Overheidsfinanciering van religieus getinte activiteiten

door FTG op 05/10/2009

in Grondrechten, Haagse vierkante kilometer

Van der Staaij, Kamerlid voor de SGP, bepleit in een opiniestuk in Trouw een soepeler omgang met de scheiding tussen kerk en staat. Hij vindt de houding van overheden met betrekking tot dit vraagstuk te krampachtig. De krampachtigheid leidt er volgens hem toe dat organisaties als Youth for Christ van lokale overheden alleen hulp mogen verlenen, als zij hun christelijke achtergrond onzichtbaar houden.

Als dat waar zou zijn, dan lijkt mij dat een evidente schending van artikel 6 Grondwet (vrijheid van godsdienst) en trouwens ook van artikel 7 (vrijheid van meningsuiting). Maar het is niet waar. De eis dat Youth for Christ zijn christelijke achtergrond tijdens hulpverlening niet mocht uitdragen, was gesteld als voorwaarde bij het verlenen van een subsidie aan die club. En dat is natuurlijk heel iets anders. Het gaat dan niet meer om de vraag of een organisatie zijn levensbeschouwelijke standpunten mag uitdragen; dat is evident toegestaan. Maar het gaat om de vraag of de overheid, om haar neutraliteit te waarborgen, voorwaarden mag verbinden aan financiële ondersteuning. Dat lijkt mij eveneens toegestaan en bovendien zelfs wenselijk.

Dezelfde verwarring zie je bij de discussie over de vrijheid van onderwijs en homoseksuele leerkrachten. De huidige Algemene wet gelijke behandeling staat niet toe dat een leerkracht ontslagen wordt om het enkele feit dat hij homoseksueel is. In sommige christelijke kringen wordt het standpunt ingenomen dat een christelijke school de vrijheid zou moeten hebben om dergelijke leerkrachten te weigeren: zij moeten in eigen kring en op hun eigen scholen toch zelf kunnen bepalen wat een docent geschikt maakt en wat niet?

Op zich genomen is dat standpunt niet zo onredelijk. Bijzondere scholen worden echter gefinancierd door de overheid. Die dient in dit soort kwesties neutraal te blijven en zich te onthouden van het faciliteren van het maken van dit type onderscheid. Als scholen dat onderscheid wel willen maken, dan zouden ze moeten afzien van overheidsfinanciering.

Het is misschien sowieso wel een goed idee om de financiering van bijzondere scholen af te schaffen. Als mensen hun kinderen naar een school willen sturen waar een sterke nadruk ligt op het uitdragen van christelijke of islamitische waarden, dan ontlenen zij dat recht aan de vrijheid van godsdienst en onderwijs. Daar heb ik niet zo veel problemen mee. Ik zie alleen niet in waarom de overheid mee moet betalen aan dat type onderwijs.

Het afschaffen van de financiering van bijzonder onderwijs ligt in bepaalde kringen niet makkelijk. Vaak wordt dan naar de schoolstrijd verwezen. Het argument is dan dat de financiering van het bijzonder onderwijs een verworven recht is en de uitkomst van compromissen die destijds (zo’n negentig jaar geleden) ter beslechting van de schoolstrijd gesloten zijn. Daarom zijn we nu nog aan die compromissen gebonden. Dat argument begrijp ik nooit zo goed. Wat hielden die compromissen namelijk in? De confessionele partijen kregen de financiering van het bijzonder onderwijs, in ruil voor de steun van die zelfde partijen voor de invoering van het algemeen kiesrecht, waar ze aanvankelijk tegen waren.

Zijn die partijen dan nu ook nog alleen bereid het algemeen kiesrecht te accepteren, zolang het bijzonder onderwijs gefinancierd blijft? Willen ze het algemeen kiesrecht weer afschaffen als die financiering verdwijnt? Dat lijkt me toch niet. Hoogstens de SGP zou misschien af willen van het algemene vrouwenkiesrecht. Het argument dat er een verworven recht bestaat op de financiering van bijzonder onderwijs, omdat indertijd dat recht uitgeruild werd voor de concessie dat een algemeen kiesrecht ingevoerd zou worden, gaat alleen op als je ook nu nog tegen algemeen kiesrecht bent. Ben je daar voor, dan kan je niet meer naar de schoolstrijd verwijzen.

{ 3 reacties… read them below or add one }

1 JAdB 05/10/2009 om 16:17

Zowat elke (Grond)wetswijziging houdt het terugkomen op eerdere politieke oordelen en besluiten in. Dat voorheen bepaalde politieke keuzes zijn gemaakt, is geen reden om jezelf daaraan gebonden te achten. Politici die niet na willen denken over de financiering van het bijzonder onderwijs ontlopen dan ook hun verantwoordelijkheid als wetgever, en ook het inhoudelijke debat, trouwens.

2 WdH 05/10/2009 om 17:32

Hoewel ik FTG een eind kan volgen, toch enkele vragen.

Is het nu werkelijk zo erg als door de overheid gesubsidieerde, religieus geinspireerde clubs die inspiratie uitdragen? In het geval van Youth for Christ: ik ben het met FTG eens als Youth for Christ de afnemers van de hulp (wat voor hulp eigenlijk?) zou dwingen tot bekering dan wel het aanhoren van zendingsboodschappen.

Maar stel nu dat de afnemer niet wordt gedwongen zich te bekeren en er zelf geen bezwaar tegen heeft dat Youth for Christ zijn inspiratie uitdraagt? Komt daarmee de neutraliteit van de Staat werkelijk in gevaar? Ervan uitgaande dat diezelfde Staat aan alle subsidieontvangers (door wat dan ook geinspireerd) dezelfde eisen stelt.

Iets anders is nog de vraag wat de vrijheid van godsdienst waard is (letterlijk) als een beroep daarop een categorische uitsluiting van publieke middelen betekent.

3 Anonymous 06/10/2009 om 08:23

Ik zie niet in waarom de overheid de facto zou mogen bepalen (middels subsidieinstrument) welk onderwijs kinderen ontvangen.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: