Ondertussen aan de andere kant van de plas

door SV op 15/10/2009

in Buitenland, Rechtspraak

In deze tijden van financiële hebberigheid en politiek opportunisme is het goed te bedenken dat er nog zaken pro deo (voor atheïsten, pro bono) worden gedaan. Een recente zaak deed mij twijfelen of bepaalde zaken pro deo niet hier op aarde al beloond moeten worden.

Aanleiding is de zaak Perdue v. Kenny A., die gisteren bij de Supreme Court werd bepleit. Perdue is de gouverneur van de staat Georgia, een staat die in 2002 werd aangeklaagd door advocaten van een kinderrechtenorganisatie en enkele pro deo advocaten terzake van een wel bijzonder slecht functionerend pleegkindersysteem. In juli 2005 werd de zaak geschikt en beloofde Georgia ingrijpende verbeteringen door te voeren. Partijen waren het ook over eens dat de advocaten recht hadden op een redelijke vergoeding onder 42 U.S.C. § 1988 – onder dat artikel kan een rechter een redelijke vergoeding toekennen als een advocaat een zaak onder o.a. de Civil Rights Act heeft gewonnen. De rechtbank berekende het normale tarief op basis van uurtje factuurtje en vermenigvuldigde het resultaat ($ 6 mln) met een succesfactor vanwege het uitzonderlijke resultaat dat de advocaten hadden bereikt. “Mag dat?” is de vraag die het Supreme Court moet beantwoorden.

Zoals vaker bij onze common law vrienden zal de doorslag worden gegeven door beleidsoverwegingen.

Georgia voert aan dat de success fee een ongeoorloofd voordeel voor advocaten geeft, niet nodig is voor advocaten om burgerrechtenzaken op te pakken, leidt tot hogere kosten voor de staat die ten koste kunnen gaan van het implementeren van de maatregelen waartoe de staat zich heeft verbonden, zou leiden tot onvoorspelbare uitkomsten en ten slotte schikkingen als de onderhavige zou kunnen verhinderen omdat de basisvergoeding door een langere strijd wordt verhoogd. De kinderen, althans hun advocaten, voeren aan dat extra beloning voor bijzonder goed werk leidt tot een nog striktere handhaving van burgerrechten en dat het past binnen het systeem waarin een gebrek aan succes leidt tot een lagere of geen fee.

De uitkomst van de zaak zal afhangen van de inschatting tot welke gevolgen success fees zullen hebben. Interessanter is de vraag of een Section 1988 regeling in Nederland ook bestaansrecht zou hebben. Toegegeven, rechters worden hier te lande niet geacht wetten te toetsen aan de grondwet. Niet onmogelijk lijkt mij echter dat een rechter constateert dat de feitelijke uitvoering die aan wetten wordt gegeven, of beleid dat overheidslichamen voeren, in strijd is met de grondwet of met de Europese Rechten voor de Mens. Ik kan mij ook voorstellen dat de gemiddelde pro deo advocaat een veelbelovende zaak met implicaties verder dan het individuele geval laat rusten als de zaak veel meer tijd gaat kosten dan het aantal punten toelaat. Zo bezien spreekt een Section 1988 regeling mij aan.

Uiteraard is het lastig om de normale zielige zaken te onderscheiden van de zaken die het algemeen belang raken. Als, zoals in Section 1988, wordt aangesloten bij bepaalde wetsartikelen , zal dit onvermijdelijk leiden tot een aanzienlijk groter beroep op de betreffende wetsartikelen (fair trial, anyone?). Strenge toetsing welke zaken van algemeen belang zijn zal het aantal zaken dat onder de regeling valt echter afdoende beperken om de nadelen niet de voordelen te laten overstemmen.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: