Procederen voor een beter klimaat I

door PWdH op 24/12/2013

in Rechtspraak

Post image for Procederen voor een beter klimaat I

Twintig graden met kerst in New York: zou het klimaat dan toch echt veranderen? Aan grillig weer geen gebrek de laatste jaren en feit is dat we in de afgelopen decennia veel koolstofdioxide hebben uitgestoten. In een ultieme poging de politiek in beweging te brengen om die uitstoot terug te dringen, heeft de stichting Urgenda eind november de Staat gedagvaard (integrale tekst). Inzet is een verklaring voor recht dat de Staat onrechtmatig handelt door geen maatregelen te nemen die bewerkstelligen dat de uitstoot van CO2 in 2020 met 40 of minimaal 25 procent zal zijn teruggedrongen (t.o.v. 1990). Urgenda vraagt daarnaast een bevel om dat alsnog te doen. Of in elk geval binnen zes maanden een plan daartoe aan het parlement voor te leggen, voorzien van commentaar van het Planbureau voor de Leefomgeving en met bijbehorend budget. Op de site wordt ook nog gerept van het beter voorlichten van de bevolking, maar dat vind ik als afzonderlijk bevel in (het petitum van) de dagvaarding niet terug.

We zullen de zaak op dit blog gaan volgen, als dankbare testcase van overheidsaansprakelijkheid en public law litigation. Urgenda komt met haar rechtszaak ‘uit Liefde’ op voor wat zij ziet als ons aller belang – de klimaatverandering te keren – en spreekt de Staat aan, op eigen uitstoot, maar vooral op het feit dat hij te weinig zou doen om de uitstoot door anderen te beperken. In de verte doet de zaak van Urgenda wat dat betreft denken aan de SGP-zaak, waarin de belangenvereniging Clara Wichmann opkwam tegen de weigering van de SGP vrouwen op de kieslijst te plaatsen. Clara Wichmann rolde tot en met de Hoge Raad door de ontvankelijkheid heen, nu zij opkwam voor ‘het algemeen belang van alle burgers in Nederland bij handhaving van het grondrecht op gelijke behandeling’. De verklaring voor recht van het hof, dat de Staat gehouden was effectieve maatregelen te nemen zodat de SGP het passief kiesrecht aan vrouwen toekent, bleef bij de Hoge Raad in stand.

Groot verschil met de SGP-zaak is dat Clara Wichmann een een ieder verbindende verdragsnorm in stelling kon brengen. Artikel 7 van het VN-vrouwenverdrag legt staten de verplichting op vrouwen op gelijke voet met mannen verkiesbaar te kunnen laten zijn. Nu is het niet evident dat als een klein partijtje als de SGP vrouwen weigert, deze norm is geschonden. Maar de rechter had in elk geval een norm om vervolgens rechtsvormend mee aan de slag te gaan. Zo’n norm ontbreekt in de Urgenda-zaak. Het Kyoto-protocol bevatte normen, maar die zijn gehaald en het protocol is verlopen. Het VN-klimaatverdrag bevat weinig ‘hards’: het signaleert het probleem en geeft een algemeen geformuleerd committment van Staten er iets aan te doen. Uit het internationaalrechtelijke no harm-beginsel, dat zoveel inhoudt als dat Staten onderling elkaar geen substantiële schade mogen toebrengen, valt op intrastatelijk niveau evenmin onmiddellijk wat af te leiden.

Het ontbreken van een norm lijkt mij een serieus probleem, meer dan het vereiste van causaal verband (met dreiging van schade kom je een eind bij een verklaring voor recht een bevel). Het zou in elk geval de rechter tot grote terughoudendheid moeten bewegen. Of hij moet bij het vaststellen van de onrechtmatigheid van het huidige klimaatbeleid van de Staat op eigen gezag openlijk de wel heel politieke – want controversiele – afweging gaan zitten maken hoeveel welvaart we willen inleveren tegen welk percentage CO2-reductie. Ook al is het dan verpakt in termen van de kelderluikfactoren voor onrechtmatige gevaarzetting of de gezichtspunten voor onrechtmatige hinder. Urgenda beroept zich verder nog op Straatsburgse rechtspraak, waar inderdaad positieve verplichtingen zijn aanvaard in de sfeer van het milieu, geent op het recht op leven (art. 2) en family life (art. 8). Maar tussen een bonte casus als Oneryildiz, waarin de Turkse Staat had verzuimd in te grijpen, hoewel bekend met het reëel en onmiddellijk gevaar van ontploffing van een bewoonde vuilnisbelt, en het, toegegeven, weinig ambitieuze klimaatbeleid van de Nederlandse Staat zitten nog wel wat stappen.

Tel daarbij op dat de verklaring voor recht en het bevel die Urgenda vraagt nog wel weer dichter bij een verkapt (materieel) wetgevingsbevel zitten – effectieve maatregelen tegen een kleine gezagsgetrouwe politieke partij is nog wat anders dan de hele fossiele economie bijsturen – en er zijn volop juridische en politieke haken en ogen. Veelzeggend is misschien dat de advocaat van Urgenda benadrukte dat het de stichting er ook en allicht vooral om te doen is de rechter als ‘derde democratische macht’ zich over de materie uit te laten spreken. Of we blij moeten zijn met een dergelijke inzet van het aansprakelijkheidsrecht als politiek ‘breekijzer‘ is weer wat anders. We gaan het zien, of een beter klimaat begint in de rechtszaal.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: