Opiniestuk over SGP laat enkele vragen open

door BM op 25/07/2012

in Europa, Grondrechten, Haagse vierkante kilometer, Rechtspraak, Uitgelicht

Post image for Opiniestuk over SGP laat enkele vragen open

De discussie over het vrouwenstandpunt van de SGP laait na de recente beslissing van het EHRM weer op. Dat is goed. Democratie leeft bij discussie. Zeker als de overheid in een onderdeel van het maatschappelijk leven gaat ingrijpen dat zij tot nu toe met rust heeft gelaten, moet er eerst zoveel mogelijk gesproken, weersproken, afgewogen, aanvaard en weer verworpen worden. Juristen mogen meedoen, net zoals alle burgers.

Juristen kunnen ook hun eigen opvatting thuis laten en hun bijdrage erop richten anderen bij de discussie te helpen: uitleggen wat het precieze probleem is en welke oplossingen denkbaar zijn. Dat ze de neiging hebben daarbij alles onnodig ingewikkeld te maken, vond Dominic Grieve, de attorney-general van Engeland, in het debat over het kiesrecht voor gevangenen vorig jaar niet: “The object of lawyers is to take people’s concepts and to try to navigate them to their correct destination, if at all possible.” Schitterende zin.

Allebei is natuurlijk het leukst: uitleggen hoe het zit en je eigen mening daaraan verbinden.

Wat de beslissing van het EHRM over de SGP-zaak betreft heb ik vooral zelf behoefte aan wat navigation. Het stuk van JU helpt al een heel end, juist omdat het ook een duiding van de merkwaardige omkering van procespartijen in de beslissing geeft.

Over het opiniestuk van prof.dr. Zwart in de Volkskrant van gisteren heb ik daarentegen nog een paar vragen. Ik geef steeds een passage uit Zwarts stuk, gevolgd door mijn vraag.

“De uitspraak van het EHRM overtuigt niet omdat het Hof niet duidelijk maakt waarom het standpunt van de SGP het passieve kiesrecht van vrouwen zou beperken. Kennelijk gaat het EHRM ervan uit dat je in ons land geen kandidaten kunt stellen zonder een politieke partij. Maar dat is niet het geval. De Kieswet geeft aan dat Nederland geen partijenstelsel heeft, maar een lijstenstelsel. Iedereen die aan de gestelde voorwaarden voldoet, mag een lijst indienen …”

Dat is inderdaad vreemd. Maar de Hoge Raad deed hetzelfde (ro. 4.4.2) en zelfs de Afdeling had het over “een nationaal democratisch staatsbestel als het Nederlandse, waarin politieke partijen in het kiesstelsel een centrale functie vervullen en de uitoefening van het passief kiesrecht afhankelijk is van het voor een vertegenwoordigende functie voorgedragen worden door zo’n partij”. Dat is formeel helemaal niet het geval. Volgens artikel H 1 van de Kieswet kan elke kiezer een kandidatenlijst indienen. Of Hoge Raad en Afdeling hebben de Kieswet verkeerd gelezen, of ze waren van mening dat partijen in Nederland wel de facto een monopolie op kandidaatstelling hebben. Zou het EHRM aan de hoogste rechters van Nederland de Nederlandse Kieswet moeten uitleggen? Kan Straatsburg beter dan de nationale rechter beoordelen of ons kiesstelsel de facto een partijenstelsel is? Of is het toch gepaster dat ze de uitleg van Hoge Raad en Afdeling gewoon overnemen?

“De uitspraak van het EHRM schiet ook tekort omdat het EVRM helemaal geen kiesrecht garandeert. Het bevat slechts de plicht voor de staten om periodiek geheime verkiezingen te houden. In de jurisprudentie is de claim dat daarin een kiesrecht kan worden gelezen terecht decennialang afgewezen. Pas de laatste jaren heeft het Hof deze bepaling opgerekt en daaruit een kiesrecht afgeleid.”

Deze kritiek gaat over artikel 3 Eerste Protocol. De Commissie vond die bepaling al in 1967 individueel inroepbaar, een paar jaar later ook in combinatie met het discriminatieverbod uit artikel 14. Het Hof volgde die lijn meteen bij de eerste gelegenheid en dat is al 25 jaar geleden. Is er andere jurisprudentie, misschien van nationale rechters, waar wel een breuk in zit?

“Ten slotte wijkt het EHRM in deze zaak plotseling af van het standpunt dat staten uiterst terughoudend moeten zijn in het beperken van politieke partijen omdat zij onmisbaar zijn voor het goed functioneren van een plurale en democratische samenleving. In de uitspraak Refah Partisi stelde het Hof dat zo’n beperking alleen gerechtvaardigd is als de partij in kwestie een gevaar oplevert voor de democratische rechtsorde. Dat is toch wel het laatste wat men van de SGP zou kunnen beweren.”

Refah Partisi ging over het ontbinden van een partij door de staat, wat alleen onder strikte voorwaarden mag. Dat is vooralsnog niemand in Nederland met de SGP van plan. En in Refah Partisi staat ook dat partijen zich aan de wet moeten houden: “[T]he Court considers that a political party may promote a change in the law or the legal and constitutional structures of the State on two conditions: firstly, the means used to that end must be legal …”. Vrouwendiscriminatie is illegaal. Aan de ene kant kan de SGP niet zomaar vanwege haar vrouwenstandpunt worden ontbonden. Aan de andere kant moet ze zich aan de wet houden en mag bijvoorbeeld haar campagnjebusje niet in het parkeerverbod neerzetten. Doet ze dat wel, dan kan de gemeente een boete uitdelen, ook al is een fout geparkeerd busje geen gevaar voor de democratische rechtsorde. Zit elke maatregel tegen de discriminatie (zoals eis voor minstens één vrouw onder de eerste vijf kandidaten, stopzetten subsidie) dichter tegen een ontbinding aan dan tegen een parkeerboete?

Ik hoop dat de lezers van dit blog mij met deze vragen kunnen helpen. Het meest welkom zou uiteraard hulp van prof.dr. Zwart zelf zijn.

{ 15 reacties… read them below or add one }

1 Rob Kooijman 25/07/2012 om 14:54

BM, het is heel simpel, voor wat betreft hetgeen nu moet gebeuren. Zie o.a.:”Donner kan SGP verder met rust laten” in de Volskrant vorig jaar.

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/1879106/2011/04/22/Donner-kan-SGP-verder-met-rust-laten.dhtml

2 CR 26/07/2012 om 10:37

Kooijman in het kort: de bepaling in het beginselprogram dat vrouwen geen kandidaat mogen zijn is in strijd met de wet en dus nietig, vrouwelijke SGP-leden kunnen dus gewoon kandidaat zijn. Niks aan de hand.
Het klinkt bijna alsof het klopt. Alleen heeft de SGP dat beginselprogram nog niet aangepast. Dat maakt het voor vrouwen toch wel bijzonder moeilijk om kandidaat te worden: met een gang naar de rechter maak je je nou niet bepaald populair binnen een partij, als diezelfde partij je op de lijst moet zetten.
Dat is nou precies het verschil dat het EHRM altijd maakt tussen “law in the books” en “law in practice”. Het beginselprogram is een strafbare vorm van discriminatie, en dat zou gewoon zo kunnen blijven, omdat het program nietig is? Dus de politie hoeft niet in te grijpen als ik iemand met de dood bedreig, want uitvoering van het dreigement is toch al strafbaar?

3 Rob Kooijman 26/07/2012 om 10:53

@CR

Nee, dat zeg ik niet. In 2006 nam de SGP het besluit dat het beginselprogramma “objectief recht” is. Het vriouwenstandpunt in het beginselprogramma is daarmee niet (slechts) een opvatting – die de SGP mag blijven verkondgen – maar een interne regeling waaraan leden juridisch zijn gebonden. Dat besluit is dus nietig. Met alleen dat besluit is er iets mis. Aan het beginselprogramma hoeft niets te worden gewijzigd, conform de eis van het Clara Wichmannfonds: vóór 1997 was er volgens het fonds niets mis met de interne regelingen van de SGP. Het vrouwenstandpunt in het beginselprogramma dateert al vanaf 1918.

4 BM 26/07/2012 om 13:08

@ Rob Kooijman
U lijkt ervan uit te gaan dat het probleem SGP-interne juridische belemmeringen waren, die sinds 2006 zijn opgeheven. Maar alle rechters die zich sinds de statutenwijziging in 2006 over de zaak hebben gebogen, zagen een heel ander probleem: wat de SGP in feite doet.

Het gerechtshof: “Uitgangspunt voor het hof is dat de SGP onderscheid maakt tussen mannen en vrouwen bij het passief kiesrecht en dat voor dat onderscheid geen objectieve rechtvaardiging bestaat. De SGP voorkomt effectief dat vrouwen zich verkiesbaar kunnen stellen voor de vertegenwoordigende colleges.” (5.1).

De Hoge Raad: “Aangezien aldus het kunnen uitoefenen van het passief kiesrecht het democratisch functioneren van de staat in de kern raakt, is onaanvaardbaar dat een politieke groepering bij het samenstellen van de kandidatenlijst in strijd handelt met een grondrecht dat de kiesrechten van alle burgers waarborgt” (4.5.5).

Het EHRM: “It makes little difference whether or not the denial of a fundamental political right based solely on gender is stated explicitly in the applicant party’s bye-laws or in any other of the applicant party’s internal documents, given that it is publicly espoused and followed in practice.” (76.)

Vindt u dat ze alle drie ongelijk hebben? Waarom?

5 Rob Kooijman 26/07/2012 om 14:19

@BM

Als de gewraakte discriminatie slechts geregeld is met een besluit, dan is dat besluit gezien de rechterlijke uitspraak ‘nietig’. De nietigheidsvraag is simpelweg niet aan de rechter voorgelegd. Het ging daar slechts om de vraag of de gewraakte discriminatie in strijd is met het recht. Men zou kunnen zeggen dat men heeft zitten slapen.
Uiteraard, de SGP moet vervolgens ook in haar praktisch functioneren handelen naar het juridische feit dat het bedoelde besluit nietig is.

6 GB 26/07/2012 om 14:52

“de SGP moet vervolgens ook in haar praktisch functioneren handelen naar het juridische feit dat het bedoelde besluit nietig is.”

Waarom eigenlijk?

En zijn we dan niet op precies hetzelfde punt: namelijk dat de SGP zijn program van beginselen moet aanpassen omdat ze op de huidige manier praktisch vrouwen buiten het passief kiesrecht houden, ook als duidelijk is dat elke vrouw die het lukt om aan te tonen dat ze enkel vanwege haar geslacht is geweigerd bij de rechter alles zal kunnen krijgen wat denkbaar is?

7 BM 26/07/2012 om 15:37

@ Rob Kooijman

A = de SGP discrimineert vrouwen bij het opstellen van haar kandidatenlijsten

B = de SGP regelt dat A

De rechter zegt tegen de Staat dat-ie iets tegen A moet doen. U zegt dat de Staat niets hoeft te doen omdat B niet meer het geval is. In dat argument klopt iets niet. U lijkt aan te nemen dat niet-B => niet-A. Maar ook tegen ongeregelde discriminatie moet de Staat iets doen.

8 Rob Kooijman 26/07/2012 om 21:21

GB,

Dat is elementaire privaatrecht. Interne regelingen van een vereniging (statuten, reglementen, besluiten) zijn juridisch bindende gedragsregels voor de vereniging. Als het beginselprogramma slechts een opvatting over de vrouw inhoudt – die SGP dus mag verkondigen – en geen gedragsregel inhoudt – het besluit daartoe is nietig – dan mag de SGP volgens haar interne regelingen vrouwen niet, omdat zij vrouw zijn, van kandidaatstelling uitsluiten. Dus, stelt een vrouw zich beschikbaar voor kandidaatstelling, dan mag de SGP haar volgens de eigen interne regelingen – nu het bedoelde besluit nietig is – niet afwijzen met als reden dat zij vrouw is.

9 Rob Kooijman 26/07/2012 om 23:37

BM,

De juiste redenering is deze.

De SGP discrimineert vrouwen bij het opstellen van haar kandidatenlijsten door haar interne regelingen c.q. door het beskuit dat het beginselprogramma objectief recht is. De rechter zegt tegen de Staat dat-ie iets tegen het discrimineren door de interne regelingen van de SGP moet doen.

Ik zeg dat de Staat niets meer hoeft te doen, omdat de Staat met art. 2:14 lid 1 BW heeft geregeld dat een besluit van een vereniging dat in strijd is met de wet c.q. met het vrouwenverdrag dat hier het zwaarst weegt, nietig is. Het besluit waarmee de gewraakte discriminatie is gereged, telt daarmee in juridische zin niet.

Mocht de SGP met haar nu niet-discriminerende interne regelingen een vrouw die zich beschikbaar stelt toch uitsluiten omdat zij vrouw is, dan handelt de SGP dus in strijd met haar interne regelingen. Dat zou ik dus ongeregelde discriminatie noemen. De Staat moet daar dan ook tegen optreden. Alleen: daarover ging de SGP-zaak niet. Het ging over de discriminerende interne regelingen van de SGP. En een concrete gediscrimineerde vrouw, i.e een concrete vrouw die zich beschikbaar stekde voor kandidaatstelling en tegen wie de SGP heeft gezegd dat ze wordt afgewezen omdat ze vrouw is, heeft zich (nog) niet gemeld.

10 BM 27/07/2012 om 00:35

“Het besluit waarmee de gewraakte discriminatie is gereged, telt daarmee in juridische zin niet.” Juist, maar dat daarmee de discriminatie SGP-intern ook meteen is verboden, dat zie ik niet. Een vereniging kan toch geen intern verbod tot stand brengen simpelweg door een tegenovergesteld gebodsbesluit te nemen dat nietig is…?

Los daarvan zegt u feitelijk dat het voldoende is als de SGP-regelingen niet uitsluiten dat vrouwen kandidaat-kandidates kunnen zijn, als er geen regel is die hun belet om voor een plek op de lijst mee te dingen. Toegegeven, sommige passages van de uitspraken kunnen zo worden gelezen. Maar andere volgens mij niet, zie boven en ook:

“Het hof tekent bij het voorgaande aan dat […] een situatie waarin de Staat tolereert dat vrouwen van het passief kiesrecht worden uitgesloten doordat een politieke partij hen niet op de kieslijsten plaatst, ook los van art. 7 aanhef en sub (c) in strijd is met art. 7 aanhef en sub (a) Vrouwenverdrag.” (Gerechtshof, 5.3)

11 Rob Kooijman 27/07/2012 om 02:24

BM, reactie volgt later.

12 GB 27/07/2012 om 09:40

@ Rob

Neen. Volgens mij gooi jij onrechtmatig handelen en juridisch nietig handelen (of wat daar op lijkt) op een hoop. Maar BM kan dat zo te zien veel beter onder woorden brengen. Ik verwijs naar hem.

13 a.zecha 28/07/2012 om 11:39

Bij de discussie over de uitsluiting van vrouwen om een democratische partij in de Staten Generaal te vertegenwoordigen, is het m.i. opmerkelijk dat de discussies worden geleid door aandacht voor wat de schriftgeleerden van Nederlandse en Europese wetgeving bedenken en vinden.
Deze vaststelling roept reminiscenties op naar hetgeen schriftgeleerden van oude en nieuwe testamenten, van de tora en van de koran en bijbehorende geschriften doen.
Wat bij de “religieuse” uitsluiting van vrouwen door de Staatkundige Gereformeerde Partij op basis van de bijbel opmerkelijk is, is de parelle “religieuse’ uitsluiting van vrouwen op basis van de koran.

Bij deze vaststelling dringt zich de vraag op of in onze seculiere democratische rechtsstaat op godsdienstige gronden met twee maten kan worden gemeten.
a.zecha

14 Rob Kooijman 30/07/2012 om 11:34

@BM, en ook GB

Als het besluit tot het uitsluiten van vrouwen, omdat ze vrouw zijn, rechtens nietig is, dan verplichten de overige besluiten, die vrouwen niet uitsluiten omdat ze vrouw zijn, vrouwen niet uit te sluiten omdat ze vrouw zijn. Een gebod dus.

Vrouwen die zich beschikbaar stellen, mogen dan dus niet, omdat zij vrouw zijn, worden afgewezen van de lijst. De passage van het hof, die u aanhaalt, “dat vrouwen van het passief kiesrecht worden uitgesloten doordat een politieke partij hen niet op de kieslijsten plaatst” moet uiteraard worden gelezen als “dat vrouwen van het passief kiesrecht worden uitgesloten doordat een politieke partij hen niet op de kieslijsten plaatst omdat zij vrouw zijn”.

15 Rob Kooijman 30/07/2012 om 18:36

N.B. Het moet dus zijn: Vrouwen die zich beschikbaar stellen, mogen niet worden afgewezen voor de lijst met als reden dat zij vrouw zijn. Beschikbare vrouwen kunnen om andere redenen wel worden afgewezen.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: