Pleegt Wilders een ambtsdelict?

door GB op 18/07/2009

in Haagse vierkante kilometer

Buruma werpt op zijn blog (en in het NJ, in zijn annotatie onder de Wildersbeschikking) een interessante vraag op: ware het niet beter geweest om de uitlatingen van Wilders te benaderen via de route van het ambtsdelict? Ambtsmisdrijven zijn namelijk ook die misdrijven van ambtsdragers die niet zouden zijn begaan zonder de faciliteiten van het ambt.

De vraag rijst of het niet verkieslijk zou zijn geweest in het onderhavige geval de interpretatie van het begrip ambtsdelict ietwat te verruimen vanwege het hoogst politieke karakter van de zaak. De aan Wilders gemaakte verwijten betreffen immers centrale stellingen van zijn politieke programma: het gaat niet om een min of meer incidentele uitspraak. Verdedigbaar ware dat Wilders zijn opvattingen nimmer zo frequent en intensief over het voetlicht had kunnen brengen als hij geen Kamerlid was geweest.

Gaat het om een (beweerdelijk) ambtsmisdrijf, dan staat de verdachte ambtsdrager direct terecht voor de Hoge Raad. Vervolging wordt ingesteld door de Procureur-Generaal, maar die mag (en moet) alleen vervolgen als ofwel de Tweede Kamer ofwel de regering daartoe opdracht geeft. De vervolgingsbeslissing ligt dan dus in handen van de politieke organen.

Het zou, in het geval er sprake is van een ambtsmisdrijf, een gewone burger ook niet lukken om via de rechter vervolging gedaan te krijgen. De route via artikel 12 Sv (die tegen Wilders bewandeld is) is dan immers afgesloten, zoals bleek uit de zaak tegen de ambtsmisdrijven die Donner en Verdonk zouden hebben gepleegd rondom de Schipholbrand. Ook toen moest een gerechtshof oordelen over een beklag onder artikel 12. Het hof verklaarde zich onbevoegd en stuurde de zaak door naar de Hoge Raad. De Hoge Raad parafraseerde toen de parlementaire stukken:

Daarbij is door de regering beklemtoond dat doordat de beslissing tot vervolging van de in art. 119 genoemde politieke ambtsdragers in handen van politieke organen bij uitstek is gebleven (hetzij de regering, hetzij de Tweede Kamer), recht wordt gedaan aan de omstandigheid dat de beoordeling van de draagwijdte en de inhoud van ambtsmisdrijven van kamerleden, ministers en staatssecretarissen in sterke mate een politiek karakter draagt. Daaraan werd toegevoegd dat door de beslissing omtrent vervolging exclusief in handen te laten van de regering of de Tweede Kamer, de betrokken ambtsdragers worden beschermd tegen een op lichtvaardige gronden ingestelde vervolging.

De Hoge Raad concludeerde vervolgens dat ‘in het licht hiervan’ het niet aan de Hoge Raad was om een bevel tot vervolging te geven. Het politieke karakter van ‘draagwijdte en inhoud’ van de ambtsmisdrijven lijkt een belangrijke rol te spelen bij de vraag waar het initiatief tot vervolging vandaan moet komen. Dat pleit er al voor om de vervolgingsbeslissing bij de kamer te houden.

Feit is, dat noch de regering noch de Tweede Kamer een bevel tot vervolging van Wilders hebben gegeven. Toch had dat het Amsterdamse Hof er niet van hoeven te weerhouden om zelf deze kwestie onder ogen te zien. Om te bekijken of hier van een ambtsmisdrijf sprake is waarvoor een initatief tot vervolging bij de politieke organen zelf vandaan moet komen. Voor een bevestigend antwoord daarop is, ook vanuit een minimalistische benadering van de rol van de rechter, veel te zeggen.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: