Pravda op rechts

door JU op 24/05/2011

in Grondrechten, Rechtspraak

‘De asielmaffia (advocaten, 3e-rangsrechters, vluchtelingenwerk, en die hele subsidieslurpende zakkenvullers er om heen) zijn de schuldigen van dit eindeloze geprocedeer ! En niet vergeten de reli-linkse meute,die een wetgeving opgezet hebben en verbetering tegenwerken’

(Een zekere Willem op de Elseviersite, 30 april 2011)

Wie het vroeger niet meer wist in het leven ging zuipen. Vaak tot in de kleine uurtjes. Jacques Brel zong in dat verband ooit over de nuttelozen van de nacht. De tijden zijn veranderd. De nieuwe nutteloze van de nacht meldt zich op internet om – in  doorgaans bloemrijk Nederlands – te reageren op allerhande berichten.

Soms verwijderen de redacties van opiniërende sites zulke commentaren. Met name als teksten neerkomen op verbale vloeibare afscheiding, dus racistisch of beledigend zijn, bij incoherent taalgebruik of als de reputatie van de website in kwestie eronder te lijden heeft. Elsevier verwijderde in 2009 de volgende tekst over het ontslag van een lerares die weigerde mannen een hand te geven:

‘De core business van de lerares is lesgeven, ze is niet aangesteld om handen te schudden. De lerares gaf prima les, maar het schoolbestuur wilde liever niet als moslimvriendelijk te boek staan in een klimaat dat hoe langer hoe vijandiger wordt. Voor je het weet ben je een enge linkse multiculturalist en krijg je alle rechtse media met Elsevier voorop over je heen. Dat kost je je goeie naam en leerlingen. Het schoolbestuur greep dus een onnozel feit aan om de lerares de laan uit te sturen. Handen geven is een plichtpleging waar men in het botte Nederland nooit moeilijk over doet. Behalve dan als het om een moslim gaat. Ultra orthodoxe Joden geven ook geen hand, maar was deze lerares Joods geweest en ontslagen, dan was de uitspraak van de rechter als regelrecht antisemitisme in de hoek gezet.’

De tekst is niet racistisch. Vergeleken met het gros van de reacties op de Elseviersite is op het taalgebruik bovendien weinig af te dingen. Er wordt niet opgeroepen tot haat en de reactie is evenmin beledigend. Conclusie van de reageerder zelf: zijn ‘D66’achtige mening’ zou niet zijn getolereerd. Hij meldde zich bij de Commissie Gelijke Behandeling omdat hij dat discriminatie op grond van politieke voorkeur vond.

Elsevier stelde zich voor de CGB principieel op: de uitingsvrijheid omvat ook de persvrijheid en dat betekent dat media zelf vorm moet kunnen geven aan hun identiteit. Kortgezegd: als wij linksige taal van onze site willen flikkeren omdat we rechts over willen komen, dan hebben we daartoe alle recht. Soevereiniteit in eigen kring noemen ze dat in sommige kringen sinds de dagen van Kuyper.

Nu leek die soevereiniteit in eigen kring de afgelopen tijd juist wat uit de mode. Bij de SGP kan men daarover meepraten. Wie de islam op hoge toon de wacht wil aanzeggen, zit op zo’n beginsel trouwens niet te wachten. Uitgerekend Elsevier is tegenwoordig een verklaard voorstander van het Vrije Woord. ‘In tegenspraak met anderen leer je de houdbaarheid van je eigen argumenten kennen. Zonder gif geen antistoffen’, schreef hoofdredacteur Joustra in 2008 over de felle toon van Wilders in het islamdebat. Diens tegenstanders moesten niet zeuren.

Een beetje vreemd is het dus wel dat uitgerekend de Elsevier zich zo ruimhartig het recht toebedeelt om onwelgevallige reacties te liquideren. Niettemin gaf de CGB het blad onlangs gelijk. Elsevier zou, door het wissen van de reactie, onderscheid naar politieke overtuiging in de zin van artikel 7 Awgb maken, maar de CGB laat de Awgb buiten toepassing wegens strijd met artikel 10 EVRM. De persvrijheid weegt hier volgens haar zwaarder dan het recht van de reageerder op publicatie van zijn reactie. D66’achtige meningen kunnen per slot van rekening ook terecht op D66’achtige sites, zo is de gedachte. En wil helemaal niemand de mening hebben, dan kan men altijd nog een eigen blog beginnen.

De redenering van de CGB klinkt logisch. Toch valt er wel op af te dingen. Dat buiten toepassing laten van de Awgb bijvoorbeeld, ligt gecompliceerder dan ze het doet voorkomen. Over de vraag of artikel 94 Gw niet alleen de rechter maar ook het bestuur opdraagt om wetgeving wegens strijd met verdragsrecht buiten toepassing te laten bestaat nogal wat debat. Vindt de één dat het bestuur de wet moet uitvoeren totdat de hoogste rechter deze buiten de deur heeft geplaatst, de ander meent dat artikel 94 zich ook tot bestuursorganen richt. Aldus ook de Raad van State onlangs. De Commissie weet zich dus in goed gezelschap.

Toch wringt er iets in de argumentatie van de CGB. Dat bestuursorganen bij het vaststellen van de rechtspositie van burgers verdragsrecht moeten laten prevaleren is verdedigbaar. Maar zo’n ‘gewoon’ bestuursorgaan is de CGB niet. Zij neemt geen besluiten die rechtsgevolgen hebben, maar onderzoekt volgens artikel 13 Awgb enkel of sprake is van een, door de Awgb verboden, onderscheid. Dat is een cruciaal verschil met andere bestuursorganen die burgers bindende beslissingen nemen en daarbij gebonden zijn aan al het geldende recht inclusief verdragsrecht. Een ambt dat een rechtspositie vaststelt moet dat tenslotte wel correct doen. Daarvan is bij de CGB geen sprake. De bevoegdheid om de wet buiten toepassing te laten teneinde het verdragsrecht te kunnen toepassen lijkt dan niet aan de orde.

Die conclusie is ook van belang voor het functioneren van de CGB zelf. Beschouwt men de Awgb zuiver als verzameling juridisch bindende normen – zoals zij dat is in de rechtspraak – dan moet de toepasser terughoudend zijn met het voorschrijven van gedragsregels aan burgers en – in dit geval – de pers. Het is dus begrijpelijk dat rechters als overheidsorganen een redactie niet willen voorschrijven welke uitingen allemaal gepubliceerd moeten worden, los van wat zij van de handelwijze van de desbetreffende redactie vinden.

Het gelijkheidsbeginsel is ook te beschouwen als een katalysator van publiek debat. Een gezaghebbend oordeel van de CGB dat een bepaalde praktijk een verboden onderscheid volgens de Awgb inhoudt, kan een sterk argument zijn voor tegenstanders van de desbetreffende praktijk. Juist omdát de CGB geen rechter is, en evenmin bindend de rechtspositie in concrete gevallen vastlegt, kan zij af en toe wat verder gaan dan rechter en bestuur. De CGB had dus kunnen menen dat hier sprake was van een verboden onderscheid in de zin van de Awgb. Was Elsevier overtuigd gebleven van het belang van de persvrijheid, dan had men de kwestie voor de rechter kunnen uitvechten. In dié procedure had artikel 10 EVRM dan kunnen prevaleren boven het nationale recht.

Ook op de overwegingen van de Commissie ten aanzien van de persvrijheid valt een en ander af te dingen. Laat ik hier op één aspect ingaan: het argument dat het belang van een pluriforme pers de levensader voor de democratische samenleving is, hetgeen betekent dat het de pers is, en niet de reagerende burger, die bepaalt wat geplaatst wordt en wat geweigerd.

Dat argument was nog enigszins overtuigend in het geval van kranten of tijdschriften die voor moeilijke keuzes stonden bij het vullen van de schaarse, voor reacties beschikbare, kolommen. Het is wat gemankeerd waar het gaat om een internetforum dat schier onbeperkte ruimte biedt, voor iedereen openstaat en uitdrukkelijk niet de opvattingen van de redactie zelf weerspiegelt. Maar bovendien: welke rol van de pers is hier dan in het geding?

Gaat het er dan om dat de pers het publiek correct informeert? Met enkel juichende of instemmende reacties is het publiek in brede zin toch niet gediend? Of was de Pravda met terugwerkende kracht vooral een zinvolle verrijking van het publieke debat in het voormalige Oostblok?

Of ging het vooral om de pers als instigator van een nationale dialoog tussen groepen in de samenleving. De pers als podium en als aanjager van debat? Dat is ook moeilijk vol te houden als elk medium uitsluitend het eigen lezerspubliek bedient. Als alle media zich, anders gezegd, zouden opstellen zoals de Elsevier, zou van een dialoog al helemaal geen sprake meer zijn. Auteurs zouden uitsluitend voor eigen parochie preken. Welk algemeen belang is daarmee precies gediend? En waarom dan eigenlijk nog discussiefora. We zijn het toch helemaal met elkaar eens?

Aan de andere kant moet die man met zijn D66’achtige mening ook niet zeuren: hij had altijd nog een hagepreek kunnen houden voor één of ander Provinciehuis.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: