Parlementaire ongehoorzaamheid

door MN op 02/04/2013

in Haagse taferelen, Uitgelicht, Varia

Post image for Parlementaire ongehoorzaamheid

Rondom de inhuldiging van de koning worden momenteel allerlei staatsrechtelijke rookgordijnen opgetrokken. Diverse kamerleden voelen er weinig voor een eed of belofte van trouw aan de in te huldigen koning uit te spreken. Ze menen dat ze bij de aanvaarding van hun kamerlidmaatschap voldoende loyaliteit hebben gezworen, of ze hebben republikeinse bezwaren tegen de regeringsvorm. Erkend republikein en P&P-gastschrijver Voermans verleende staatsrechtelijke munitie voor het verzet met een wel heel avontuurlijk betoog over de verhouding tussen Grondwet en Statuut. SP’ers Karabulut en Fashir zullen hun toegangskaartjes voor de Nieuwe Kerk ongebruikt laten, terwijl Partij voor de Dieren-politici Thieme, Ouwehand en Koffeman er in de Nieuwe Kerk het zwijgen toe zullen doen. Vorige week meldden ook vier GroenLinksers (Voortman uit de Tweede Kamer en Strik, De Boer en Ganzevoort uit de Eerste Kamer) zich aan als lid van het geen-Eedgenootschap.

Het relletje is aangewakkerd doordat twee Eerste Kamerleden vragen hebben gesteld aan de minister-president. Deze parlementariërs informeerden bezorgd of de af te leggen eed of belofte de handelingsvrijheid van volksvertegenwoordigers zou beperken, en of voor het afleggen van belofte of eed een staatsrechtelijke verplichting bestaat. In zijn antwoorden op de vragen heeft de minister-president bijzonder onhandig geopereerd door te stellen dat de inhuldigingsverklaring “geen zelfstandige juridisch-constitutionele betekenis” toekomt. Veeleer zou de belofte of eed uiting geven aan hoe fijn koning en volk het samen hebben in het koninkrijk. Aan niet-naleving van de wet zijn geen gevolgen verbonden, aldus de premier.
Dat laatste zinnetje is, zoals viel te verwachten, een eigen leven gaan leiden. Her en der wordt het ontbreken van een sanctie nu uitgelegd als zou de minister-president hebben gesteld dat Kamerleden zich niet aan de wet hoeven te houden. Daarmee dreigt de ceremonie van de 30ste april een hopeloos dubbelzinnig karakter te krijgen: tijdens de hoogmis van organen die het hier voor het zeggen wordt uitgedragen dat wie het zo uitkomt zich weinig hoeft aan te trekken van wat vorst en parlement hebben bepaald. Zo wordt de symboliek bij voorbaat krachteloos gemaakt. Ondertussen probeert voorzitter De Graaf in een alleszins overtuigend maar voor deze gehypete kwestie veel te redelijk exposé er nog het beste van te maken.

Ik (en niet alleen ik) heb moeite met de opstelling van de weigerachtige kamerleden. Als ze menen dat het ongewenst is om bij de inhuldiging trouw aan de koning en hun ambt te zweren of beloven, dan staat het hen vrij daartoe de koninklijke weg (!) van het initiatiefrecht te gaan. Zolang ze die weg niet met succes hebben bewandeld legt de wet hen een verplichting op. Dat daar geen grondwettelijke grondslag (meer) voor bestaat doet in het geheel niet ter zake. Die is er immers ook niet voor subsidiëring van politieke partijen of het stakingsrecht – kroonjuwelen die links vast niet wil opgeven.

{ 12 reacties… read them below or add one }

1 CR 02/04/2013 om 16:24

Wat moet een mens hier nou weer van vinden? Sommige dingen doe je alleen zolang het leuk is. Als een kamerlid die extra eed een probleem vindt, wat is er dan op tegen dat hij die niet aflegt? Dat het een wettelijke plicht is? Maar het gaat niet om een wettelijke plicht: er is geen rechtsgevolg of sanctie aan verbonden, de wet herhaalt alleen een aardige traditie. Wie de jarige niet wil toezingen, hoeft dat ook niet te doen, en verplicht meezingen is niet meer gezellig.
Zullen we nu weer eens echte problemen gaan oplossen?

2 MN 02/04/2013 om 17:59

Maar het gaat niet om een wettelijke plicht: er is geen rechtsgevolg of sanctie aan verbonden.

Het een volgt niet uit het ander. Er zijn veel wettelijke verplichtingen die niet worden gesanctioneerd, bijvoorbeeld omdat er geen handhavingscapaciteit is, of omdat er geen sanctie is. Dat doet niets af aan de verbindendheid van het overtreden voorschrift.

3 Cobe 02/04/2013 om 18:43

Dat is dus maar de (kern)vraag, tenzij je ervan uitgaat dat een norm slechts verbindt wanneer deze in een wettelijk voorschrift is gegoten en geen acht slaat op de effectiviteit ervan. Niet-naleving roept in elk geval de (eeuwige) verbindendheid van het voorschrift ter discussie.

4 Yoeri Roosendaal 02/04/2013 om 18:47

@CR

Dus als er geen rechtsgevolg of sanctie is, is het geen wettelijke plicht? Dat kan toch niet de bedoeling zijn. Tweede Kamerleden moeten van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer hun nevenfuncties en de inkomsten daaruit openbaar maken. Politieke partijen moeten volgens de Wet subsidiëring politieke partijen bepaalde giften openbaar maken. In beide gevallen volgt geen sanctie bij niet-nakoming van de wettelijke plicht. Maar dat maakt niet dat geen sprake meer is van een wettelijke plicht. We gaan hier toch ook niet zeggen dat de wet alleen maar een aardige traditie vastlegt en dat verplicht openbaar maken niet gezellig is?

Er is best wat voor te zeggen het hele inhuldigingsritueel anders te doen. Maar in 1992 is er unaniem voor gekozen het zó te doen. MN stelt terecht dat Kamerleden die het graag anders hadden gewild voldoende tijd hadden voor een initiatiefvoorstel. De escape van het wegblijven staat ook nog altijd open, want als je tijdens een inhuldiging niet datgene wilt doen waar de ceremonie voor bedoeld is, namelijk inhuldigen, wat doe je daar dan nog in die Nieuwe Kerk?

5 CR 03/04/2013 om 09:21

Volledig citeren graag. Ik schreef: “Maar het gaat niet om een wettelijke plicht: er is geen rechtsgevolg of sanctie aan verbonden, de wet herhaalt alleen een aardige traditie.” Die eed is net zoiets als het LEVE DE KONINGIN na afloop van de Troonrede. De geldigheid van een norm hangt inderdaad niet af van de handhaafbaarheid, maar het ontbreken van sancties is in dit geval een extra aanwijzing dat het niet gaat om een juridische verplichting.
Als de eed is bedoeld om de verbondenheid met het koningshuis tot uitdrukking te brengen, dan ben ik blij met de republikeinse Kamerleden die, namens mij als burger, tot uitdrukking brengen dat sommigen zich niet zo verbonden voelen met het koningshuis. En daarmee weigeren een mening te verkondigen die zij niet hebben – u weet wel, vrijheid van meningsuiting. Ook dat hoort bij het ceremonieel (zoals Alexander met de zelf geregelde rookbommen op zijn trouwdag verwees naar de rookbommen op 30 april 1980).

6 JH 03/04/2013 om 11:54

@CR
‘Het herhalen van een aardige traditie’ klinkt wel heel frivool. De gekozen vorm: een rijkswet, en de wijze van formuleren: een voorschrift, wijzen toch op een meer verplichtende betekenis. Ik kan het alleen maar eens zijn met MN, een initiatiefvoorstel als stellingname had meer voor de hand gelegen. Als de Tweede Kamer de wet al niet wil uitvoeren, wie dan nog wel?

7 Yoeri Roosendaal 03/04/2013 om 17:53

Kamerleden die échte republikeinen zijn, zitten op 30 april niet in de Nieuwe Kerk, maar staan op het Plein der Republiek (voorheen Koningsplein) te demonstreren tegen de monarchie. De volksvertegenwoordigers die menen wél in de Kerk te moeten gaan zitten, maar niet wensen deel te nemen aan de door de wet geregelde inhuldiging, laten het volk dat zij vertegenwoordigen zien dat de wet kennelijk vooral voor het volk geldt, niet zozeer voor de volksvertegenwoordiger.

8 JU 07/04/2013 om 11:14

Je kunt een heleboel morele verhalen ophangen over de vraag of het moreel beter is om die eed wel of niet uit te spreken, en of je dan in de Nieuwe Kerk moet zijn of niet, maar MN legt een harde juridische claim op tafel: ook Kamerleden zijn aan de wet gebonden (ook, inderdaad, als daaraan geen sanctie is verbonden), en als zij het met de inhoud van die wet niet eens zijn dan moeten zij ‘m maar veranderen.

Klopt dat?

Ik denk het niet. Laten we de inhoud van de wet even veranderen. Er staat nu dat Kamerleden zweren of beloven dat zij zich nooit tegen abortus zullen verzetten. Betekent dit dat elke SGP’er deze eed moet zweren, en dat, als hij het daarmee niet eens is, hij intrekking van de wet maar moet voorstellen? Dat wordt nogal precair, gegeven het feit dat parlementaire meerderheden dan kunnen gaan bepalen hoe individuele Kamerleden hun bevoegdheden gaan uitoefenen.

Betekent dit nu dat Kamerleden nooit aan de wet gebonden zijn? Nee, het cruciale verschil is volgens mij de vraag of een Kamerlid als particulier of in zijn capaciteit als Kamerlid functioneert. In dat laatste geval willen wij – Wim Voermans heeft daar in de Volkskrant wat mij betreft terecht op gewezen – dat hen geen last wordt opgelegd. En die eed is, hoe mild je hem ook wilt uitleggen, toch op zijn zachtst gezegd moréél wel als last te beschouwen.

9 Henk 07/04/2013 om 16:23

@ JU,

Wordt de eed voor het kamerlidmaatschap zelf niet op de Grondwet afgelegd? Betekent dit, dat deze kamerleden daarmee afzien van elk voorstel de Grondwet te wijzigen? Kamerlid ben je krachtens je verkiezing, dus die beëdiging is ook niet als particulier maar als kamerlid.

10 Yoeri Roosendaal 07/04/2013 om 17:31

@ JU

Dat de meerderheid de minderheid gaat dicteren is puur een theoretisch scenario. De ‘eed’ waar we het hier over hebben stond tussen 1814 en 1983 in de Grondwet en is zonder grote wijzigingen in de Wet van 1992 opgenomen, waar overigens niet één Kamerlid tegen heeft gestemd (ook Erik Jurgens niet, die dat kennelijk even was vergeten getuige zijn recente kritische stukje in de krant).

Maar wat belangrijker is: geen Kamerlid is verplicht straks in de Nieuwe Kerk aanwezig te zijn. Daar gaat de discussie ook niet over. Als je vreest voor een ondraaglijke morele last, kun je wegblijven. De vraag is: áls je aanwezig bent, moet je dan de in de wet genoemde plechtige verklaring beëdigen of bevestigen? Het lijkt mij juridisch correct die vraag met ‘ja’ te beantwoorden, gelet op de tekst van de wet. Maar ik stelde ook de meer inhoudelijke vraag: waarom kom je naar een inhuldigingsvergadering als je niet wilt inhuldigen, het enige doel van deze vergadering?

En nog een vraag: mag de voorzitter van de verenigde vergadering wél aanwezig zijn, maar vervolgens weigeren de plechtige verklaring voor te lezen? Of deze wel voorlezen, maar vervolgens weigeren deze door een eed te laten volgen? Wie aanneemt dat van een wettelijke verplichting (ook hier!) geen sprake kan zijn, of dat nu is vanwege het ontbreken van een sanctie of vanwege het lastverbod, zal die vragen toch met ‘ja’ moeten beantwoorden. De voorzitter is óók kamerlid.

11 JU 08/04/2013 om 16:51

@ Henk

De eed op de Grondwet is wat mij betreft andere koek. De Grondwet voorziet in een wijzigingsprocedure. Dat betekent dat de eed op de Grondwet vooral betekent dat men belooft of zweert dat men veranderingen op de constitutionele manier nastreeft. Dat is een groot verschil met zweren op de rechten van een ambt of een persoon.

@ Youri

Zeker, het is theoretisch. De hele discussie is theoretisch. Het idee dat het Koningsschap of de wetsidee het moeilijk krijgen als gevolg van deze weigering is net zo theoretisch. En als we nu wél met grote vrees moeten vrezen voor het naleven van de wet in Nederland, dan zullen we toch ook nog weer eens even naar de weigerambtenaar moeten kijken. Dus wat we hier allemáál zitten te doen is elkaar de oren wassen met principiële en theoretische argumenten.

Ik ben het tot slot niet eens met het argument dat ‘je altijd weg kunt blijven”. Het is een bijzondere vergadering van de Staten-Generaal. Waarom zouden leden van de Staten-Generaal weg moeten blijven van hun eigen vergaderingen alleen maar omdat zij een bepaalde eed niet zouden wensen af te leggen. Laat de Koning wegblijven als hij het niet accepteert dat bepaalde mensen de eed niet afleggen.

En tot slot, ook niet-republikeinen kunnen moeite hebben met een eed als deze. Het lijkt mij wat zwart-wit te stellen dat iedereen die tegen deze eed is, automatisch ook tegen het Koningsschap of deze inhuldiging is. Dat ik niet een zo vaag geformuleerde eed omtrent het handhaven van de rechten van het koningsschap, voor mijn rekening zou willen nemen, wil toch niet zeggen dat ik geen belang hecht aan de inhuldiging of aan het daarmee verbonden ceremonieel.

12 Yoeri Roosendaal 08/04/2013 om 21:56

“En als we nu wél met grote vrees moeten vrezen voor het naleven van de wet in Nederland, dan zullen we toch ook nog weer eens even naar de weigerambtenaar moeten kijken.”

Goed plan, de weigerambtenaar is een gedrocht, maar dit terzijde. Waar ik moeite mee heb, is dat Kamerleden menen duidelijke wettelijke verplichtingen naast zich neer te kunnen leggen. Zij hebben bij uitstek een voorbeeldfunctie. Met initiatiefwetsvoorstellen en moties die oproepen tot wetswijziging kunnen zij deze wettelijke verplichtingen bijbuigen. Al tien jaar hangt in de lucht dat Beatrix troonsafstand zal doen, maar nu pas zijn er klachten over een tekst die, hoe je het ook wendt of keert, al sinds 1814 geldt. Of het wetsidee nu gevaar loopt of niet, is niet relevant. Ik verwacht voorbeeldig gedrag van mijn volksvertegenwoordigers.

“Het is een bijzondere vergadering van de Staten-Generaal. Waarom zouden leden van de Staten-Generaal weg moeten blijven van hun eigen vergaderingen alleen maar omdat zij een bepaalde eed niet zouden wensen af te leggen.”

Omdat die eed één van de maar liefst twee onderdelen van die vergadering is. De hele vergadering heeft slechts twee doelen: beëdiging en inhuldiging van de Koning. Meer smaken zijn er niet. Als je alleen het eerste gedeelte prima vindt, loop dan tenminste weg bij het tweede gedeelte. En als je blijft, speel dan de rol die de wet voor je heeft vastgelegd. Overigens lijkt me de stelling dat het hun ‘eigen’ vergadering is in zoverre niet correct dat de wet nauwkeurig vastlegt wat er wel en niet kan gebeuren tijdens deze vergadering. Kamerleden kunnen bijvoorbeeld niet het woord vragen of interrupties plegen en er worden ook geen besluiten genomen. Er geldt een strak scenario. De vergelijking met een doorsnee vergadering gaat dus mank. Een Kamerlid dat op 30 april een motie wil indienen omdat het ‘zijn’ vergadering is, wordt uitgelachen. En terecht.

“Het lijkt mij wat zwart-wit te stellen dat iedereen die tegen deze eed is, automatisch ook tegen het Koningsschap of deze inhuldiging is.”

Dat is inderdaad zwart-wit, maar ik heb dit niemand horen of zien zeggen. Ikzelf heb slechts gezegd dat echte republikeinen sowieso niet in de Nieuwe Kerk zouden moeten zijn.

Tot slot nog dit. Het hele argument dat we met de wettelijke verplichte eed over het handhaven van de rechten van het koningschap een morele last op de schouders van Kamerleden leggen, vind ik nogal gekunsteld. Maar de stelling is vrij gemakkelijk proefondervindelijk te toetsen. De club van Wilders heeft nog altijd een reeks initiatiefwetsvoorstellen op de plank liggen om de monarchie af te slanken. Tot nu toe is daar niet veel mee gebeurd, maar als na 30 april de wetsvoorstellen subiet worden ingetrokken, dan beken ik direct en volgaarne mijn ongelijk! 😉

Reactie achterlaten

{ 3 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: