Ook 75 kamerleden kunnen geen kabinet wegsturen

door GB op 20/03/2012

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Ook 75 kamerleden kunnen geen kabinet wegsturen

Nu Brinkman vertrokken is uit de PVV-fractie hebben de tot nu toe samenwerkende fracties 75 zetels. Dat is nog genoeg voor het kabinet om te blijven zitten. Als ‘het lid Brinkman’ (groep-zijn is afgeschaft voor eenlingen) bij een motie van wantrouwen mee stemt met de oppositie in een voltallige vergadering, dan staken de stemmen. De motie is dan verworpen (artikel 72 RvO II). De vertrouwensregel wordt dan dus niet geactiveerd; het kabinet kan blijven zitten.

Hetzelfde geldt echter voor de begroting. Als daarover de stemmen ook staken, dan wordt ook de begroting verworpen. Dat zou wel grote problemen opleveren, maar kan nog altijd niet worden uitgelegd als een uiting van wantrouwen van de kamer in de richting van het kabinet. Nu het in de Eerste Kamer niet veel comfortabeler ligt, zijn we dichter bij het dualisme dan ooit te voren.

{ 5 reacties… read them below or add one }

1 ROVE (niet Karl) 20/03/2012 om 12:33

zozo, actueel zeg!

2 jit peters 21/03/2012 om 15:24

Het verwerpen van een begroting wil wel zeggen dat het vertrouwen in het kabinet ontbreekt en dan moet het kabinet opstappen. Daarvan zijn enige voorbeelden van in onze parlementaire geschiedenis.te vinden.

3 Martin Holterman 21/03/2012 om 17:30

Daar zou ik het bijna mee eens zijn. Ik zou het misschien iets anders formuleren. Maar me dunkt dat een regering die geen begroting door het parlement kan krijgen inderdaad weg moet.

4 Yoeri Roosendaal 21/03/2012 om 22:55

Als we het hebben over het verwerpen van begrotingen, dan moeten we wel heel ver terug in de parlementaire geschiedenis. De laatste keer dat een begroting verworpen werd, was in december 1919. Het ging toen om de begroting van Marine en de verwerping leidde tot het aftreden van minister Bijleveld (ARP). Het is echter maar de vraag of we hier echt de werking van de vertrouwensregel kunnen zien, want de verwerping geschiedde op inhoudelijke gronden. Minstens zo belangrijk zal zijn geweest dat een aantal ARP’ers voor de verwerping had gestemd.

Ik ben het met de auteur eens dat uit de verwerping van de begroting moet kunnen worden afgeleid dat het vertrouwen wordt opgezegd. Met deze oppositie zal dat wel steeds het geval zijn. Toch wringt het wat dat het staken van de stemmen bij de stemming over een begroting wel tot het aftreden van het kabinet zou moeten leiden, en het staken van de stemmen bij de stemming over een motie van wantrouwen niet. Zou de oppositie ook een motie van VERtrouwen kunnen indienen, die vervolgens door het staken van de stemmen niet als aangenomen kan worden beschouwd, met als gevolg dat het kabinet moet aftreden?

5 RvdW 22/03/2012 om 02:12

Er moet toch wel duidelijk worden onderscheiden tussen de activering van de vertrouwensregel en het aannemen van een motie van wantrouwen. Het laatste is één van de wijzen waarop het eerste kan worden bewerkstelligd, maar het is niet de enige wijze. Aangezien de vertrouwensregel geen vormvereisten kent, kan de Kamer ook door andere gedragingen doen blijken dat een minister of kabinet niet meer het vertrouwen van de meerderheid geniet. Me dunkt dat daar ook het uitbrengen van 75 stemmen voor een motie van wantrouwen toe behoort. De motie is dan weliswaar verworpen, maar het ontbreken van het benodigde vertrouwen om te kunnen regeren is onomstotelijk komen vaststaan.

De vereenzelviging van de activering van de vertrouwensregel met het slagen van een motie van wantrouwen zou inderdaad de door Yoeri Roosendaal geschetste absurde situatie mogelijk maken dat eenzelfde machtsverhouding in de Kamer zowel het ontbreken van vertrouwen als het ontbreken van wantrouwen kan aantonen.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: