Provincies versterken in plaats van afschaffen

door DJE op 11/02/2019

in Decentralisatie

Post image for Provincies versterken in plaats van afschaffen

Weg met de provincies! Onder die kop beweert de Nijmeegse hoogleraar bestuurskunde Michiel de Vries in Trouw van 30 januari dat de provincies zo snel mogelijk moeten worden opgeheven. Volgens De Vries functioneert de provinciale partijpolitieke arena nauwelijks meer. De taken van de provincie zijn sterk afgenomen. De Eerste Kamer kan ook op een andere manier worden gekozen. En de provincies kunnen de concurrentie met vooral de grote steden nauwelijks meer aan. Een duaal openbaar bestuur met twee bestuurslagen – grotere gemeenten en de rijksoverheid – zou de oplossing moeten zijn.

De oplossing van De Vries is om verschillende redenen de verkeerde, maar het probleem dat hij signaleert moet wel serieus worden genomen. De Vries heeft bijgehouden waar de provinciale staten van Gelderland de afgelopen vier jaar zoal over hebben gedebatteerd. Veel over de interne provinciale organisatie en veel over onderwerpen in de sfeer van omgevings- en gebiedsplannen, milieu en economie, totaal 80 %. De rest – 20 % – is klein bier. Veel taken zijn de afgelopen decennia uit de provinciale context verdwenen, bijvoorbeeld in de sfeer van welzijn en cultuur. De verkiezingen voor provinciale staten kennen in de regel nog wel een goede opkomst, maar de belangrijkste oorzaak daarvan is dat de Eerste Kamerverkiezing steeds sterker als een tussenverkiezing voor het dan zittende kabinet functioneert. Vaak wordt gesteld dat het om die reden voor provinciale politici heel moeilijk is om een goede eigen verkiezingscampagne te voeren. De eerlijkheid gebiedt echter te zeggen dat ook zonder die Eerste Kamerverkiezing het voor de provinciale politiek steeds lastiger wordt om duidelijk te maken waar de partijpolitieke overtuigingen nog echt verschil kunnen maken. Bij de verkiezingen voor de waterschappen is dat al helemaal onbegonnen werk, maar voor de provincie begint dit punt ook steeds meer te klemmen.

Dat bleke politieke profiel van de provincie is de afgelopen jaren veel groter geworden door de immense regionalisering van het openbaar bestuur. De bestuurlijke taakverdeling in ons land is aanzienlijk uit het lood geslagen. Uitgangspunt moet zijn dat dossiers met politieke keuzevrijheid berusten bij gemeente, provincie en rijk. Om die reden worden daar rechtstreekse verkiezingen gehouden en zijn daar partijpolitieke arena’s. Voor meer technische, beleidsarme en apolitieke dossiers kan gebruik worden gemaakt van functioneel bestuur, samenwerkingsvormen, deconcentratie en zelfstandige bestuursorganen. De huidige taakverdeling in ons openbaar bestuur is met dat uitgangspunt in hevige strijd. De gemeenten hebben veel te veel beleidsarme uitvoeringstaken. De provincie heeft veel te weinig beleidsrijke bevoegdheden. Veel politieke keuzevrijheid – bijvoorbeeld op het terrein van veiligheid en zorg – is verdwenen naar het regionale niveau, waar ongrijpbaarheid door veelvormigheid troef is en de afwezigheid van een politieke arena een ernstig gemis vormt.

We rommelen met zijn allen maar wat aan. Vakdepartementen domineren in de toedeling van taken aan het decentraal bestuur. Departementale belangen en aspecten van doelmatigheid zijn daarbij leidend. Vrijwel niemand let op de gevolgen voor het geheel en op aspecten van democratie en politiek stelsel. Een helder organogram van het openbaar bestuur met daarin sturende uitgangspunten is het grote manco. En het gevolg daarvan is dat het provinciale politieke bestel in een neerwaartse spiraal is geraakt.

Het is van groot belang om de bestaande politieke arena’s te koesteren en te versterken. De provinciale taakstelling moet mede vanuit dat perspectief worden opgebouwd. Een hernieuwde taakverdeling over de organen van de hoofdstructuur – rijk, provincie en gemeente – is dringend noodzakelijk en daarbij moeten overwegingen van democratische ordening even zwaar wegen als doelmatigheidscriteria. Politieke revitalisering van de provincie zou dan ook het doel moeten zijn en niet afschaffen.

Beeld: CC-licentie Karoly Lorentey

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 L.J.M. Bolks 11/02/2019 om 17:06

Waar ik zelf voor zou pleiten is om van de provincies deelstaten te maken. Nu zijn provincies meer een soort gemeenten op provinciaal niveau en dan voelt het al gauw als overbodig aan. Het grondwettelijke uitgangspunt wordt dan dat provincies alle bevoegdheden van een soevereine staat gaan uitoefenen, voor zover een wet niet anders bepaalt. Een nieuwe provinciewet kent dus geen bevoegdheden aan de provincies toe, maar ontneemt ze die juist door te verklaren dat bepaalde bevoegdheden exclusief aan de centrale overheid toekomen. De centrale overheid gaat nog altijd eenzijdig over de bevoegdheidsverdeling dus Nederland wordt allerminst een federatie.

De provincies zullen allemaal een eigen grondwet met eigen staatsinrichting krijgen en het is ook wenselijk dat de centrale overheid niet teveel bevoegdheden naar zich toetrekt, want anders wordt de eigenstatelijkheid van de provincies een wassen neus. In ieder geval worden gemeenten voortaan ingesteld en opgeheven door de provincies en ook de inrichting van het bestuur en de bevoegdheden van de gemeenten wordt een provinciale aangelegenheid.

De centrale overheid als soevereine staat, de provincies als niet-soevereine deelstaten en de gemeenten als door de provincie ingesteld decentraal zelfbestuur, krijgen zo ieder een eigen positie.

2 Monique Sparla 11/02/2019 om 19:48

Beste heer de Vries,

Graag zou ik u er ook op willen attenderen dat de provinciale verkiezingen precies het zelfde verkiezingsproces kent als de Tweede Kamer verkiezingen.

Er zijn net als bij de Tweede Kamer verkiezingen 21 verschillende kies districten en daarmee ook 21 verschillende stembiljetten. De zelfde mensen zitten bij het stemlokaal en bijna de zelfde mensen tellen de stembiljetten. In het geheel gaat het ongeveer om 10.000 stemlokalen met 60.000 – 70.000 mensen die betrokken zijn bij deze oude politiek die het verkiezingsproces moeten waarborgen. Aan deze groep mensen die niet gecontroleerd worden is het vertrouwen gegeven dat het er eerlijk aan toe zou moeten gaan in het stemlokaal en dat er op de juiste wijze geteld wordt. Nogmaals zonder dat ze gecontroleerd kunnen worden. Want dat is in onze grondwet zo ingericht dat er niet gecontroleerd mag worden. Maar dat wist u vast wel.

De Eerste Kamer die voortkomt uit die provinciale “democratische” verkiezing is zover mij inmiddels bekend 100% in lijn met de Tweede Kamer. Mede dankzij de al om bekende partij discipline. Kortom provinciale verkiezingen zijn een 2e Tweede Kamerverkiezing onder een andere naam. Een pak en laken.

Wat kunnen we als u terecht een belangrijk aspect zoals het doel van een democratische ordening dat volgens u even zwaar zou moeten wegen als het doelmatigheidscriteria doen?

Zeker als de Eerste Kamer afgeschaft zou worden. Het doel van de Eerste Kamer was toch oa de constitutionele toetsing vervangen. Die toetsing zou nu enkel nog liggen bij de Eerste Kamer, wordt veelal gezegd.
Zoals u vast ook bekent is, heeft Nederland Art120 in haar Grondwet sinds 1983. Dankzij dat grondwetsartikel kan de wetmatigheid van wetten en verdragen niet meer getoetst worden door een rechter en dat zou enkel de meerwaarde zijn van de Eerste Kamer, zegt men.
Overigens overzees kan men wel toetsen, daar is ook een constitutioneel hof, dat helaas niet direct door burgers aangesproken kan worden, maar via de ombudsman wel. Het heeft de zelfde wetgevende macht overigens. enfin zie het boek “Het Koninkrijk ontsluierd”

Daarbij is het dat het staatshoofd met zijn ministers, die samen de Nederlandse regering vormen, zover bekent hebben zij ook geen plicht om een transparante methodiek te hebben en inzicht te geven hoe de toetsing van de grondrechten tijdens het wetgevende proces gebeurd.

Plus de stelling die Dhr. Bolks heeft met “De centrale overheid als soevereine staat, de provincies als niet-soevereine deelstaten en de gemeenten als door de provincie ingesteld decentraal zelfbestuur, krijgen zo ieder een eigen positie” Mij lijkt me dat hij vergeet dat de gedelegeerde macht van het staatshoofd, die mede dankzij Art120Gw inmiddels de absolute macht in Nederland heeft, dat zijn idee rondom de vernieing onhaalbaar is. Dan zou namelijk het statuut der Nederlanden en de Grondwet op diverse plekken aangepast moeten worden. En gezien de geschiedenis en de comfortabele positie die de huidige staatsinrichting mbt de machtsdistributie in de structuur heeft, zou er sprake zijn van machtsverlies. Juist omdat de huidige structuur gericht is om alle neuzen een kant op de hebben. En voordat kan plaatsvinden lijkt me dat we het eerst over andere zaken zouden moeten gaan hebben. Want dan zijn er andere opties met een beter resultaat als het gaat om een democratische ordening als dat het uitgangspunt zou moeten zijn en als dat even zwaar zou moeten wegen.
Wat mijn ervaring is tijdens de zogenaamde “Provinciale verkiezingen” is dat er geen gelijke toegang is tot de kiezer, er geen controle is op de tellers en er bij fraude geen consequenties zijn voor niemand.

Over doelmatigheid gesproken, de vraag is eigenlijk of we door de huidige methode en deze politiek uiteindelijk dat nog krijgen wat we nodig hebben.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: