Pleidooi voor een preambule

door Ingezonden op 29/10/2010

in Haagse vierkante kilometer, Uitgelicht

Volgens haar voortgangsoverzicht, zal de Staatscommissie Grondwet binnenkort niet adviseren een preambule op te nemen in de nieuwe Nederlandse grondwet. Het effect van preambules is volgens de commissie onvoldoende aangetoond. Wel zal de Commissie adviseren een hoofdstuk Algemene bepalingen op te nemen, waarin bijvoorbeeld kan worden bepaald dat Nederland een democratische rechtsstaat is waarin menselijke waardigheid wordt gerespecteerd.

Op het eerste gezicht is dit advies begrijpelijk. Preambules (inleidende verklaringen van de achtergrond of bedoeling van een wet) staan vaak vol bevlogen kreten, waar men in Nederland van oudsher niet dol op is. Ook de tijdsgeest lijkt een  preambule in de weg te staan. Het geloof in absolute beginselen en bedoelingen is tegenwoordig zwak. We leven in een tijd van scepsis en relativering. Wereldwijde   communicatie en migratie zorgen voor fragmentatie en versmelting van ideologieën en denkbeelden. Dit lijkt niet te stroken met gevleugelde intentieverklaringen in een grondwettelijk voorwoord.

Toch is het de vraag of de preambule niet wat te gemakkelijk terzijde wordt geschoven. Al decennia wordt geklaagd over de doodsheid van de Nederlandse grondwet. Staatsrechtgeleerden wijzen erop dat de tekst niet leeft onder de burgers; dat wij in Nederland gebukt gaan onder een gebrekkig constitutioneel bewustzijn. Politici hebben pogingen ondernomen dat leven erin te blazen, maar met weinig succes. En wijzelf? Op de televisie zien we Amerikaanse burgers het ‘We, the people…’ citeren, en we denken: goh, dat is wel even iets anders. Die passie. Die bevlogenheid. Het constitutionele besef dat de Amerikanen aan de dag leggen: nee, dat hebben wij niet.

Nederland is daarentegen in verwarring. Hoe is het mogelijk dat onze regering met steun van de PVV aan de slag gaat? Wordt hier niet getornd aan de fundamenten van onze politieke gemeenschap? We kunnen onszelf in elk geval niet meer zien als baken van vrijheid en tolerantie, maar hoe moeten wij onszelf dan wel beschouwen?

En waarom hebben we eigenlijk ‘nee’ gezegd tegen de Europese constitutie? En waar is het ooit zo geroemde poldermodel gebleven? Er wordt in dit verband ook wel gesproken van een identiteitscrisis. Nederland is op zoek naar zichzelf; naar herijking van hetgeen de samenleving ten diepste bindt.

Je kunt zoiets niet vastleggen in een preambule, kan de tegenwerping zijn. Je kunt geen clubje experts aan het werk zetten en verwachten dat ze een tekst produceren die de essentie van onze politieke gemeenschap bevredigend bepaalt; een tekst die wij vóór alles willen plaatsen, nog vóór de staat, zelfs vóór de grondwet. Washington en consorten konden daar misschien nog mee wegkomen, maar de Nederlandse grondwetgever vraagt ermee om moeilijkheden. Hoe moeten wij in hemelsnaam worden verenigd onder een preambule?

Je kunt er ook anders tegenaan kijken. De Amerikaanse samenleving was ten tijde van de totstandkoming van haar grondwet ook niet overzichtelijk. In een verwarrend politiek klimaat besloten de founding fathers constitutionele lijnen uit te zetten, voorafgegaan door een preambule. Was dit kader onbetwist? Integendeel. De revolutie was juist ten einde. Confederalisten en federalisten stonden tegenover elkaar, evenals de voor- en tegenstanders van slavernij. Vond men het lastig om deze verdeelde samenleving te verenigen onder een preambule? Vanzelfsprekend. Ook toen waren woorden maar woorden. Ook toen was het twijfelachtig of het clubje experts iets had voortgebracht dat de essentie van de politieke gemeenschap goed uitdrukte.          

Niettemin is de Amerikaanse grondwet, en haar preambule in het bijzonder, daarna uitgegroeid tot centraal onderdeel van de politieke cultuur. Politici hebben de preambule gebruikt om standpunten te bepleiten. Rechters hebben ernaar verwezen in uitspraken. Kunstenaars in scheppingen. Media in berichtgeving. En het allerbelangrijkste: op Amerikaanse scholen is de preambule ettelijke malen besproken. Men gebruikt de tekst ter bezinning op het normatieve fundament van de samenleving.

Het nut van een preambule is dus niet dat zij de bedoeling van een grondwet sluitend definieert. Het draait niet om de perfecte compositie, maar om het feit dat die compositie in de maatschappij tot leven komt. Zie het als een cultuuruiting. Een nationaal gedicht, voorafgaand aan het hoogste normenkader. Een tekst, aan de hand waarvan wij in de toekomst kunnen duiden wie wij zijn, en hoe wij willen samenleven.

Waarom zou men Nederland een dergelijk symbool van politieke cultuur willen onthouden? De Staatscommissie stelt dat het effect van preambules onvoldoende is aangetoond, maar dat geldt voor grondwetten in het algemeen.

Waarom niet een poging wagen? Het is natuurlijk niet gezegd dat een preambule hier dezelfde carrière maakt als in Amerika, maar waarom die mogelijkheid bij voorbaat uitsluiten?

Misschien moeten wij ons eerst bevrijden van het stoffige imago van preambules en hun scheppers. Je zou het clubje experts bijvoorbeeld kunnen vervangen door een selectie van gerenommeerde schrijvers. Laten we eens kijken hoe zij het wezen van de Nederlandse samenleving verwoorden. Wie weet raakt één van hen de goede snaar. Of is hier misschien een taak weggelegd voor de dichter des vaderlands?

Het begint wat vrijzinnig te klinken, maar wij zijn het ook niet gewend om staatkunde te beschouwen in het hier en nu. Preambules staan, net als grondwetten, ver van het Nederlandse bed. Toch bieden zij mogelijkheden, zowel voor- als nadat ze zijn opgesteld. Ervóór kan een politieke gemeenschap zich uitdrukken in de discussie over de meest wenselijke formulering. Zelfs als dit leidt tot de conclusie dat geen enkele tekst preambule-waardig is, is er iets gewonnen. Ook daarin schuilt een proces van collectieve zelfreflectie. Mocht een dergelijke tekst wel worden gevonden, dan kan daar in de toekomst gebruikt van worden gemaakt. We beschikken dan over een katalysator van diezelfde collectieve zelfreflectie. In het debat kan ernaar worden verwezen. De rechter kan er wellicht inspiratie in vinden. Maar bovenal: op scholen kan worden onderwezen dat onze grondwet ooit, door de toenmalige grondwetgever, zus en zo is bedoeld. Gezien het huidige politieke klimaat, kan dit geen overbodige luxe worden genoemd.

Olaf Tans. Rechtstheoreticus aan het Amsterdam University College, en gespecialiseerd in de relatie tussen recht en samenleving.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 Joke Mizée 29/10/2010 om 22:32

“Of is hier misschien een taak weggelegd voor de dichter des vaderlands?” Apart idee, maar wel helemaal in de geest van Voltaire en zo.

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: