Politiek tussen marktplaats en forum I

door PWdH op 18/09/2009

in Varia

We schrijven hier heel wat af over (democratische) politiek, maar wat is het eigenlijk? Jon Elster zet in het artikel ‘The market and the forum‘ (1986) drie politiek-theoretische opvattingen op een rij: politiek als sociale keuzetheorie, deliberatieve democratie en participatieve democratie. Daarbij spelen twee variabelen: de aard van politiek (publiek of privaat) en de functie ervan (instrumenteel of een doel in zichzelf).

1. In de sociale keuzetheorieën van bijvoorbeeld Downs, Schumpeter en Arrow heerst een (ondanks alle verschillen dezelfde) instrumentele opvatting van politiek. Politiek is een mechanisme om individuele, exogene preferenties te aggegreren. Het resultaat van de aggegratie is een optimaal compromis tussen tegengestelde, private belangen. Het bedrijven van politiek is in deze opvatting een private aangelegenheid: politiek draait om individuele voorkeuren die tot uitdrukking worden gebracht met het uitbrengen van een individuele, geheime stem.

2. Deliberatieve democratie draait om het tot stand brengen van een rationele consensus. Hierbij moet Habermas genoemd worden. Politiek bedrijven betekent deelnemen aan de publieke discussie met het doel aan de hand van argumenten deze consensus tot stand te brengen. Politiek is niet een private, maar een publieke activiteit. Preferenties zijn endogeen aan het politieke proces: ze kunnen veranderen door de publieke discussie.

3. Als derde opvatting onderscheidt Elster de participatieve democratie van onder meer John Stuart Mill. Het bedrijven van politiek is dan een manier van leven geworden. Het goede leven, welteverstaan, omdat de deelnemers opgevoed worden. Politiek is daarmee een doel in zichzelf geworden. De besluitvorming die het oplevert verdwijnt naar de achtergrond. Deze opvatting sluit ook aan bij de (modernste) opvatting van democratie als stelsel van (rechtsstatelijke) waarden, helder uiteengezet door Yoram Stein en – als ik het goed heb – zoals geinterpreteerd door het EHRM.

Deze opvattingen kunnen we combineren met de verschillende soorten representatie in het parlement, die we eerder tegenkwamen in ‘De parlementaire orde is een politieke orde’ van professor Van den Berg in het kader van de parlementaire zelfreflectie: representatie als acting for en standing for. Deze typologieën ontleent Van den Berg overigens aan The Concept of Representation van Hannah Pitkin (1965).

Bij de sociale keuzetheorie hoort representatie als standing for. De parlementariër fungeert als doorgeefluik voor de exogene preferenties van zijn achterban en onderhandelt deze uit in de achterkamer. Bij de deliberatieve democratie van Habermas (en in mindere mate de participatieve democratie van Mill) past representatie als standing for. De parlementariër neemt namens zijn achterban deel aan de publieke discussie. De (endogene) preferenties (van de achterban) fungeren wellicht als uitgangspunt, maar de parlementariër is vrij deze naar gelang van de publieke discussie aan te passen, teneinde de rationele consensus te bereiken.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: