Piet-ontvankelijk

door JAdB op 13/11/2014

in Bestuursrecht, Rechtspraak

Post image for Piet-ontvankelijk

In de Zwarte Pietenuitspraak van de Afdeling van afgelopen woensdag gebeurt iets wonderlijks op procesrechtelijk vlak. De traditionele media hebben dit volstrekt aan zich voorbij laten gaan. Curieus! Hier daarom alsnog het échte nieuws.

De bestuursrechter is bijzonder streng waar het gaat om fundamentele regels van het procesrecht. Dit zijn met name regels over de ontvankelijkheid van procespartijen en de bevoegdheid van de rechter. Dit worden ook wel de regels van openbare orde genoemd. De rechter toetst er ambtshalve aan.

Zo ben ik zelf eens in een zaak betrokken geweest waarin aan de orde was de vraag of het (afgewezen) handhavingsverzoek waarover geprocedeerd werd een herhaalde aanvraag was of niet. De persoon in kwestie had al eens eerder een handhavingsverzoek in dezelfde zaak gedaan, maar was destijds niet over de weigering daarvan gaan procederen. Inmiddels was de termijn om over de eerste weigering te procederen gepasseerd, en had zij nog een handhavingsverzoek ingediend; tegen de afwijzing daarvan had ze uiteindelijk wel rechtsmiddelen ingesteld. Vaste jurisprudentie is dat dat op zichzelf kan, maar dat de rechter zich niet inhoudelijk over de zaak gaat buigen. Anders zou het immers heel gemakkelijk zijn om de bezwaar- en beroepstermijnen eindeloos op te rekken. Als je te laat bent met je rechtsmiddel doe je gewoon een nieuwe, identieke aanvraag waarover je wel kunt procederen. Dat moet natuurlijk niet kunnen, op een zeker moment moet het geschil ook een einde hebben.

De Afdeling oordeelde uiteindelijk dat hier inderdaad sprake was van een herhaalde aanvraag. De betrokkene kreeg dus het lid op de neus. Opvallend was dat er best wat omstandigheden waren op basis waarvan de Afdeling anders had kunnen beslissen. Zo vond zelfs het bestuur het in deze casus onrechtvaardig om het beroep niet inhoudelijk te behandelen, had de betrokkene een tamelijk redelijk verhaal over waarom ze destijds niet was gaan procederen en waren er zelfs wat meer technisch juridische argumenten die voor een coulantere houding van de Afdeling hadden kunnen zorgen (in de uitspraak lees je daar natuurlijk nauwelijks iets van terug). Toch was de Afdeling onverbiddelijk.

In de Zwarte Pietenuitspraak legt de Afdeling echter een opvallende coulance aan de dag. Eerst overweegt de Afdeling dat er serieuze twijfels zijn over de ontvankelijkheid van de appellanten, omdat zij mogelijk geen belanghebbende zijn. De Afdeling laat overigens na expliciet te beantwoorden of sprake is van voldoende belang, maar het heeft er veel van weg dat de Afdeling in een normale zaak de niet-ontvankelijkheid zou hebben uitgesproken. Hier is dat echter anders:

In deze zaak hebben de navolgende omstandigheden tezamen de Afdeling evenwel doen besluiten de rechtmatigheid van de verlening van de evenementenvergunning voor de Sinterklaasintocht in Amsterdam in 2013 te beoordelen. Ten eerste stelt de Afdeling vast dat deze zaak een zaaksoverstijgend maatschappelijk en juridisch belang heeft, waaronder het belang van eenduidige toepassing van wet- en regelgeving door bestuur en rechter. Dat belang is ermee gediend dat de hoogste algemene bestuursrechter op korte termijn duidelijkheid geeft over het antwoord op de kernvraag. (…) Voorts is van belang dat alle partijen ter zitting desgevraagd te kennen hebben gegeven in deze zaak een oordeel te wensen als hiervoor aangegeven. Ten slotte is van belang dat de Stichting Pietengilde, gelet op haar statutaire doelstelling, zonder meer belanghebbende zal zijn bij een besluit over een volgende intocht, en dat de eisers die de afgegeven vergunning hebben aangevochten zich dan ongetwijfeld zullen hebben georganiseerd in een of meer rechtspersonen die, gelet op artikel 1:2, derde lid van de Awb, en de bestendige jurisprudentie van de Afdeling daarover, wel als belanghebbenden zullen moeten worden aangemerkt, zodat deze zelfde kwestie alsdan aan de bestuursrechter voorgelegd zal kunnen worden zonder dat de ontvankelijkheidsvraag nog aan de orde is.

Waarom doet de Afdeling plotseling zo ontspannen over de ontvankelijkheid? Omstandigheden als “de wens van partijen” zijn niet relevant bij de regel van openbare orde. Die worden immers als zodanig belangrijk beschouwd dat zij de belangen van partijen overstijgen: het gaat om de ordening van het bestuursproces (zie ook de hierboven besproken zaak). Dat hier een zaaksoverstijgend belang aan de orde is, geldt in heel veel gevallen (de zaak waar ik het hierboven over had ging over geluidsoverlast van kinderdagverblijven, een zeer veelvoorkomend probleem). En normaal gesproken zouden stellingen als “volgend jaar ben ik wel belanghebbende” worden afgedaan met de bekende Afdeling-riedel dat dat afhankelijk is van een onvoldoende zekere, in de toekomst gelegen gebeurtenis. Zou het kunnen dat de Afdeling, na de kritiek van Thomas Spijkerboer op de Vreemdelingenkamer, zich niet wilde opstellen als een al te formalistische rechter, om nog meer gespui te voorkomen?

Nu ben ik overigens alleszins voor een minder strikte houding van de Afdeling, dus wat dat betreft: hulde. Nu hopen dat het niet bij deze ene zwaluw blijft; er zijn immers genoeg verbeterpunten.

{ 5 reacties… read them below or add one }

1 Adrienne de Moor 13/11/2014 om 21:58

Inderdaad een heel opvallend aspect aan deze zaak: de introductie van het strategisch belanghebbendebegrip. Hier is de originele scoop:
https://twitter.com/AdriennedeMoor/status/532494767155064832

2 Rove (not Karl) 14/11/2014 om 12:43

De rechtbank had deze toch voor de hand liggende ontvankelijkheidsvraag destijds nog beantwoord als volgt:

“Eisers hebben voorts voldoende eigen belang om als belanghebbenden te worden aangemerkt, nu zij hebben gesteld door de vergunningverlening te worden geraakt in een fundamenteel recht.”

Zo’n antwoord zou naar mijn mening bij een tentamen bestuursrecht niet met punten mogen worden gewaardeerd.

3 JAdB 15/11/2014 om 15:01

Er is een uitspraak op basis waarvan het oordeel van de rechtbank kan worden verdedigd. Ik heb echter serieuze twijfels (om maar in het jargon van de Afdeling te blijven) of met de Afdeling daarmee een dergelijke grote uitbreiding van het belanghebbendebegrip heeft beoogd. Oordeelt u zelf.

“ABRvS 11 november 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB8396

T-Mobile heeft in haar hoedanigheid van huurster van de mast slechts een afgeleid, aan de aanvrager parallel, belang. Zij heeft zich echter op het standpunt gesteld dat zij daarnaast wordt getroffen in een aan het in artikel 10, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) ontleend fundamenteel recht. Gelet op de door haar overgelegde plotkaarten die het dekkingsgebied van de GSM-installatie aangeven, moet worden geoordeeld dat er feitelijk een reële mogelijkheid bestaat dat T-Mobile door de weigering om bouwvergunning te verlenen in haar aan dat fundamenteel recht ontleend belang zal worden geschaad, zodat ook hierin een voldoende eigen belang is gelegen om te kunnen worden aangemerkt als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Het college heeft T-Mobile dan ook terecht ontvankelijk geacht in haar bezwaar tegen het besluit van 24 mei 2005. De rechtbank heeft dit niet onderkend. Het hoger beroep van T-Mobile is in zoverre gegrond. De aangevallen uitspraak komt, voor zover daarbij het bezwaar van T-Mobile alsnog niet-ontvankelijk is verklaard, voor vernietiging in aanmerking.”

Een belangrijk verschil is denk ik dat de weigering om de vergunning te verlenen direct van invloed was op het recht op informatie. Het fundamentele recht waar het in de Zwarte Pietenuitspraak om gaat wordt niet direct geschonden door de vergunningverlening; daar zit immers nog een stap tussen: dat hangt af van de wijze waarop de intocht wordt georganiseerd.

4 Rove (not Karl) 17/11/2014 om 10:28

Eens. Maar het ging mij met name om het ontbreken van een nadere toelichting. De overweging van de rechtbank deed mij denken aan een ander, onder studenten populair antwoord bij een tentamen:

“ja, hij/zij heeft een voldoende persoonlijk en eigen belang, want hij/zij onderscheidt zich in voldoende mate van de amorfe massa.”

Een antwoord dat goed kán zijn, maar zonder toelichting niet goed gerekend kan worden.

5 Ruudt 17/11/2014 om 12:28

Ik vond het ook een heel opmerkelijk onderdeel van de uitspraak.

Nog een ander zinnetje waar ik me over verbaasde:
“Hieruit volgt dat ook de Afdeling bestuursrechtspraak die vraag niet mag en dus niet zal beantwoorden, hoe onbevredigend dit voor partijen ook moge zijn.”

Ik zie slechts zelden zoveel empathie in de uitspraken van de afdeling, die zich doorgaans kenmerken door “hoe korter, hoe beter”.

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: