Opening met staatsrechtelijk vuurwerk

door LD op 06/09/2013

in Grondrechten, Haagse vierkante kilometer

Post image for Opening met staatsrechtelijk vuurwerk

Op 10 september 2013 vergadert de Eerste Kamer weer voor het eerst na het zomerreces. Op de agenda staat een onderwerp dat de beoefenaars van het staatsrecht zal aanspreken: het niet uitvoeren van een door de Eerste Kamer aangenomen motie. Extra interessant is het gegeven dat het een motie betreft die probeerde nog wat te maken van het grotendeels weggewuifde advies van de Staatscommissie Grondwet. De motie in kwestie is de motie-Engels c.s. waarin – kort gezegd – de regering wordt verzocht in navolging van de Staatscommissie een voorstel te schrijven voor de formulering van een algemene bepaling in de Grondwet waarin wordt uitgedrukt dat Nederland een democratische rechtsstaat is. De motie werd breed gesteund, maar de fracties van VVD, CDA en SGP (samen goed voor 28 zetels) stemden tegen.

Hoe zat het ook al weer? De Staatscommissie Grondwet is ingesteld bij koninklijk besluit van 3 juli 2009. Zij kreeg de opdracht mee de regering te adviseren over de noodzaak tot wijziging van de Grondwet in verband met een reeks onderwerpen, waaronder de toegankelijkheid van de Grondwet voor burgers, de grondrechten in het digitale tijdperk, de verhouding nationaal recht-internationaal recht en de wenselijkheid van een preambule. In de aanloop naar de instelling van de Staatcommissie was er al flink geruzied en gekraakt, en was de opdracht al aanzienlijk beperkt. De Staatscommissie begon haar werkzaamheden onder niet al te gunstig gesternte, maar leverde niettemin in november 2010 een mooi rapport af. Daarin betoogde zij dat er inderdaad gegronde redenen kunnen zijn om de Grondwet op een aantal punten te wijzigen. Zo pleitte zij voor aanpassing, c.q. modernisering van de artikelen 7 en 10 Grondwet (uitingsvrijheid en bescherming persoonlijke levenssfeer), heroverweging van het toetsingsverbod van artikel 120 Grondwet, opneming van het recht op een eerlijk proces en toegang tot de rechter en toevoeging van een algemene bepaling over Nederland als democratische rechtsstaat. De Staatscommissie nam haar opdracht tamelijk ruim, want haar was bijvoorbeeld in het geheel niet gevraagd te adviseren over constitutionele toetsing.

Het eerste kabinet-Rutte reageerde in oktober 2011 op het rapport van de Staatscommissie. Minister Donner van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties liet weten dat het kabinet niet veel zag in alle wijzigingsvoorstellen. Gelegd langs de meetlat van de ‘constitutionele rijpheid’ bleef er volgens Donner maar weinig over van deze voorstellen. Daarom nam het kabinet alleen het advies over om het sterk verouderde artikel 13 van de Grondwet over het brief-, telefoon- en telegraafgeheim aan te passen. Dat artikel kon echt niet meer. Maar voor het overige werd de Staatscommissie, onder dankzegging voor haar bijdrage aan het publieke debat, te verstaan gegeven dat er onvoldoende aanleiding en urgentie was om meer aanpassingen door te voeren. Daarbij kon de minister dankbaar gebruik maken van het feit dat op veel punten de Staatscommissie blijk had gegeven van verdeeldheid. Een meerderheid van de Staatscommissie (zeven van de tien leden) wilde bijvoorbeeld toetsing van wettelijke voorschriften aan ongeschreven internationaal recht mogelijk maken en daartoe artikel 94 Grondwet aanpassen. Een minderheid van twee leden was daartegen en de opvatting van het lid Kortmann heb ik helaas niet terug kunnen vinden (p. 132-135 van het rapport). Binnen de meerderheid was ook weer onenigheid over de vraag of uitsluitend aan ius cogens getoetst zou mogen worden of aan álle ongeschreven internationaal recht. “Als de Staatscommissie zelf al twijfelt, niet doen!”, aldus de minister.

De Eerste Kamer besloot zich echter niet zomaar neer te leggen bij de kabinetsreactie. Na een schriftelijke vragenronde volgde in februari 2012 een plenair debat. In dat debat werden twee moties ingediend en vervolgens aangenomen. Naast de reeds genoemde motie-Engels c.s. betrof dit een motie-Lokin-Sassen c.s. waarin de regering werd verzocht het recht op een eerlijk proces voor een onafhankelijke en onpartijdige rechter in de Grondwet vast te leggen. Deze laatste motie werd zelfs door de voltallige Eerste Kamer gesteund. Verantwoordelijk minister Spies, de opvolger van minister Donner, zat hiermee in een lastig parket. Het kabinet beschikte niet over een meerderheid in de Eerste Kamer en het negeren van twee breed of zelfs unaniem gesteunde moties zou wellicht kwaad bloed kunnen zetten. Maar aan de andere kant had de minister de moties tijdens het debat sterk ontraden; het kabinet zat er echt niet op te wachten zijn afwijzende standpunt bij te stellen.

In april 2012 viel evenwel het kabinet, zodat de uitvoering van de moties op de lange baan geschoven kon worden. Demissionaire kabinetten behoren immers geen besluiten te nemen over dit soort precaire zaken. De Eerste Kamer kon daar voorlopig mee leven, maar was haar moties allerminst vergeten. Anderhalve maand na het aantreden van het nieuwe kabinet-Rutte II en vlak voor het kerstreces informeerde zij nog maar eens hoe de zaken ervoor stonden. De nieuwe minister Plasterk, toen nog zonder baard, antwoordde in januari 2013 dat de kwestie binnen het kabinet zou worden besproken. Daarna zou de Kamer zo spoedig mogelijk op de hoogte worden gesteld van de uitkomsten van het beraad. ‘Zo spoedig mogelijk’ bleek een enigszins rekkelijk begrip, want twee maanden later had de Eerste Kamer nog niets van de minister vernomen. Een nieuw rappel volgde, waarna de minister antwoordde dat de bespreking in de ministerraad in april of mei zou plaatsvinden. ‘April of mei’ betekende in dit geval echter ‘begin juni’. De toen verzonden brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bevatte goed en slecht nieuws voor de Eerste Kamer: de motie-Lokin-Sassen zou worden uitgevoerd, de motie-Engels c.s. echter niet. De regering zag daartoe geen dringende noodzaak.

De brief over het (niet-)uitvoeren van de moties staat nu geagendeerd voor plenaire behandeling op 10 september. Het is evident dat de Kamer zich in het debat kritischer zal betonen over het niet uitvoeren van de motie over de algemene bepaling dan over het wel uitvoeren van de motie over het recht op een eerlijke proces. Of het ook echt tot vuurwerk gaat leiden in de vorm van botsingen tussen Kamer en minister, c.q. kabinet, moeten we afwachten.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 2 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: