Ondertussen in België

door GB op 23/02/2009

in Buitenland

Post image for Ondertussen in België

In het Belgische Fortis-dossier is het inmiddels al even rustig. Leterme is tijdelijk van het toneel verdwenen en het stof is langzaam aan het neerdalen. Toch rest er nog een belangrijke opdracht: de evaluatie van het geheel in het licht van de ‘scheiding der machten’.

Daarvoor is men van plan een parlementaire onderzoekscommissie op te richten. Voorafgaand daaraan heeft zich een commissie van deskundigen over de kwestie gebogen, en die bracht onlangs rapport uit. Conclusie: een parlementair onderzoek naar de mogelijke schending der machten is zelf een schending der machten. In België schuwt men complicaties niet.

De inhoud van het rapport is interessant. Al was het maar omdat er een poging wordt gedaan om juridisch te redeneren vanuit de ‘scheiding der machten’. Vandaar hier een korte samenvatting.

Het onderzoek gaat over geschilpunten die ook voorwerp zijn van een nog lopende gerechtelijke procedure. Deze geschilpunten betreffen enerzijds een beoordeling van het handelen van rechters en anderzijds het handelen van derden.

De deskundigen adviseren dat de gerechtelijke procedure ‘in naam van de scheiding der machting, moet worden afschermd tegen alle onderzoeken, reflecties en conclusies die uw commissie nog van plan is te ondernemen’. Immers, de commissie zal zich onvermijdelijk uitspreken over gedragingen van rechters, bijvoorbeeld over de samenstelling van de zetel (de kamer) van het Hof van Beroep. Dan zou de commissie ‘vooruit lopen op en aldus afbreuk doen aan de bevoegdheid van de rechterlijke instanties aan wie het alleenrecht toekomt zich over de wettigheid van die handelingen en beslissingen uit te spreken.’

Een parlementair onderzoek zou zich een strafrechtelijke functie toeeigenen door het concrete handelen van derden te beoordelen en een tuchtrechtelijke functie wanneer zij het handelen van individuele rechters beoordeelt. Dat laatste is door de Belgische Grondwet bij uitsluiting opgedragen aan de Hoge Raad van Justitie.

Het blijft echter niet bij het goochelen met ‘bevoegdheidssferen’, ‘domeinen’ en ‘functies’ en het aanhalen van de Belgische Grondwet. Ook ‘recente rechtspraak van het EHRM’, ‘in het spoor van rechtspraak die elke inmenging van de wetgever in lopende rechtszaken ten stelligste veroordeelt’. Dan wordt het ook voor ons interessant.

Uit: Assanidzé vs. Georgie:

129. In any event, the Court notes that the principle of the rule of law and the notion of fair trial enshrined in Article 6 of the Convention preclude any interference by the legislature with the administration of justice designed to influence the judicial determination of the dispute (see Stran Greek Refineries and Stratis Andreadis v. Greece, judgment of 9 December 1994, Series A no. 301-B, p. 82, § 49). Consequently, the Court would be extremely concerned if the legislation or practice of a Contracting Party were to empower a non-judicial authority, no matter how legitimate, to interfere in court proceedings or to call judicial findings into question (see, mutatis mutandis, Cooper v. the United Kingdom [GC], no. 48843/99, § 130, ECHR 2003-XII).

Uit Sovtransavto Holding vs. Ukraine:

80. Lastly, the Court can but note that the Ukrainian authorities acting at the highest level intervened in the proceedings on a number of occasions. Whatever the reasons advanced by the Government to justify such interventions, the Court considers that, in view of their content and the manner in which they were made (see paragraphs 18, 20, 22 and 24 above), they were ipso facto incompatible with the notion of an “independent and impartial tribunal” within the meaning of Article 6 § 1 of the Convention.

The Court sees no reason to speculate on what effect such interventions may have had on the course of the proceedings in issue, but finds that in the circumstances of the present case the applicant company’s concerns as to the independence and impartiality of the tribunals were not unreasonable. Coming from the executive branch of the State, such interventions nonetheless reveal a lack of respect for judicial office itself.

Wat hiervan te denken? Mij lijkt het soort opmerkingen als die van het EHRM zeer nauw verweven met de sitatuatie ter plaatse. En dan denk ik toch dat ‘inmenging in een gerechtelijke procedure’ in Georgië en Oekranië op zijn minst een specifieke connotatie heeft. Dat is daar – met respect voor zowel Georgië, Oekranië als België – toch wel andere koek dan een onderzoekscommissie van de Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers. Vooral de impliciete stelling van de deskundigen dat als de commissie zijn mening heeft gegeven daarmee al sprake is van inmenging in de procedure wil er bij mij niet in. Anderen kunnen dat oordeel toch gewoon naast zich neerleggen? Volwassen verhoudingen zouden het moeten kunnen overleven als een onderzoekscommissie van het parlement (niet de wetgever!) een openlijke mening heeft over concreet optreden van de rechterlijke macht – zou ik zeggen.

Verdere opmerkingen van de deskundigen die hier niet onvermeld mogen blijven:

I Hoewel de deskundigen tot een negatief oordeel komen, hoeft er niet lang te worden getreurd. ‘Men kan niet stellen dat er in onze rechtsstaat, buiten een parlementaire onderzoekscommissie, juridisch geen middelen zijn om de waarheid te achterhalen.’ Pechtold?

II De deskundigen werden in het debat over dit verslag met precedenten bestookt van gevallen waarin er wel tot een onderzoek werd besloten. Daarop reageerden ze eenvoudig: ‘Geen gelijkheid in de onwettigheid…’ Die kunnen alle liefhebbers van het levende staatsrecht in hun zak steken.

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 LD 24/02/2009 om 13:56

De scheiding der machten, wie heeft er niet zijn tanden op stuk gebeten? Ik dacht dat we er tegenwoordig wel over uit waren dat dit leerstuk eigenlijk een verkeerde naam heeft: het gaat niet zozeer om het scheiden van machten en het strikt gescheiden uitoefenen van overheidsmacht, maar om controle en verantwoording, checks and balances tussen de overheidsorganen.

Bestuursrechtspraak werd vroeger bestreden vanuit de machtenscheiding: de rechter zou op de stoel van het bestuur gaan zitten. Nu vinden we dat een onzinnig argument. Constitutionele toetsing werd vroeger bestreden vanuit de machtenscheiding: de rechter zou aan het wetgeven slaan. Nu denkt vrijwel niemand er meer zo over en wordt juist de nuttige, aanvullende rol die de rechter kan spelen bij het bieden van individuele rechtsbescherming benadrukt. Bij de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel Halsema, werd zelfs door de initiatiefneemster betoogd dat het verbod op grondwetstoetsing in strijd is met de machtenscheiding, omdat het de rechter van zijn natuurlijke taak – lagere regels aan hogere toetsen – ontheft.

Maar als het om de rechterlijke functie gaat, lijkt de machtenscheiding weer echt om scheiding te gaan. “Niet mee bemoeien!”, lijkt het devies te zijn. Je ziet dat ook sterk als het gaat om commentaar van politici op rechterlijke uitspraken. Er is geen rechtsregel die hen verbiedt een rechterlijke uitspraak in wat voor zaak dan ook te bekritiseren, maar toch krijgen zij vaak het verwijt dat zij zich ongeoorloofd met rechtszaken bemoeien. Maar waarom dan? Zijn onze rechters zo zwak en gevoelig dat zij zich onmiddellijk onder druk gezet voelen als een kamerlid hun uitspraak onderuithaalt? Daar geloof ik niets van.

De Belgische benadering komt ook op mij vrij overspannen over. De aangehaalde EHRM-uitspraken lijken mij te gaan over bemoeienis met een concrete, lopende zaak, met als bedoeling de uitkomst daarvan te beinvloeden. Dat is natuurlijk ongeoorloofd. Maar een onderzoek door een enquetecommissie is heel andere koek. Het kan helemaal geen kwaad als er eens met een niet-rechterlijke bril naar het gedrag van rechters in de Fortiszaak wordt gekeken. Rechters waken over het gedrag van rechters, maar wie waakt er weer over die rechters? Enfin, quis custodiet ipsos custodes?

2 GB 25/02/2009 om 13:02

Ik geloof dat die Georgische zaak juist om een parlementaire onderzoekscommissie ging.

En ja, ‘scheiding der machten’ lijkt mij ook een onwerkbaar begrip. Maar aangezien niemand daar tegen kan zijn, is het altijd prettig om aan jouw kant te hebben.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: