Ons idiote kiessysteem

door Redactie op 26/05/2010

in Haagse vierkante kilometer

Volgens hoogleraar logica Harrie de Swart heeft Nederland de domste procedure om democratie vorm te geven. Hij laakt het Nederlandse kiessysteem. We zouden te weinig informatie van de kiezer vragen. Hij heeft er zijn afscheidscollege aan de UvT over gehouden, dus we zullen er vast nog wel meer van gaan horen. In een notendop komt het hier op neer:

Swart vindt dat de kiezer zich beter moet kunnen uitdrukken. Kiezers hebben niet slechts alleen een voorkeur voor een partij. Daarom moeten ‘we kiezers niet vragen naar hun voorkeur, maar naar hun beoordeling van de parijen’. Een dergelijke beoordeling zou de kiezer aangeven met woorden als ‘verwerpelijk’ tot ‘uitstekend’. Daaraan zijn punten gekoppeld en de partij die de kiezers gemiddeld het hoogst waarderen wint de verkiezingen. De bedoeling is dat de partij met de breedste steun onder de bevolking wint en niet de partij met de meeste stemmen. Het totaal aantal punten door alle kandidaten behaald gedeeld door het aantal te verdelen zetels, levert het aantal punten op dat nodig is om een kamerzetel te behalen.

Het is een interessant voorstel. De kiezer kan veel informatie geven. Hij kan zijn voorkeur voor coalitiepartners er uit laten blijken, en een integrale beoordeling geven van alle partijen.

Er kleeft volgens mij wel een groot nadeel aan dit voorstel. In het huidige stelsel, van evenredige vertegenwoordig, kan een kleine partij in de kamer komen (of blijven) omdat voldoende stemmen worden behaald. De kiesdrempel ligt relatief laag in Nederland. De uitkomst van de verkiezingen is in ons stelsel een goede afspiegeling van het politieke landschap. Kleine partijen steunen op een actieve en fanatieke, maar kleine achterban. In het systeem van de Swart is het nog steeds mogelijk dat kleine partijen hun plek behouden, of zelfs groeien, maar het is volkomen afhankelijk van de wat de rest van de kiesgerechtigden vindt van deze politieke partij. Stemmen kunnen dus verloren gaan, niet omdat er niet genoeg stemmen op de kandidaten van een partij zijn uitgebracht, maar omdat er niet genoeg punten zijn gehaald.

Het aardige van verkiezingen is dat je juist een keuze dient te maken. Je hebt immers maar een stem, die wil je niet verloren laten gaan. Verkiezingen houden ook een beoordeling in, maar om ze daar nu van afhankelijk te maken, het is in beginsel toch een ideologische keuze.

Pieter van Tilburg

{ 8 reacties… read them below or add one }

1 M.J. Hoogendoorn 27/05/2010 om 14:15

Een ander nadeel van het voorstel van Swart lijkt mij, dat tussentijdse peilingen de verkiezingsuitslag aanzienlijk kunnen beïnvloeden.

Het stelsel van Swart maakt namelijk manipulatie van de uitkomst door strategisch stemmen mogelijk. Juist bij de grootste partijen zal in dit stelsel strategisch stemgedrag lonen, althans indien zij niet al te ver uit elkaar liggen.

Stel, ook bij het door Swart voorgestelde stelsel staat de VVD op 1 en CDA op 2 of 3. CDA zal voor veel VVD stemmers een acceptabel alternatief zijn en vice versa. De CDA stemmer kan nu de VVD van toppositie verdrijven, door de VVD niettemin strategisch als onacceptabel alternatief te vermelden.

De VVD stemmer kan dit strategische gedrag alleen pareren, door hetzelfde te doen. Daarmee reduceert het stelsel van Swart op zijn best tot het huidige stelsel van simpele meerderheid en op zijn slechtst tot een zeer volatiel systeem, waarbij de laatste poll vóór de verkiezingen de uitkomst bepaalt.

2 Bastian Michel 29/05/2010 om 17:19

Mooi stuk Pieter! Het is werkelijk een vreemd voorstel waar De Swart daar mee komt en duidelijk niet tot het einde doordacht. Ga we nou 15 partijen beoordelen of meer dan 500 kandidaten? Met dat delen van alle punten door 150 klopt niets, zo krijg je de kamer nog niet tot de helft gevuld. En het commentaar van M.J. Hoogendoorn laat een probleem zien dat echt de nekslag geeft.

Dhr. De Swart was zo vriendelijk mij een kopie van zijn rede toe te sturen (UvT, ISBN 978-90-78886-70-9, er zit copyright op). Daarin gaat hij ook in op de tegenwerping die M.J. Hoogendoorn hierboven maakt. Hij zegt dat de Tilburgse Borda Majority Count een speciale uitvoering van een eerder systeem van ene Smith is, maar dan niet met een schaalindeling van 0 t/m 99 maar van 1 t/m 6. Daardoor is volgens hem het probleem van oneerlijk stemmen minder groot: je kan maar 5 punten minder aan een kandidaat geven dan hij volgens jouw eerlijke mening eigenlijk had verdiend, bij Smith kunnen dat 99 zijn. De Swart neemt kennelijk aan dat het verschil tussen 1 en 6 op een schaal van 1 t/m 6 kleiner is dan het verschil tussen 0 en 99 op een schaal van 0 t/m 99 – die aanname lijkt mij volstrekte onzin. Als ik het goed zie dan is BMC helemaal equivalent met het systeem van Smith en dus niet eens een echt nieuw idee.

Wat wel nieuw is: het idee om dit op de kamerverkiezingen toe te passen – maar dat is volgens mij nou juist totale onzin.

Hij geeft in zijn rede een mooi overzicht van resultaten uit de sociale keuzetheorie. Die theorie gaat vooral over het probleem hoe een groep van mensen tot één gezamenlijke keuze uit meerdere opties kan komen. Denk maar aan presidentsverkiezingen in de VS of Frankrijk. Bij die verkiezingen is het inderdaad idioot om zomaar de kandidaat met de meeste stemmen te laten winnen. De Swart laat dit aan het voorbeeld van de presidentsverkiezingen in de VS in 2000 zien: de kiezers van Nader hadden liever Gore als president gezien dan Bush; als ze dat hadden kunnen aangeven en daar rekening mee was gehouden, dan was de uitslag eerlijker geweest. De Swart stelt meerdere systemen voor die zoiets mogelijk maken en bespreekt hun voor- en nadelen. In ieder geval moet de kiezer méér informatie kunnen geven, om alleen naar zijn eerste voorkeur te vragen is dom.

Ook in het Nederlandse kiesstelsel wordt de kiezer niet méér gevraagd dan zijn eerste voorkeur aan te geven – ‘idioot systeem’ oordeelt De Swart in de Volkskrant. Wat hij daarbij over het hoofd ziet is dat zijn theorieën weinig met onze parlementsverkiezingen te maken hebben, we hebben namelijk niet één winnaar maar honderdvijftig.

De vraag die de Nederlandse kiezer op 9 juni a.s. in het stemhokje moet beantwoorden is: ‘welke partij heeft uw voorkeur, en welke kandidaat van die partij in het bijzonder?’ De zetelverdeling gebeurt dan naar evenredigheid van de uitgebrachte stemmen. Het doel is dat er een kamer komt die zo nauwkeurig mogelijk de politieke verdeeldheid van het electoraat weerspiegelt.

De Swart wil kennelijk dat we aan de kiezer vragen: ‘welke samenstelling van de kamer vindt u het best?’ Met zijn systeem berekent men dan uit de individuele antwoorden de gezamenlijke beslissing van het electoraat. En dan is er inderdaad maar één winnaar: die kamer uit miljoenen mogelijke kamers waar iedereen het zo goed mogelijk mee eens is.

Maar dat is toch geen parlement! Dat is dan een vergadering van gematigden, van politici die iedereen wel enigszins oké vindt of helemaal niet kent, een saaie club van conformisten die vooral nooit iemand tegen de borst willen stuiten en die feitelijk allen en niemand vertegenwoordigen.

Misschien is het idee van De Swart wel interessant wanneer Nederland een democratische sovjetrepubliek wil worden, aan onze huidige parlementaire democratie voegt het helemaal niets toe.

3 M.J. Hoogendoorn 31/05/2010 om 10:12

De tegenwerping tegen mijn bezwaar dat de mogelijkheid tot strategisch stemmen is ingeperkt door maar 6 cijfers mogelijk te maken was mij ook al opgevallen.

Waarom mijn kritiekpunt mij toch valide lijkt is, dat deze neiging juist bij de grote partijen loont die, in de Nederlandse situatie, vaak erg dicht bij elkaar liggen. Een klein effect is dus voldoende om de uitslag cruciaal te beïnvloeden.

Wat Swart c.s. zich waarschijnlijk onvoldoende hebben gerealiseerd is, dat dit effect cijfermatig wellicht beperkt is, maar dat het in de praktijk zeer belangrijk is, nu de grootste partijen immers de belangrijkste kandidaten voor een coalitie zijn en de grootste partij daarbij doorgaans de premier levert.

4 big 2 01/06/2010 om 12:31

Hallo,

Ik ben het in zekere mate eens met dhr M.J. Hoogendoorn. Hij heeft zeker gelijk want dat is volgens het lot bepaald, en zo zie je maar weer: oost west, thuis best!

MVG,

BIG2

5 AM 01/06/2010 om 18:27

Het probleem van ‘verlies van informatie’ dat De Swart aankaart is een interessant punt. Meer informatie aan de kiezer vragen kan nog op oneindig veel andere manieren (denk aan kamerverkiezingen gekruist met een referendum op speerpunten of het gebruik van een soort geformaliseerde stemwijzers). Het probleem blijft echter dat het heel moeilijk is om die extra informatie te verwerken tot een legitieme uitkomst. Elk systeem stuurt en kent normatieve vooronderstellingen (in het geval van De Swart dat het verkiezen van een compromiskandidaat een goede zaak is). Ook is, zoals hierboven wordt gesignaleerd, binnen elk stelsel strategisch stemgedrag om de een of andere manier mogelijk. Wat ik mis in het betoog van De Swart is het inzicht dat complexiteit op zichzelf problematisch is als eigenschap van een kiessysteem, zoals we in Nederland ook gezien hebben bij afgeketste pogingen om een tweestemmenstelsel in te voeren. Eenvoud moet zwaar wegen. Er gaat veel informatie verloren bij evenredige vertegenwoordiging maar dit is te verkiezen boven een systeem dat eventuele extra informatie zelf inkleurt. Om met Nick Clegg in onvervalst Nederlands te spreken: “gewoon een kiessysteem dat gewoon doodnormaal democratisch is” (zie http://www.youtube.com/watch?v=9XmO-4G9T0E).

6 M.J. Hoogendoorn 02/06/2010 om 12:40

Toch nog maar een plasje eroverheen:

Zoals AM terecht opmerkt, kent ieder kiessysteem zijn nadelen. Door een zekere Kenneth Arrow zijn de mogelijke nadelen systematisch uitgewerkt en is mathematisch bewezen dat geen stelsel onder alle omstandigheden alle nadelen kan vermijden.

Wie een bepaald kiessysteem voorstaat, zal dus moeten uitleggen waarom dat systeem passend is voor het gegeven politieke landschap. De kracht van het systeem van Swart is, dat ook de mate van voorkeur of aversie meetelt. De nadelen zijn hierboven reeds uitgebreid bezongen. Daarmee resteert de vraag of ons huidige kiessysteem van alle alternatieven werkelijk het domst denkbare systeem is, zoals Swart (althans volgens krantenkoppen) stelt.

Ons systeem heeft als ontegenzeggelijk sterke punten de onmogelijkheid van strategisch stemmen en het feit dat groeperingen die zich door de bestaande politiek niet vertegenwoordigd voelen, vrij eenvoudig tot het parlement kunnen doordringen. Daar staat tegenover, dat de partij die voor iedereen acceptabel is, maar voor niemand nummer 1 niet noodzakelijkerwijs vertegenwoordigd wordt.

Het is de vraag of dat een groot nadeel is. Zo lees ik in de immer betrouwbare wikipedia (http://en.wikipedia.org/wiki/Arrow's_impossibility_theorem, onder “other possibilities”) dat een simpel meerderheidsstelsel wel aan alle eisen voldoet, mits het politieke landschap te representeren is als een lijn waarop iedere stemgerechtigde een punt van zijn grootste voorkeur heeft, en waarop partijen die verder van die voorkeur afliggen navenant minder voorkeur hebben. Onder die restrictie voegt tweede of derde voorkeur geen informatie toe.

Mij dunkt, dat het Nederlandse politieke landschap in grote lijnen aan deze eis voldoet.

Uiteraard is ons stelsel geen simpel meerderheidsstelsel, waarbij één kandidaat of partij bij meerderheid gekozen wordt. Ook in ons systeem is echter de partij die met een simpele meerderheid zou winnen de grootste partij en deze partij heeft ook de meeste (kans op) invloed in de politieke arena.

Ook realiseer ik mij dat niet iedere kiezer de partijen in exact in dezelfde volgorde zal plaatsen op zijn preferentiecurve, zeker indien hij zich ook laat leiden door zaken als religieuze oriëntatie of conservatisme versus liberalisme. Ook kunnen zommige stemmers aan het beide uiteinden van het spectrum het radicale alternatief aan de andere zijde van het spectrum prefereren. De daaruit voortvloeiende afwijkingen van de links-rechts-volgorde zullen m.i. echter niet dramatisch zijn. Voorts is niet gegarandeerd is dat deze ‘single peaked preference’ ook in de toekomst op zal gaan. Hetzelfde geldt echter voor de redenen die pleiten voor enig ander stelsel.

Zolang de Nederlandse kiezer zich grosso modo als links of rechts laat indelen, lijkt ons stelsel zelfs één van de best denkbare stelsels te zijn.

7 goodreads.com 22/04/2015 om 04:38

Diverse grote en kleinere gamers zijn omgekomen
in het spel niet de mogelijkheid om de sleutel binnen interpreteren .

8 HBJC Juridisch Advies 03/05/2015 om 21:47

Interessant idee, maar wij denken dat dit voorstel zal zorgen voor een nog lagere opkomst. Er zijn genoeg mensen die geen zin hebben of te lui zijn om een rondje in te kleuren. Dit zullen er nog veel meer worden als er per partij een beoordeling gegeven zal moeten worden.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: