Opstappen, wegsturen en de ministeriële verantwoordelijkheid

door Ingezonden op 31/03/2011

in Haagse vierkante kilometer

De kern van het debat met onder andere minister Hans Hillen ging volgens redacteur Mark Kranenburg in de NRC om de ministeriële verantwoordelijkheid. Even verderop in het artikel staat: ‘conform de ministeriële verantwoordelijkheid is vervolgens aan de orde of bewindslieden bij gebleken ernstig falen daaruit politieke consequenties moeten trekken dan wel daartoe gedwongen worden’. Deze opmerking wringt met het leerstuk van de ministeriële verantwoordelijkheid.

De ministeriële verantwoordelijk is bepalend voor de wijze waarop het openbaar bestuur dient te worden ingericht. Het openbaar bestuur dient aan democratische controle onderworpen te zijn. Daarvoor is het van belang dat een ambt (niet een persoon) aangesproken kan worden. De kern van de ministeriële verantwoordelijkheid zit in het afleggen van verantwoording door het ambt van de minister ten overstaande van de Kamer(s), over de wijze waarop het algemeen belang wordt behartigd en hoe er invulling wordt gegeven aan de taken die aan het ambt verbonden zijn. Die verantwoordelijkheid is er altijd en daar dient de minister alert op te zijn.

‘Verantwoorden’ is in de context van de ministeriële verantwoordelijkheid breder en houdt niet alleen in om op commando van de Kamer ‘op te komen draven’ (op grond van de inlichtingenplicht). Ministers moeten hun beleid verdedigen, uitleggen of motiveren. Wat is noodzakelijk in het belang en ratio van de ministeriële verantwoordelijkheid (de kwaliteit van het landsbestuur)? Dat is van belang bij de verantwoording in het kader van de ministeriële verantwoordelijkheid.

De wijze waarop ministers dit doen is wel van belang voor de gevolgen die aan het verantwoorden kunnen worden verbonden. Maar het beoordelen van de minister is niet conform de ministeriële verantwoordelijkheid zoals wordt gesuggereerd. Het beoordelen van de wijze waarop verantwoording is afgelegd en dus hoe de minister met (al zijn) verantwoordelijkheden is omgesprongen betreft de vertrouwensvraag (en regel). De vertrouwensregel en ministeriële verantwoordelijk vormen gezamenlijk de wel bekende hoekstenen van onze parlementaire democratie, maar de vertrouwensvraag staat los van de ministeriële verantwoordelijkheid. Ook het doen of nalaten van de minister buiten de ministeriële verantwoordelijkheid om staat ter beoordeling van de Kamer. De vertrouwensregel functioneert wel als het sanctiemiddel op de ministeriële verantwoordelijkheid en zodoende is er natuurlijk een wisselwerking tussen deze fundamentele uitgangspunten. Maar daarmee is nog niet gezegd dat het wegsturen of opstappen van een minister conform en in het belang van de ministeriële verantwoordelijkheid is.

Het aftreden van de minister vormt de zweepslag voor de ambtelijke dienst, maar hoe dat precies ‘de aansporing voor het politiek onthoofde departement moet zijn om orde op zaken te stellen’ zie ik niet goed in. Daarvoor hebben we immers de minister, die staat aan het hoofd van het ministerie en draagt de verantwoordelijkheid voor het reilen en zeilen op het ministerie en voor de wijze waarop het is georganiseerd. Een stuurloos departement aan de vooravond van een missie naar Libië en Kunduz, maar ook de organisatorische herstructurering zijn daar in beginsel niet mee gediend, maar dat is het ook niet met een minister die dit alles niet in goede banen kan leiden.

Het feit dat de minister weggestuurd kan worden zou bepalend moeten zijn voor de ambtelijk dienst om de minister niet in de verlegenheid te brengen. Gebeurt dat wel dan is het aan de minister om op grond van de ministeriële verantwoordelijkheid hier maatregelen op te nemen. Als leidinggevende van het ministerie is hij (het ambt, niet de persoon) daarvoor verantwoordelijk. Kan de minister wel zijn topambtenaren aan? Hoe gaat hij om met de informatiestromen binnen zijn ministerie? Gaat hij ons (de Kamer) in de toekomst goed inlichten en welke aanpassingen gaat hij doorvoeren om de gesignaleerde problemen voortaan te voorkomen? Dat zijn de vragen waarmee het doel van de ministeriële verantwoordelijkheid gediend is.

Opstappen en wegsturen zijn politieke of soms persoonlijke beslissingen, de beoordeling van het optreden van de minister maakt als zodanig geen onderdeel uit van de ministeriële verantwoordelijkheid, maar dienen wel in dat licht te worden beschouwd! Maar met voortijdig weggestuurde op opstappende bewindslieden is de ministeriële verantwoordelijkheid en dus ook het algemeen belang in beginsel helemaal niet gediend.

Pieter van Tilburg, Masterstudent Staats- en Bestuursrecht UvA

{ 4 reacties… read them below or add one }

1 CS 31/03/2011 om 13:12

De laatste zin is m.i. wel wat kort door de bocht. Deze vlieger gaat in concrete gevallen misschien wel op, maar miskent de “zwaard van Damocles”- werking die uitgaat van de vertrouwensregel. Juist het gegeven dat bewindslieden weten dat dat zwaard wel eens op hun nek zou kunnen neerdalen, zou moeten waarborgen dat zij hun ministeriële verantwoordelijkheid serieus nemen. Wanneer dit zwaard er niet meer is, of wanneer het niet meer scherp snijdt, zou dit kunnen leiden tot uitholling van de ministeriële verantwoordelijkheid.

2 PvT 31/03/2011 om 13:55

@ CS
De bedoeling is niet om deze functie op te heffen noch in te perken. De vertrouwensregel is er en moet er in het kader van de parlementaire democratie zijn. Zonder deze zou de ministeriële verantwoordelijkheid inderdaad een lege huls (kunnen) worden. Daar staat tegenover dat door constant met het zwaard te gaan zwaaien het er niet scherper op zal maken. (Misschien dat in het kader van het belang van de ministeriële verantwoordelijkheid ogen van een stok achter de deur moet worden gesproken).
Het gaat er in de eerste plaats bij de ministeriële verantwoordelijkheid om dat informatie boven tafel komt, en dat daarop (indien gewenst of noodzakelijk) maatregelen worden genomen. Daarvoor kan het nodig zijn dat de minister opstapt (zoals Prof Van der Bergh ook wel bepleit) om de weg vrij te maken, maar m.i. is daar niet snel sprake van. Maar het is een oordeel van de Kamer en staat in het gebruik daarvan uiteraard vrij (maar dat is niet conform de ministeriële verantwoordelijkheid, maar de wijze waarop ons parlementaire stesel functioneert).

3 CS 31/03/2011 om 14:12

@ PvT
Je suggereert dat er nu constant met het zwaard gezwaaid wordt. Er wordt wellicht (te) veel met dat zwaard gezwaaid, maar door wie eigenlijk? Ik kan me toch niet aan de indruk onttrekken dat dit steeds door een of meerdere oppositiefracties gebeurt. Het is niet de Kamer (lees een Kamermeerderheid) als zodanig die dat doet. Daar zit nu juist het probleem. Bewindspersonen die een zwaard boven zich zien hangen, maar tegelijkertijd weten dat dat zwaard gezien de feitelijk monistische verhoudingen slechts in absolute uitzonderingsgevallen zal neerdalen, worden onvoldoende geprikkeld om daadwerklijk verantwoording af te leggen.

4 Paul Kirchhoff 04/04/2011 om 15:41

“Maar met voortijdig weggestuurde op opstappende bewindslieden is de ministeriële verantwoordelijkheid en dus ook het algemeen belang in beginsel helemaal niet gediend.”

Helemaal eens. Wrang voorbeeld was het opstappen van Minister Donner naar aanleiding van de Schipholbrand.
Donner was verantwoordelijk voor de ondeugelijke bouw van het detentiecentrum waarbij uit oogpunt van kostenbesparingen met geldende bouwvoorschriften de hand werd gelicht.
Justitie heeft ongeoorloofde druk uitgeoefend op de gemeente Haarlemmermeer om toch vooral soepel om te gaan met de vergunning verlening.
Of dat niet genoeg was heeft Donner vervolgens de weigering van de gemeente om na de brand opnieuw een vergunning af te geven omzeild met een Koninklijk Besluit, juridisch is Donner immers prima onderlegd.

Als daarna blijkt welke maatschappelijk en politiek on aanvaardbare rol deze minister heeft gespeeld treed Donner voortijdig af. Daarmee is iedere kans om deze minister voor zijn wanbeleid ter verantwoording te roepen verkeken.

Elf slachtoffers zonder criminele achtergrond die waren overgeleverd aan de Nederlandse staat hebben dit onverantwoorde gedrag van een minister met hun leven moeten bekopen.

De minister bleef door zijn aftreden uit de wind en kon zijn politieke carriere gewoon vervolgen met een ministerspost in het volgende kabinet.
Uitstekend geregeld die ministeriele verantwoordelijkheid.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: