Paddoverbod

door GB op 05/05/2009

in Uncategorized

Het rookverbod mag dan wankelen, het paddoverbod staat nog fier overeind. Het Gerechtshof Den Haag besloot een tijdje geleden het paddoverbod niet ‘buiten werking’ te stellen. Dat kan in kort geding, mits – onder andere – de betrokken regeling ‘onmiskenbaar onverbindend’ is. Net als in de uitspraak over het rookverbod begeeft de rechter zich op politiek sterk geprofileerd terrein. Dat maakt de uitspraak interessant om hier te analyseren.

Allereerst mag op deze weblog natuurlijk niet onvermeld blijven dat het gerechtshof wel heel kort door de constitutionele bocht gaat als het schrijft: ‘AMvB-wetgever (hierna: de minister)’. Maar er valt veel meer over te zeggen.

Lees verder

Het ‘paddoverbod’ bestaat in technische zin uit de plaatsing van een aantal stoffen/paddestoelen op lijst II, behorende bij de Opiumwet. Artikel 3a lid 2 van deze wet vestigt de mogelijkheid om ‘bij AMvB’ de bij de Opiumwet behorende lijst uit te breiden, als sprake is van bewustzijnsbeinvloeding en van mogelijke schade voor de volksgezondheid. Een lijst die oorspronkelijk tegelijk met de wet is vastgesteld kan dus bij AMvB worden aangevuld.

Vlos (de belangenclub voor smartshops) voert aan dat deze constructie juridisch niet houdbaar is. Als je ervan uitgaat dat de ‘lijst’ onderdeel is van de formele wet, dan kan je de lijst niet zomaar uitbreiden. Dat moet je dan ook bij formele wet doen. Juridisch voeren ze strijd met artikel 81 van de Grondwet en strijd met de Aanwijzingen voor de regelgeving aan. Dat laatste is (uiteraard) kansloos, want die Aanwijzingen heten niet voor niets aanwijzingen. Opleuken met de opmerking dat de aanwijzingen in kwestie ‘aansluiten bij art. 81 Grondwet en dat zij moeten worden bezien in het licht van de algemene rechtsbeginselen van de scheiding der machten en de checks and balances’ staat leuk maar maakt de kern van de zaak niet anders. Artikel 81 Grondwet is meer van belang.

Bij de voorzieningenrechter in eerste aanleg stuit het argument van de juridische onhoudbaarheid af op het constitutioneel toetsingsverbod. Uiteindelijk is het de wetgever die in de Opiumwet voor deze constructie heeft gekozen, en de Opiumwet mag niet aan de Grondwet worden getoetst. Wellicht zijn de advocaten zo intelligent geweest om aan te voeren dat niet de Opiumwet maar de betrokken AMvB aan de Grondwet moest worden getoetst. Maar daar steekt het hof een stokje voor. Het betoog van Vlos komt er toch ‘in wezen op neer’ dat de Opiumwet gezien de Grondwet niet had mogen bepalen wat ze bepaalde. ‘Tegen die achtergrond is er geen ruimte voor de rechter om de AMvB waarbij het paddoverbod is ingevoerd wel aan de Grondwet te toetsen.’ Daarmee is hier een voorbeeld gegeven waarin toetsing van een wet ‘over de band van een AMvB’ niet is toegestaan.

Dit doet – terzijde – denken aan de constructie waarin ‘bij AMvB’ van de wet kan worden afgeweken. Dat gaat nog verder dan aanvullen. N.a.v. motie Jurgens wordt daar nu grotendeels een einde aan gemaakt.

De gekozen constructie is dus geen probleem. Maar dat wil niet zeggen dat die constructie zomaar gebruikt mag worden. De Opiumwet eist dat deze middelen ‘het bewustzijn van de mens beïnvloeden en bij gebruik door de mens kunnen leiden tot schade aan zijn gezondheid en schade voor de samenleving.’ Het hof zal moeten toetsen of deze regel onmiskenbaar overtreden is, zij het dat de rechter in kort geding ‘een terughoudende opstelling moet kiezen.’

De regering heeft beoordelingsvrijheid bij de vraag wanneer is gebleken van schade voor gezondheid en maatschappij. Er bestaat geen eis tot het geven van een wetenschappelijke onderbouwing. Die heeft de Staat ook niet. In plaats daarvan beschikt de Staat over een aantal incidenten waarbij paddogebruik in het spel was. Voor het verband daartussen wijst de Staat op de mening van Griffiths. Griffiths? Ja, de ‘hoogleraar die uitgebreid onderzoek naar de effecten van psilocybin heeft gedaan.’ Daarom ‘kunnen zijn vermoedens niet zonder betekenis zijn, om te beoordelen of de incidenten die zich voordoen inderdaad een causaal verband vestigen.’

Op deze manier gaat het nog even door, totdat het Hof vaste grond vindt om een conclusie op te baseren: ‘Het frequent voorkomen van paniekaanvallen is echter wel wetenschappelijk aangetoond. Dat paniekaanvallen in bepaalde ongunstige omstandigheden tot gevaarlijk gedrag kunnen leiden ligt enigszins voor de hand, daarvoor wordt ook door Griffiths gewaarschuwd. Daarnaast zijn er meerdere ernstige incidenten waaraan paddogebruik vooraf ging. Opvallend vaak is daarbij sprake van gebruikers die menen te kunnen vliegen of om andere redenen uit het raam of van een brug afspringen. De minister kon hieruit binnen de beoordelingsruimte die art. 3a lid 2 Opiumwet biedt de conclusie trekken dat de incidenten door de paddo’s zijn veroorzaakt.’

Het Hof trekt zich dus op vele fronten terug. Het moet om onmiskenbare strijd met de wet gaan, de toetsing is ‘terughoudend’ en er is sprake van een beoordelingsvrijheid waarin betekenis mag worden verleend aan vermoedens. Veel rechtsbescherming blijft er dan niet over. Terwijl het natuurlijk wel de vraag is of er bij de regering geen andere motieven heeft dan alleen de bezorgdheid om toeristen die denken te kunnen vliegen. Zulke andere motieven zijn geen schande, maar die moeten dan geexpliciteerd worden. Dat is beter dan dat ze verscholen blijven achter het voordeel van de wetenschappelijke twijfel.

De liefhebbers van de paddo’s hebben inmiddels al een andere route gevonden. Paddogebruik komt ook voor in eeuwenoude religies (bijv. sjamanisme) zodat de ‘terugkeer van religie in het publieke domein’ wel weer een nieuwe boost zal krijgen. Misschien kunnen ze intrekken bij de rokerskerk.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: