Watermanagement

door PWdH op 23/12/2010

in Rechtspraak

230.000 m3 water stroomde in de zomer van 2003 een woonwijk in Wilnis in, toen de plaatselijk veendijk onverwachts vijf tot zes meter verschoof. Kan de gemeente De Ronde Venen de eigenaar en beheerder van de dijk – het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht – aanspreken tot vergoeding van haar schade, als de verschuiving is veroorzaakt door langdurige droogte en een extreem lage grondwaterstand en deze factoren destijds niet als risicofactoren werden aangemerkt voor een veendijk? En in hoeverre doet het ertoe dat hier de ene overheid de andere aanspreekt? De rechtbank wees de vordering van de gemeente af. Het hof wees deze toe. Afgelopen vrijdag sprak de Hoge Raad zich uit.

Technisch is de vordering van de gemeente ingestoken als risicoaansprakelijkheid voor opstallen. Volgens artikel 6:174 BW – welk artikel ook centraal stond in de recente ‘hangmatzaak‘ – is de bezitter van een gebrekkige opstal aansprakelijk wanneer deze schade toebrengt aan personen of zaken. In cassatie loopt de Hoge Raad de vereisten af: het Hoogheemraadschap geldt als eigenaar en beheerder bezitter van de dijk (r.o. 4.2.1-4.2.2). De dijk geldt als opstal in de zin van artikel 6:174 lid 4 BW: ‘gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken’. Hieruit leidt de Hoge Raad af dat om van een opstal te kunnen spreken sprake moet zijn van ‘menselijk ingrijpen’ dat heeft bijgedragen aan de ‘(duurzame) bestemming of functie’. Nu het dijklichaam is ontstaan door uitgraving en drooglegging’, ‘gevormd is naar de inzichten in waterkeringen’, in stand is gehouden conform zgn. TAW-richtlijnen en van beschoeiiing voorzien heeft het hof de dijk terecht als opstal aangemerkt (r.o. 4.3.1-4.3.2).

Het pièce de résistance is echter de vraag of de dijk als gebrekkig kan worden aangemerkt: voldeed deze – in termen van artikel 6:174 BW – aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen? Feitelijk lijkt het antwoord eenvoudig: een dijk die plotseling vijf meter verschuift deugt niet voor zijn vak. Het hof oordeelde dan ook dat de dijk gebrekkig was. Het verweer van het Hoogheemraadschap dat het gevaar van extreme droogte destijds niet werd onderkend als gevaar voor veendijken, deed hieraan volgens het hof niet af. Artikel 6:174 BW vestigt een risicoaansprakelijkheid, zodat onbekendheid met het gevaar voor risico van het Hoogheemraadschap komt, aldus het hof.

De Hoge Raad gaat echter mee in het betoog van het Hoogheemraadschap dat de vraag of de dijk gebrekkig is ‘normatief’ moet worden beoordeeld. Gedragsnormen, veiligheidsvoorschriften en in acht te nemen zorgvuldigheidsnormen spelen hierbij een belangrijke rol, aldus de Hoge Raad onder verwijzing naar de parlementaire geschiedenis van artikel 6:174 BW. Concreet moet rekening worden gehouden met de volgende factoren bij beantwoording van de vraag of de dijk gebrekkig is: de aard en bestemming, de waarborgfunctie van de veendijk, de fysieke toestand ten tijde van de verwezenlijking van het gevaar, de objectieve kenbaarheid van het gebrek en het daaraan verbonden gevaar van verschuiving, de beleidsvrijheid en de beschikbare financiele middelen van het Hoogheemraadschap bij de uitvoering van zijn publieke taak. Daarbij moet mede gelet worden op de toenmalige stand van wetenschap en techniek en de ‘daadwerkelijke (technische) mogelijkheid’ afdoende veiligheidsmaatregelen te nemen. Over het onderlinge gewicht van deze factoren merkt de Hoge Raad op:

De hierboven genoemde factoren kunnen in voorkomend geval in uiteenlopende richting wijzen, maar daarbij verdient aantekening dat de aard, de bestemming en de waarborgfunctie van de kade zwaarwegende factoren zijn die kunnen meebrengen dat daartegenover aan andere omstandigheden minder gewicht toekomt of ertoe kunnen nopen dat aan de onderbouwing van stellingen met betrekking tot de niet-kenbaarheid van het gevaar van een kadeverschuiving strenge eisen worden gesteld.

Ook stelt de Hoge Raad nog dat het feit dat de dijk verschoven is, in het algemeen een vermoeden oplevert van gebrekkigheid; de bezitter kan daartegen tegenbewijs leveren (r.o. 4.4.2-4.4.5). Dat wordt nog een kluif voor het Hoogheemraadschap na verwijzing.

In zijn conclusie neemt advocaat-generaal Spier (wederom) stelling tegen overheidsaansprakelijkheid in het algemeen en in deze zaak in het bijzonder. In zijn visie zou de vordering van de gemeente afgewezen moeten worden, omdat artikel 6:174 BW niet van toepassing is op dijken; de wetgever heeft zich daarover in elk geval niet uitgelaten. De redenering van Spier is echter ook naar eigen zeggen voor een belangrijk deel ingegeven door de rechtspolitieke overtuiging dat met het aannemen van overheidsaansprakelijkheid voor dijken het einde zoek is. Hij klaagt vervolgens dat hij zijn klacht niet in de klachten terug kan vinden (conclusie, sub 5.46):

Kort en goed: op grond van al het voorafgaande kom ik tot de conclusie dat de vordering, voor zover gebaseerd op art. 6:174 BW, had moeten worden afgewezen. Probleem is evenwel dat het middel in mijn lezing geen klacht behelst die bij het bovenstaande aansluit. Alle andere klachten, voor zover niet reeds behandeld, doen dan niet ter zake omdat ze, in mijn visie, de verkeerde vragen aan de orde stellen. Ik behandel ze slechts voor het geval Uw Raad dat anders mocht zien.

Waarin de schade van de gemeente bestaat blijft overigens in de mist. Het inhuren van pompen, afzetten van wegen en bijvoorbeeld inzet van de brandweer zijn kosten die als gemaakt in uitoefening van de ‘publieke taak’ van de gemeente niet voor vergoeding in aanmerking komen; waarschijnlijk zijn er ook gemeentelijke eigendommen beschadigd. De Hoge Raad stemt in elk geval in met het oordeel van het hof dat schade aan de kant van de gemeente voldoende aannemelijk is geworden, zodat (eventueel) later verwijzing naar de schadestaatprocedure kan volgen.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 Averoes 23/12/2010 om 14:42

er is mij minstens 1 schrijffout opgevallen, in de tweede alinea, één voor de laatste regel (beschroeiiing)

Reactie achterlaten

{ 2 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: