Ondertussen in Duitsland: over ESM en parlementaire betrokkenheid

door Ingezonden op 09/07/2012

in Buitenland, Europa, Haagse vierkante kilometer

Post image for Ondertussen in Duitsland: over ESM en parlementaire betrokkenheid

De afgelopen periode zijn op Europees niveau verschillende maatregelen genomen die ingrijpen in nationale budgettaire bevoegdheden. Een van die maatregelen is de oprichting van het permanente noodfonds, het Europees Stabiliteits Mechanisme (ESM). Vorige week besloten de leiders van de eurozone dat het ESM ook gebruikt kan worden voor directe steun aan banken – waarover hier eerder werd geschreven. Dat riep meteen de vraag op of opnieuw parlementaire instemming gevraagd moet worden, al dan niet via een nieuwe ratificatieronde. Ongeacht de uitslag van die discussie, is de vraag hoe groot de rol van de nationale parlementen moet zijn bij dergelijke maatregelen, alleszins gerechtvaardigd.

Zowel Bondskanselier Merkel als Minister van Financiën De Jager hebben, op aandringen van hun nationale parlementen, inmiddels de toezegging gedaan dat de regering zich zal vergewissen van parlementaire instemming, voordat de definitieve beslissing over het direct verlenen van steun aan banken valt.

De toezegging van Merkel staat allesbehalve op zichzelf. Over de rol en bevoegdheden van het parlement inzake het ESM is immers het een en ander te doen (geweest) in Duitsland.

Zo heeft de ratificatie van het ESM verdrag in Duitsland vertraging opgelopen, omdat er een klacht is ingediend bij het Bundesverfassungsgericht (het Duitse constitutionele hof). De klagers – onder wie verschillende leden van de Duitse Bondsdag – menen dat het ESM ongrondwettig is. Het verdrag zou onder andere in strijd zijn met het beginsel van democratie en het budgetrecht van het parlement. 10 juli aanstaande zal het Bundesverfassungsgericht de klachten horen.

Hierdoor is de aanvankelijke datum van inwerkingtreding van het ESM – 1 juli 2012 – niet gehaald.  De Duitse president Glauck heeft namelijk toegezegd dat zolang de ratificatiewet (waarmee het parlement op 29 juni j.l. heeft ingestemd) nog ter beoordeling voorligt bij het Bundesverfassungsgericht, hij niet over zal gaan tot formele bekrachtiging. President Glauck komt hiermee tegemoet aan de vraag van het Bundesverfassungsgericht om te wachten met de plaatsen van zijn handtekening onder de wet. Een mooi staaltje constitutionele verhoudingen in de praktijk.

Het is niet onwaarschijnlijk dat ook nu het Hof zich uitspreekt voor een grotere rol van de parlement. Dat deed ze al eerder op 7 september 2011, in de uitspraak betreffende de Griekse ‘bail-out’. Recentelijk kwam daar nog een uitspraak bij van het Bundesverfassungsgericht over de rol van het parlement in de totstandkomingsprocedure van het ESM verdrag. Het Hof constateerde dat de regering het informatierecht van het parlement in deze had geschonden.

Het Nederlandse parlement zou een voorbeeld kunnen nemen aan de actieve rol die de het Duitse parlement krijgt toebedeeld in deze zaken. In Nederland zou het parlement die rol, bij gebrek aan een constitutioneel hof, zelf moeten opeisen. Het is van groot belang dat bij maatregelen die sterk ingrijpen in de nationale budgettaire bevoegdheden parlementaire instemming wordt gegarandeerd op nationaal niveau.

To be continued…

Dit is een gastpost van Michal Diamant, onderwijs- en onderzoeksmedewerker bij de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Leiden.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: