Ongrondwettelijke fractievoorzitters (?)

door Ingezonden op 22/02/2012

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Ongrondwettelijke fractievoorzitters (?)

De positie van Cohen was al enige tijd wankel; zijn aftreden desalniettemin onverwacht. De kersverse PvdA partijvoorzitter reageerde snel en zette de fractie voor het blok, maar die reageerde instemmend op Spekman´s voorstel: de leden van de PvdA adviseren over de nieuwe fractievoorzitter en de fractie zal dit advies overnemen.

Op dit blog werd eergisteren het handelen van Spekman al als ‘vakkundig’ bestempeld en een mogelijk unicum. Publiekrechtelijk is de procedure het vermelden waard en voor de politiek zal het enige gevolgen hebben (Mariette Hamer zal waarschijnlijk geen fractievoorzitter worden!). Maar staatsrechtelijk is het niet meer dan een voetnoot in de hopelijk snel te verwachten nieuwe Pot/Donner. De grondwet kent geen partijen, geen fracties en al helemaal geen fractievoorzitters. Hoe fracties hun voorzitter kiezen, is hun eigen zaak. Toch?

Niet volgens historicus en partijkenner Gerrit Voerman, gisteren in de Volkskrant:

“Volgens hem staat dat [de procedure, MvdS] op gespannen voet met de grondwettelijke vrijheid van Kamerleden om zonder beïnvloeding van buitenaf een standpunt in te nemen. De procedure is volgens Voerman niet ongrondwettelijk, maar ‘schuurt er wel tegen aan’. ‘De crux is dat het advies zwaarwegend is en niet bindend. Daartussen zitten [sic] ruimte voor de fractie om een eigen afweging te maken’, aldus de hoogleraar.”

Is in de berichtgeving op dit blog een staatsrechtelijke kwestie over het hoofd gezien? Natuurlijk niet.

Kamerleden stemmen zonder last (artikel 67 lid 3 Grondwet), wat onder andere betekent dat Tweede Kamerleden niet gedwongen kunnen worden hun zetel af te staan en dat afspraken om linksom of rechtsom te stemmen niet juridisch afdwingbaar zijn.

Politieke partijen en kamerfracties kunnen wel op allerlei andere manieren kamerleden onder druk zetten of beïnvloeden. Zo moeten SP-Kamerleden een flink percentage van hun ‘schadeloosstelling’ afdragen aan de partij en zullen bij politiek gevoelige stemmingen kamerleden de lijn van de fractie volgen (vraag maar aan Jeanine Hennis-Plasschaert).

De stelling dat de procedure bij de PvdA aanschuurt tegen de grondwet gaat mij dan ook wat ver. Artikel 67 lid 3 biedt Kamerleden de nodige vrijheid, maar is geen schild tegen alle partij-invloeden. Met grote regelmaat beloven fracties om het oordeel van het partijcongres over te zullen nemen. Dat lijkt me niet ongrondwettelijk, maar onderdeel van een normaal democratisch proces.

Dat het hier gaat om het kiezen van een fractievoorzitter, doet hier niets aan af. De functie van fractievoorzitter is politiek erg belangrijk, maar staatsrechtelijk niet interessant.

Een snelle zoektocht naar de juridische positie van de fractievoorzitter levert in de eerste plaats op dat fractievoorzitters meer betaald krijgen dan hun collega´s, maar daar zal het Voerman toch niet om te doen zijn geweest. Verder is de fractievoorzitter terug te vinden in artikel 139a van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer, dat stelt dat de Voorzitter van de Kamer overlegt met de beoogde fractievoorzitters over het houden van een debat over de kabinetsformatie.

Ten slotte is het nog de vraag of het “stemmen zonder last” betrekking heeft op stemmingen buiten de Staten-Generaal. Dit puntje zou ik Voerman nog wel willen gunnen. Het lijkt me niet waarschijnlijk dat een overeenkomst om tijdens de PvdA-fractievergadering voor persoon X te stemmen, stand houdt bij de rechter. Maar aangezien het hier niet gaat om een juridisch afdwingbare overeenkomst, is er niets aan de hand.

Marijn van der Sluis

{ 6 reacties… read them below or add one }

1 Martin Holterman 22/02/2012 om 15:18

Dat is een leuke! Overeenkomst om op persoon X te stemmen.

Ik schat dat de rechter dat ook niet zou willen afdwingen, maar niet vanwegen grondwettelijke overwegingen. Ik denk dat allerlei politieke en semi-politieke stemmingen niet onderwerp van overeenkomsten gemaakt kunnen worden vanwege strijd met openbare orde. Ik vermoed dat dat evenzeer geldt voor een stemming op het partijcongres als voor een stemming in de fractie. Dat heeft met de Grondwet niets (of althans niet veel) te maken. Maar ik vraag mij af of hier precedent voor is, bij voorbeeld uit het rechtspersonenrecht/verenigingsrecht buiten de politiek.

2 JAdB 22/02/2012 om 16:50

Volgens mij zijn stemovereenkomsten (tussen aandeelhouders)over het algemeen toelaatbaar. Daar zijn natuurlijk uitzonderingen op.

3 Martin Holterman 22/02/2012 om 19:17

@JAdB: Dat dacht ik ook. (Vandaar mijn “politieke en semi-politieke”.) Maar hoe zit dat bij de voetbalclub?

4 Carla Hoetink 23/02/2012 om 12:18

Deze aardige discussie tekent eens en te meer de spanningen die gepaard gaan met de acceptatie van de partijendemocratie.
Enquêtes onder Kamerleden geven al decennia aan dat zij zich in de eerste plaats als contractant van hun partij zien, gekozen door de kiezer van de partij om het partijprogramma uit te voeren. Kiezers baseren hun keuze doorgaans ook op basis van een vergelijking van de verschillende partijen (programma’s en leiders).

Daarmee is de oorspronkelijke gedachte van het GW-artikel 67, gebaseerd op een directe (on)afhankelijkheidsrelatie tussen de individuele vertegenwoordiger en vertegenwoordigde, helemaal verlaten.

Om de partijpolitieke gebondenheid te verenigen met het (destijds vooral ook morele) voorschrift van art. 67.3, ontstond er in de eerste helft van de twintigste eeuw nog wel een soort van ‘tussenoplossing’: fracties, vooral KVP en PvdA, hadden een sterk verlangen strikt onderscheid te maken tussen de partij en de fractie. De laatste liet zich gedurende de rit het beleid en de strategie niet voorschrijven door de eerste. Dat was de functionele fictie, ongeacht de personele verstrengelingen en het doorgaans intensieve overleg.

Maar ook deze vorm van ‘geaggregeerde onafhankelijkheid’ van gezamenlijk optrekkende volksvertegenwoordigers ten opzichte van hun partij, is inmiddels verdwenen. In Voermans uitspraak van Voerman klinkt iets van deze ontwikkeling door.

5 a.zecha 24/08/2012 om 15:10

“De grondwet kent geen partijen, geen fracties en al helemaal geen fractievoorzitters.” wordt in onderhavig artikel gesteld
Art.67, lid 3 van de Grondwet stelt dat Kamerleden “zonder last stemmen”.
Dat kamerleden van een partij een fractie met een voorzitter willen vormen is m.i. niet ongrondwettelijk, althans in strijd met de Grondwet.

In dit artikel gaat het over de partijleden {geen kamerleden), die tijdens een congres uit één of meerdere kamerlid-kandidaatfractievoorzitters een fractievoorzitter mogen aanwijzen. Tot zover is er m.i. van een in strijd zijn t.a.v art.67,lid 3 van de Grondwet geen sprake.
Zover komt het wél indien wie dan ook (het congres en/of de collegakamerleden incluis) enig kamerlid een ander kamerlid op enigerlei wijze “er toe aanzet” of nog erger ‘er toe dwingt” een ander kamerlid als fractievoorzitter te aanvaarden.

Op een dergelijke m.i. grondwettelijke beschamende vertoning hebben CDA prominenten bij de vorming het inmiddels ter ziele gegane VVD/CDA kabinet de burgerlui in binnen- en buitenland vergast.
a.zecha

6 a.zecha 24/08/2012 om 15:19

Het moge duidelijk zijn het woordje “niet” is weggevallen in de bijzin:
” ….althans in strijd met de Grondwet. “.
a.zecha

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: