(On)zinnige toepassing van de voorlopige hechtenis

door IvorenToga op 12/07/2013

in Rechtspraak, strafrecht

Post image for (On)zinnige toepassing van de voorlopige hechtenis

Het is bij de rechtbank Amsterdam lang gebruik geweest dat een advocaat die wilde weten hoe de raadkamer had geoordeeld over de voorlopige hechtenis een dag na de zitting belde met de betreffende griffier.

Optimistisch als meestal belde ik weer eens een keer zelf en het gesprek liep als volgt:

Ik: “Goedemorgen, u spreekt met Plasman, advocaat, ik bel even om te horen…”
Griffier: “Uw cliënt is gehouden”
Ik (verbaasd): “Weet u dan precies wie mijn cliënt is ?”
Griffier: “Nee, maar ze zijn allemaal gehouden, achter elke naam staat een H’tje”
(H van Houden)!

Dat “ze”, dat waren er nogal wat, 52 verdachten om precies te zijn.
52 vorderingen gevangenhouding toegewezen zonder een schorsingsbeslissing.
Opgemerkt moet worden dat de betreffende voorzitter niet de man was die een advocaat graag op zitting tegenkwam (inmiddels geniet hij van zijn pensioen) maar dit was toch wel erg gortig.

Niet lang daarna veranderde de procedure: de advocaat hoefde niet meer te bellen, hij werd gebeld wanneer de cliënt in vrijheid werd gesteld; een slimmerik had ingezien dat dit nogal wat belletjes scheelde.

Dit ter inleiding op de vraag of het niet eens tijd wordt niet alleen de belprocedure te veranderen maar de hele procedure rond de gevangenhouding efficiënter en daardoor ook minder frustrerend in te richten.

De eerste kiem van frustratie kan ontstaan bij de rechter-commissaris, wanneer deze meedeelt dat zijn beslissing “maar” voor tien dagen geldt. Er zijn verdachten die dan denken dat ze na tien dagen vrij komen. Aldus wordt de verwachting gewekt dat er snel een herkansing komt; die herkansing is uiteraard een feit maar vaker kansloos dan kansrijk.

Een van de nadelen van de bestaande procedure is dat de raadkamerbehandeling op een volstrekt willekeurig en daardoor voor de verdachte vaak verkeerd moment komt. De ervaren verdachte is niet het probleem. Die begrijpt dat hij toch wordt gehouden en die tekent af, wetende dat het aftekenen geen verschil uitmaakt. Anderen, waaronder de first offender, hebben vaak moeite met de boodschap “teken maar af”, “dat is toch onbeleefd en de rechter denkt dat het mij allemaal niets kan schelen”. Sterker, niet verschijnen en aftekenen werken als een bekentenis. De politie wil het aftekenen nog wel eens gebruiken om tweedracht te zaaien tussen cliënt en advocaat: “hij heeft zeker geen tijd voor jou”. Toch heeft zijn verschijnen geen zin als hij een van de 52 is en het dossier vol zit met ernstige bezwaren terzake een gewapende woningoverval.

Het zinloos verschijnen van de verdachte levert wel een hoop extra werk op en voor hem zelf een extra vervelende dag: transport, lang verblijf in de cellenruimte, frustratie en teleurstelling. Eenmaal in raadkamer zit hij in een rollenspel: “we gaan eerst luisteren naar de officier van justitie en dan naar uw advocaat die u zal verdedigen”. De frustratie neemt toe want die aangekondigde verdediging komt niet want er valt niets zinnigs te melden. Of het wordt een praatje om het verwachtingspatroon van de cliënt te volgen maar dan ontstaat het eerste moment dat de advocaat geen succes heeft met zijn “verweer”. En het is voor iedereen ronduit vervelend. Bovendien moet het allemaal razendsnel en vooral niet te diep ingaan op de feiten want “u weet meneer de raadsman dat dit niet de inhoudelijke behandeling is”. Maar de gehechte cliënt vindt dat het hier nu juist wel over de feiten moet gaan. Daar draait het toch om en bovendien, wat daarover in het dossier staat klopt helemaal niet en dat moet wel verteld worden. En wat gek, hier begint en eindigt de officier….

Nog dezelfde dag ontvangt hij de beslissing: 90 dagen.

De mogelijkheid om 30 of 60 dagen op te leggen, lijkt te vervagen: toen mijn kantoorgenoot laatst (subsidiair) voorstelde geen 90 dagen maar 30 dagen op te leggen omdat er belangrijke onderzoeksresultaten in aantocht waren werd dat weggewuifd met de mededeling dat hij dan zo nodig met een verzoek tot opheffing kon komen.

In ieder geval de rechtbank Den Haag verklaart inmiddels de verdachte niet-ontvankelijk in zijn tussentijds gedane opheffingsverzoek wanneer 90 dagen zijn opgelegd en er geen nieuwe feiten en/of omstandigheden naar voren worden gebracht.

De verdediging in strafzaken heeft steeds meer verantwoordelijkheid gekregen en er wordt een (pro)actieve opstelling verwacht, waarbij zelfs een fout van de rechter de verdediging kan worden aangerekend wanneer de verdediging niet op de fout heeft gewezen. Deze verantwoordelijkheid kan de verdediging ook gegeven worden als het gaat om de toepassing van voorlopige hechtenis.

Helaas zal de wetgever er aan te pas moeten komen maar het is niet moeilijk om bovenstaande bezwaren tegen de huidige gang van zaken weg te nemen. Als volgt.

De rechter-commissaris krijgt de bevoegdheid (een geschorste) gevangenhouding op te leggen voor de maximale duur van 100 dagen, maar kan daarbij een signaal afgeven door een kortere tijd te bepalen. Doet hij dat laatste dan kan de officier de zaak aan de (meervoudige) raadkamer voorleggen met een vordering verlenging tot 100 dagen.
De verdediging heeft de mogelijkheid op elk moment de (meervoudige) raadkamer schriftelijk en gemotiveerd te verzoeken de voorlopig hechtenis op te heffen dan wel te schorsen; doet de verdediging dat, dan dient een eventueel volgend verzoek nieuwe feiten en/of omstandigheden te bevatten, op straffe van niet-ontvankelijkheid.
Het openbaar ministerie wordt verplicht tijdig aanvullende stukken aan te leveren omdat het wegvallen van de thans verplichte raadkamerzitting tot “luiheid” kan leiden. Appelleren kan hetzelfde blijven.

In de hoger beroep fase vervalt de verplichte raadkamerzitting; een veroordelend vonnis levert van rechtswege de titel voor voorlopige hechtenis tot aan de behandeling in hoger beroep dan wel tot een eerdere VI-datum, waarbij de verdediging de mogelijkheid heeft tussentijds een opheffings- en/of schorsingsverzoek te doen. Dat het nu nog een raadkamerbeslissing is in plaats van “van rechtswege” is slechts een theoretisch verschil, vooral gezien de grond van artikel 75 lid 1 Sv.

Alternatief is de procedure die in ieder geval het hof Arnhem-Leeuwarden (lokatie Leeuwarden) volgt: de voorgeschreven raadkamerzitting wordt benut om een regiezitting te houden.

Nadelen zie ik niet, het wordt minder lopende band werk, de rechter commissaris kan zich niet meer verschuilen achter de komende raadkamer, er wordt minder zinloos werk gedaan en poppenkast blijft achterwege. Uiteraard zal er wat meer geregeld moeten worden, zoals de aanvullende vordering van artikel 67b Sv maar dat mag geen beletsel zijn.

O ja, toch een nadeel: de automatische toetsing van langere detentie door drie onafhankelijke rechters verdwijnt. U weet wel, die van 52 keer “Houden”.

Peter Plasman
Strafpleiter

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 ä.zecha 19/07/2013 om 17:36

Dat in Nederland een verdachte lang in “voorlopige” hechtenis wordt gehouden (een heuse Europese koploper) dringt maar druppelsgewijs door in onze nationale media.
Dat Nederlandse partijvertegenwoordigers die de bemensing en prioriteitenstelling van de keten van justitiële opsporingsambtenaren bepalen, zal m.i. mede van invloed zijn op de duur van de “voorlopige” hechtenis. De kwaliteit van het OM en de vele vals gebleken (i.e. van realiteitszin gespeend) geloof in de op de liberale markt aangeboden “digitaliseringsprojecten dragen m.i. mede bij aan de “onzinnige toepassing van de voorlopige hechtenis”. In dit kader mogen de schaars geworden affiniteit en respect voor vakbekwaamheid en menselijke waardigheid vanwege carrière gerichte partijpolitieke regelnichten in onze nationale ivoren torens niet onvermeld blijven.
a.zecha

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: