Ondertussen in België… geeft ook de bemiddelaar er de brui aan

door WVDB op 27/01/2011

in België

Post image for Ondertussen in België… geeft ook de bemiddelaar er de brui aan

Na 227 dagen onderhandelen lijkt het erop dat de poging om met de 7 partijen christendemocraten, socialisten, groenen en de NVA een regering te vormen, definitief begraven is.

Even kort recapituleren: Johan Vande Lanotte werd eind oktober aangesteld om als bemiddelaar in eerste instantie omtrent de financieringswet te werken, waarna de contouren van een onderhandeling afgebakend zouden worden. Op 5 januari j.l. presenteerde hij zijn nota, binnen welke marges de 6de staatshervorming tot stand zou moeten komen. Zoals bekend, werd deze nota hoegenaamd niet warm onthaald, en massa’s opmerkingen en amendementen, ja zelfs verwerping, waren de oogst. Een reanimatiepoging onder leiding van Vande Lanotte, Di Rupo en De Wever werd dus gisteren opgegeven.

De scenario’s zoals ze nu in de pers worden voorgesteld bestrijken een heel spectrum: een andere samenstelling van de onderhandelende partijen (liberalen ipv groenen); nieuwe verkiezingen; voortzetten van de huidige regering, met een nieuw regeerakkoord en gedoogsteun van de NVA; een zoveelste poging door een nieuwe Koninklijke functionaris.

Is er nog enige hoop om spoedig tot een institutioneel hervormings- en regeerakkoord te komen?  Laten we even een gok wagen en de belangrijkste – doch subjectieve – pro en contra’s op een rijtje zetten …

PRO

a) bij de Franstalige liberalen, MR, wordt dit weekend een nieuwe voorzitter gekozen. De animositeit tussen Di Rupo en Reynders dateert al van enkele campagnes terug, maar is naar verluidt verregaand. NVA zou zich per hypothese sociaal-economisch gesteund weten door de intrede van de liberalen, en dat pleit dus voor deze piste. Anderzijds, vormt de MR een kartel met de Franstalige tegenhanger van de NVA, het FDF, dat minstens even onbuigzaam is wat betreft Franstalige nationalisme. Het dossier BHV, nu quasi (of pseudo) opgelost, zou heel wat moeilijker worden.

b) de stijging van de rente op de Belgische obligaties zorgt voor toenemende druk, vooral op sociaal-economisch vlak. In 2007 hebben de Vlaamse partijen het institutionele en het sociaal-economische losgekoppeld, wat tot weinig resultaat (op beide vlakken?) leidde, en tot electorale afstraffing. Dat een regering in lopende zaken juridisch bekwaam is hieraan tegemoet te komen, doet helaas geen afbreuk aan de politieke logica waarmee de spreekwoordelijke druk op de ketel gehouden moet worden. Anderzijds is deze macro-economische druk een transnationaal gegeven, dat een pluraliteit aan oorzaken kent, en waar de gevolgen van de evoluerende situatie van andere landen (Portugal, Spanje) ook van belang is. Toch krijgt dit argument weerklank, vooral van de aanhangers van het spoedige compromis.

CONTRA

c) Er is eigenlijk weinig voorhanden. De diverse nota’s, van Di Rupo, van De Wever, van Vande Lanotte, stootten telkenmale op fundamentele bezwaren. Onder meer over de rol en het statuut van Brussel en over de sociale zekerheid lijkt een akkoord veraf, zoniet onmogelijk binnen de huidige omstandigheden.

d) Polarisering is hét gevolg bij uitstek, welk een consensusdemoratie in crisis kan missen als kiespijn. Als kranteneditorialen enige maatstaf zijn, valt een toenemende roep naar radicalisering op.

e) de mogelijkheden van het Paleis raken uitgeput. Ongetwijfeld zal de Koning wel een nieuwe opening creeren, maar na het falen van De Wever (informateur en verduidelijker), Di Rupo (preformateur), Vande Lanotte (bemiddelaar), voorzitters van Kamer en Senaat (bemiddelingsopdracht), lijken de mogelijkheden gestoeld op de democratische legitimiteit van de verkiezingsuitslag uitgeput? Ook de CDnV heeft sinds 2007 vele kopstukken ingezet (Dehaene, Martens, Leterme, Van Rompuy) om een doorbraak te forceren, en is hier electoraal hoegenaamd niet door gesterkt. Dit laat heel weinig opties, tenzij de Franstalige liberalen (3de grootste partij van het land). Maar die zaten tot heden in een interne verkiezingslogica.

Als tussenbeschouwing lijkt mij nog een politiek-strategische overweging van belang. Opiniepeilingen hebben hun methodologische fouten, maar laten momenteel als trend zien dat de winnaars van juni 2010 (NVA en PS) enkel nog meer beloond worden. Zolang hier niets aan verandert, is geen enkele partij geneigd of sterk genoeg om als first mover een vernieuwde positie in te nemen. Dergelijk louter responsief gedrag (gebaseerd op o.a. Downs, an economic theory of democracy) is m.i. te eenzijdig en statisch. Zowel empirisch als theoretisch onderzoek laten een grotere wisselwerking vermoeden. Anders gesteld: political entrepreneurship wordt electoraal beloond, maar dat vereist visie, met een groot risico. Af te wachten wie de handschoen opneemt…

Wordt ongetwijfeld vervolgd.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: