Over de Grondwet die geen dijk mocht zijn

door Ingezonden op 01/03/2012

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Over de Grondwet die geen dijk mocht zijn

Internationaal verdragsrecht dat de Nederlandse rechtsstaat en politiek dicteert? Dat moet je niet willen! Dit lijkt de essentie van het voorstel tot het wijzigen van de Nederlandse Grondwet dat de VVD op donderdag 23 februari presenteerde. Het voorstel vertelt ons Nederlanders meer over onszelf dan wellicht op het eerste gezicht duidelijk is. De geschiedenis laat dit zien.

Het plan van de VVD past in een redeneertrant die al op 13 november 2010 in het NRC Handelsblad werd ingezet door jurist en publicist Thierry Baudet en sindsdien vaker in de media terugkeerde. Baudet voer uit tegen de Europese rechter in Straatsburg die op basis van een Europees verdrag ‘talloze nationale wetten en regelingen buiten werking stelt.’ In de ogen van de VVD, zo blijkt nu, huist het kwaad niet enkel buiten onze landsgrenzen; als je even niet oplet gaat zelfs de nationale rechter, op basis van internationale afspraken, voorbij aan Nederlandse rechtsnormen.

Deze expliciete kritiek op rechters die internationale afspraken laten prevaleren leidt in Nederland tot verontwaardigde reacties. Baudet werd na publicatie van zijn betoog onder andere ‘minimaal juridisch en historisch inzicht’ verweten (Henri de Waele 16 november 2010). Ties Prakken betichtte VVD-ers Blok, Dijkhoff en Taverne afgelopen zaterdag van ‘ultieme hypocrisie’ van het willen afschaffen van de mensenrechten. Hier wordt een open zenuw geraakt. Waar komt die vandaan?

‘Directe werking’ van internationale verdragen en zelfs de mogelijkheid om bij verdrag van de nationale Grondwet af te wijken, werden in 1953 door een overweldigende politieke meerderheid (de VVD incluis), heel bewust en expliciet tot constitutionele uitgangspunten verheven. Het besluit reflecteerde de breed gedragen parlementaire consensus dat ons land te klein en te kwetsbaar was – zoveel had de oorlog wel bewezen – om zich achter de eigen staatsrechtelijke dijken te verschansen. Voor het herstellen van welvaart en veiligheid, zo meenden velen, was Nederland aangewezen op internationale en vooral Europese partnerschappen. Het voor dit doel opofferen van juridische en politieke soevereiniteit werd niet als probleem beschouwd. Want wat kostte dit nu helemaal? Nederland had – zowel economisch als politiek strategisch – enkel te winnen bij het zich overleveren aan een internationale rechtsorde.

Deze grondhouding bepaalde lange tijd de Nederlandse opstelling in het Europese integratieproces. Toen het Europese Hof van Justitie zich in 1963 door de Nederlandse grondwetswijziging van 1953 liet inspireren en met het beroemde Van Gend en Loos arrest ‘directe werking’ tot een principe van Europees recht verklaarde, bleven politieke reacties in Nederland uit. In het parlement werd de uitspraak vooral gezien als een bevestiging van wat men in Nederland al vond: het principe diende Europa en dus Nederland en was dus goed.

Met de Nederlandse ijver om Europa groot te maken, groeide de macht van de Europese instituties. Het gevolg was dat Nederland vanaf de jaren tachtig steeds vaker tot de orde werd geroepen door Europese gerechtshoven. En – God betere het! – ook de nationale rechters lieten zich iets gelegen liggen aan de internationale verdragen waar Nederland zijn handtekening onder had gezet.

Vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw drong het daarbij tot de Nederlandse politieke gemeenschap door dat in 1953 aan het garanderen van aansluiting van de macht van de Europese instituties bij de politieke wil van het Nederlandse volk – en de veranderlijkheid daarvan – wel wat weinig aandacht was besteed. De juridische en politieke soevereiniteit die destijds als belemmering voor de ontwikkeling van Nederland was afgedaan, werd nu door een groeiende groep als een essentiële voorwaarde daarvoor aangemerkt. De kosten van het afstaan van soevereiniteit – de blinde vlek van de vroege jaren ’50 en de decennia die volgden – kwamen aan het licht.

De huidige discussie over de invloed van internationaal verdragsrecht op de Nederlandse rechtsorde moet in het licht van dit historisch bewustwordingsproces bezien worden. De heftige reacties over en weer weerspiegelen de worsteling van een politieke gemeenschap die geconfronteerd wordt met de genoemde centrale blinde vlek in één van de belangrijkste beleidsvelden van de afgelopen zestig jaar.

Jieskje Hollander is historica. Zij werkt voor de Rijksuniversiteit Groningen aan haar promotieonderzoek The incoming tide. Dutch reactions to the constitutionalisation of Europe, dat de relatie tussen de constitutionele identiteit van de Nederlandse politieke gemeenschap en haar benadering van het proces van Europese integratie als onderwerp heeft.

{ 5 reacties… read them below or add one }

1 Rob van der Hilst 01/03/2012 om 16:13

Indien de VVD met even veel temperament ook nog even het verbod uit de Grondwet weet te schrappen schrapt wetten (en alles wat daaruit voortvloeit) niet aan de Grondwet getoetst mogen worden, dan is het feest-democratie helemaal compleet. Leve het Constitutionele Hof, dat in het vervolg daarvan natuurlijk binnen de korste keren van de grond zal komen. En daardoor pas echt: leve de rechtstaat!

2 Mihai Martoiu Ticu 02/03/2012 om 09:10

Niet in alleen in Nederland maar ook heel Europa was het idee dat het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, inclusief het Hof, noodzakelijk was om te voorkomen dat Nationale staten in dictatuur zouden vervallen. In het Travaux praten ze daarover, hoe het ontstaan van nazisme en communisme, voorkomen moet worden door de staten aan externe regels te binden. Europese staten zouden ook via het verdrag een controlerend oog naar elkaar laten vallen.

En conceptueel gezien, dat is ook de logica van internationale mensenrechtenverdragen en rechtbanken: een extra drempel voor een staat. Precies zoals met de grondwet. Daarom hebben we een grondwet, zodat we in de wan van de dag, niet te makkelijk de rechten kunnen opgeven. De grondwet en de verdragen zijn zoals een juridische Odysseus. Odysseus beval zijn matrozen was in de oren te stoppen en liet zich vervolgens door zijn bemanning aan de mast van zijn schip vastbinden om aan het liefelijke gezang van de sirenen te ontkomen.

3 Richard Westerbeek 02/03/2012 om 11:22

Aangezien Nederland geen “Bill of Rights” heeft die de rechten van de burgers garandeert (slechts een Grondwet die ons rechten gunt, tenzij de wet anders bepaalt), is het alleen maar goed dat er een internationale rechtsorde bestaat die de uitwerking van nederlandse wetten wel weet te toetsen aan mensenrechten.

De vraag is intussen wel te stellen of de beeldvorming rond de correctie door europese rechtspraak niet juist de weg baant voor nationalisme en extreme partijen. Juist omdat dergelijke groeperingen (partijen) het beeld oproepen dat ons “recht” tot nationale zelfbeschikking wordt aangetast door Europa, maar daarbij wel bewust nalaten te melden dat die europese regels onze individuele vrijheden beter bewaakt dan onze nationale regels.

4 Mihai Martoiu Ticu 02/03/2012 om 12:35

“In the past four decades, criminal justice in the Netherlands has experienced profound transformations. The European Convention has broken through its traditional national isolation and has exposed it to new and unfamiliar concepts and ideas. The Convention has opened up the Dutch system to the world and forced it to adapt itself to international standards of fairness. In a way, one could say that the Dutch system of criminal justice has become less naïve, more sophisticated and more mature.”, B. Swart, “The European Convention as an Invigorator of Domestic Law in the Netherlands,” 26 Journal of Law and Society 38-53 (1999): p.52.

Kan iemand voorbeelden geven van uitspraken van het Hof die individuen in een slechtere positie hebben gebracht dan de nationale wetgeving?

5 a.zecha 09/03/2012 om 14:20

Om het artikel een iets ruimer kader te geven het navolgende.
1. De na-oorlogse partijvertegenwoordigers in parlement en regering voerden in de periode 1945 tot 1965 een heftige onderlinge partij-oorlog naast haar koloniale oorlogen tegen de door president Sukarno geproclameerde onafhankelijke staat Indonesia.
De eerste post-koloniale oorlog eindigde met het verlies van de “gordel van smaragd” minus Nederlands Nieuw-Guinea, die zeer rijk aan delfstoffen (o.a. goud) is.
De Nederlandse staat kreeg bovendien een ernstige reprimande van de US en de Veiligheidsraad omdat zij zich – via allerlei ingewikkelde constructen – niet hield aan gemaakte afspraken.
De tweede na-oorlogse koloniale oorlog werd gevoerd om het bezit van “Nederlands” Nieuw Guinea. Ook daar hield Nederland zich niet aan haar woord: ditmaal op VOC-wijze: met “onafhankelijkheidsbeloften” aan de autochtone bevolking.
De US en de VN dwongen Nederland tot bestuurlijke overdracht aan de republiek Indonesia.

2. Alle na-oorlogse partijvertegenwoordigers in parlement en regering waren het met elkaar eens om de “AMvB”, die in de periode 1940-1945 zeer goede diensten bewees bij het “besturen” van het Nederlandse volk, te blijven gebruiken en uit te breiden naar meerdere terreinen (nu tot zelfs voorbij onze voordeur).
De aantallen uitgevaardigde AMvB’s (die zonder enige parlementaire behandeling.werden opgesteld en ingevooerd!) namen zeer sterk toe. Inderdaad in democratisch opzicht een uitzonderlijke wijze om “besturen”.
Onder een democratische vlag wordt met dit construct de facto de burgers “bij decreet” “bestuurd”.
De periode na1965 kent vele “tsunamies” van AMvB’s; geen gebied des burgers bleef gespaard. Dat betekent in de praktijk: talrijke uitbreidingen van bestuursmacht en -terreinen.
Mijns inziens zullen vele AMvB’s een oordeel van het EHMR of een Constitioneel Hof niet overleven, althans niet ongewijzigd.

3. Tot besluit: het is m.i. evident dat onze nationale partijvertegenwoordigers niet om onafhankelijke internationale gezaghebbende instituties heen kunnen gaan en daarom op mediatrommels slaan.
Het is deswege voor burgers een hoopvol geluid, vermits het aangeeft dat onafhankelijk oordelende internationale gezaghebbende instituties onze persoonlijke grond-,mensen-, kinder- en burgerrechten inderdaad kunnen verdedigen.
a.zecha

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: