Publiek en privaat (II): onteigendom

door PWdH op 08/03/2009

in Uncategorized

Als er zoiets bestaat als juridische megatrends dan is de teloorgang van het recht van eigendom er vast één. Van ‘un droit inviolable et sacré’, vertaald als beschikken op de ‘volstrekste wijze’ (oud BW) is eigendom sinds 1992 nog slechts ‘het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben’ (art. 5:1 BW). Artikel 1 EP EVRM besteed meer woorden aan de regulering en ontneming van eigendom (waaronder overigens ook begrepen: niet-stoffelijke goederen) dan aan het recht zelf.

Meer dan van alleen soevereiniteit in eigen kring verzekerde het private recht van eigendom de eigenaar ooit (de negentiende eeuw) bovendien van toegang tot het publieke domein: het actief en passief kiesrecht. No taxation without representation, maar dat veronderstelde wel eigendom om te belasten. Aan het censuskiesrecht lag ook een verlichtingsideaal ten grondslag. Alleen de bezittende (en opgeleide) klasse zou in staat zijn – bevrijd van aardse zorgen – zonder eigenbelang deel te nemen aan de publieke discussie in het parlement. Met Besitz und Bildung op zoek naar de eeuwige waarheid en het goede leven.

Het ideaal leed schipbreuk op het gelijkheidsdenken dat gepaard ging aan de opkomst van de (moderne massa) democratie. In het private domein verloor het eigendomsrecht letterlijk terrein, doordat de overheid dat in het algemeen belang (weg, spoorlijn, nieuwbouw) opzij mocht zetten.

Na de onteigening van parlement en grond bood nog één bolwerk weerstand: de eigenaars (eigenlijk: ‘rechthebbenden’) van een bedrijf, de aandeelhouders. Hun rechten werden de afgelopen jaren juist versterkt, in de hoop dat ze dan iets zouden doen aan het beloningsbeleid. In werkelijkheid hielpen de ‘activistische aandeelhouders’ vooral hun eigen legitimiteit om zeep.

Inmiddels overweegt minister Bos ook dit laatste bolwerk te slechten, met een onteigeningswet voor aandeelhouders van banken. De voorzitter van ING was er niet blij mee. Het heeft veel weg van gelegenheidswetgeving speciaal geschreven voor zijn in zwaar weer verkerende bedrijf.

Mocht minister Bos de aandelen van ING willen kopen, dan zal hij zich – anders dan bij Fortis en ABN Amro waar hij kocht van één aandeelhouder, de holding – tot alle aandeelhouders, groot en klein moeten wenden. En die vragen vast een prijs die hij niet wil betalen. Het bestuur van Fortis werd gedwongen te verkopen: de bestuurders zaten op dat moment naar eigen zeggen op het strafbankje bij de toezichthouder.

De gedwongen onteigening van aandeelhouders tegen een beperkte vergoeding is een instrument dat de minister graag aan zijn crisisgereedschapskist toevoegt. Dat is ook wel begrijpelijk wanneer we ons de tumultueuze Fortis-aandeelhoudersvergadering herinneren en de patstelling die daarvan het resultaat was. Ook in het buitenland wordt inmiddels dit soort crisiswetgeving in elkaar getimmerd. Laten we hopen dat daadwerkelijke inzet ervan (‘ME ontruimt aandeelhoudersvergadering’) niet nodig zal zijn.

Vorige post:

Volgende post: