribische dossiers, dat is de verantwoordelijkheid van staatssecretaris Raymond Knops en deze neemt ook nog enkele andere onderdelen voor zijn rekening, zoals de digitalisering. Er is dus veel ruimte en marge en daarbij zou het mooi zijn als de minister groots en meeslepend gaat opereren.

Het openbaar bestuur is in de afgelopen tijd op allerlei onderdelen in de versukkeling geraakt. Een daadwerkelijk herstel van de hoofdstructuur – met sterke provincies en gemeenten als ruggengraat – is daarbij het belangrijkste doel, onder gelijktijdige opruiming van de talloze regionale hulpstructuren. En daarbij moet het departement van BZK weer ‘leading’ worden jegens de vakdepartementen. Het regeerakkoord biedt hier geen enkele impuls of visie, dus heeft de minister geheel de vrije hand.  Dat is de grote uitdaging voor minister Kajsa Ollongren en nu moet de bal nog door haar worden ingekopt.  Ook de staat van de democratie vraagt in allerlei opzichten aandacht. Ten aanzien van de staatscommissie Parlementair stelsel – de commissie-Remkes – zijn er twee aanvullende opdrachten over het kiesstelsel en het constitutionele toetsingsrecht. Teleurstellend is dat in het regeerakkoord een ‘sense of urgency’ inzake de hoofdopdracht van de staatscommissie geheel ontbreekt. Geen enkele aanmoediging om de gebreken van het democratisch bestel te repareren en tevens de overduidelijke boodschap om niet met referendumvoorstellen te komen, want het referendum moet immers uit de nationale context verdwijnen.

Om die ‘sense of urgency’ alsnog te realiseren kan de nieuwe minister zowel in als buiten het kabinet veel nuttig zendingswerk verrichten.  In democratisch opzicht is de aangekondigde ‘Right to challenge’-regeling van belang en kansrijk.  Al vrij snel zal ook de benoeming van burgemeester en CdK uit de Grondwet gehaald kunnen worden. Gezien de krappe aanhang van het kabinet in beide Kamers zal er door de opposities worden gevraagd wat de consequenties zijn van instemming met de deconstitutionalisering. Wat gaat er na de Grondwetsherziening gebeuren?  Kan een D66-minister het zich permitteren om serieus te gaan discussiëren over een door de gemeenteraad te benoemen burgemeester? Of wordt meteen geopteerd voor een rechtstreekse verkiezing? In dat geval moet dan tegelijkertijd het gehele gemeentelijke en provinciale bestuursstelsel op de helling worden gezet.

Het regeerakkoord biedt voor dit alles geen enkel aanknopingspunt en minister Ollongren zal hier kleur moeten bekennen en richting moeten geven. Maar misschien nog wel het aller belangrijkste is dat BZK weer in het hart van openbaar bestuur en democratie gaat belanden. De laatste jaren hebben veel decentrale bestuurders en politici niet het gevoel gehad dat de minister van BZK opkwam voor hun belangen en zorgen en deze belangen verdedigde tegen bedreigingen van allerlei aard en soort. Aan het begin van de vorige kabinetsperiode  werden de provincies meteen fors op de korrel genomen en de helft van de gemeenten zou moeten worden opgeheven. Vanaf dat moment is het niet meer goed gekomen tussen BZK en decentraal. Dat beeld en die beleving moeten dringend worden gekanteld en minister Ollongren zou van die beweging het boegbeeld moeten zijn.

Beeld: CC-licentie Wout Ooms

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: