Publius Clodius Pulcher. Een aristocratische volkstribuun en bad boy (deel 3/3)

door Ingezonden op 24/12/2011

in Varia

Post image for Publius Clodius Pulcher. Een aristocratische volkstribuun en bad boy (deel 3/3)

5. Clodius’ volkstribunaat en latere carrière

Op 10 december van het jaar 59 voor Christus begon Publius Clodius Pulcher aan zijn volkstribunaat. Minder dan een maand later bezette hij met een bende gewapende slaven de tempel van Castor op het Forum Romanum. Dit was een politiek zeer relevante handeling, want in de grote open ruimte voor de tempel vonden regelmatig volksvergaderingen plaats. De voorzittende magistraat leidde de vergadering dan vanaf de traptreden die naar het heiligdom leidden. Het signaal van de kersverse volkstribuun was duidelijk: dit is mijn terrein.

Ook op wetgevend terrein ontplooide Clodius direct allerhande activiteiten, onder meer op het gebied van de graanvoorziening. Daarna was het tijd voor een wraakactie. Zijn slachtoffer was de bekende redenaar Cicero, die de fout had gemaakt tegen Clodius te getuigen na het eerder besproken Bona Dea-schandaal. In 63 voor Christus was Cicero consul geweest. In die hoedanigheid had hij een samenzwering van een senator genaamd Catilina ontmaskerd. Enkele medestanders van Catilina waren in Rome gearresteerd en vervolgens rees de vraag wat met hen gedaan moest worden. Met steun van de Senaat had Cicero hen laten executeren. Daarbij steunde hij op een Senaatsbesluit – een senatus consultum – dat hem al vóór de arrestaties had opgedragen de Republiek te verdedigen. Echter, een belangrijk uitgangspunt van het Romeinse staatsrecht was dat iedere burger het recht had de (dreiging van) machtuitoefening door een magistraat (coercitio) aan te vechten bij het volk (provocatio). In de Late Republiek kwam dit neer op een verbod van executie van burgers zonder eerlijk proces. Zo’n proces was er formeel niet geweest. De Senaat had weliswaar over het lot van de samenzweerders besloten, maar hij was geen rechterlijke instantie. De volksvergadering of een bij wet ingestelde rechtbank (quaestio) met juryleden was er niet aan te pas gekomen.

Clodius probeerde nu een wet erdoor te krijgen die verbanning en verlies van bezit in het vooruitzicht stelde voor iedereen die had meegewerkt aan het zonder proces ter dood brengen van Romeinse burgers. Het was voor iedereen duidelijk dat de wet tegen Cicero gericht was, en uiteindelijk besloot de beroemde redenaar een onvermijdelijke veroordeling voor te zijn door in vrijwillige ballingschap te gaan. Zelfs toen liet Clodius zijn vijand niet met rust, want de volkstribuun liet de wet aannemen, met als gevolg dat Cicero’s bezit werd geconfisqueerd en de verbanning werd geformaliseerd. Cicero’s huis werd platgebrand en op de plek werd een altaar voor Libertas, de verpersoonlijking van de Vrijheid, opgericht.

Na zestien maanden ballingschap kon Cicero uiteindelijk terugkeren, nadat Senaat en volksvergadering hem in ere hadden hersteld. Dit was mede te danken aan het feit dat Clodius veel machtige vijanden had gemaakt in Rome. Onder hen was het meest effectieve wapen tegen een losgeslagen volkstribuun, te weten een andere volkstribuun. Zijn naam was Titus Annius Milo en gedurende de jaren 50 voor Christus zouden de gewapende bendes van Clodius en Milo elkaar voortdurend bevechten in de straten van Rome, terwijl de beide leiders zelf probeerden de hogere politieke ambten te verwerven en elkaar tevens voor politiek geweld te laten vervolgen. Het conflict eindigde uiteindelijk in een soort Slag bij Beverwijk. Op 18 januari van het jaar 52 voor Christus ontmoetten Clodius en Milo en hun volgelingen elkaar op de – overigens door een verre voorvader van Clodius aangelegde – Via Appia buiten Rome. In het gevecht dat volgde, raakte Clodius gewond. Hij vluchtte een herberg binnen, maar werd door Milo’s mannen naar buiten gesleept en afgemaakt. Clodius’ woedende aanhangers namen op gepaste wijze afscheid van hun held: zij brachten zijn lichaam naar het Senaatsgebouw, stapelden de houten banken op tot een gigantische brandstapel en cremeerden het lichaam van de beroemde volksmenner. Het Senaatsgebouw overleefde dit niet.

Milo werd na de moord vervolgd en wist aan een veroordeling te ontkomen door in vrijwillige ballingschap te gaan. Tijdens zijn proces had hij weinig gehad aan zijn advocaat Cicero, want die was door de aanwezigheid van hordes soldaten (die de orde moesten bewaken) zo van slag geraakt dat hij zijn rede niet uit durfde te spreken. Toen Milo eenmaal in Massilia (het huidige Marseille) in ballingschap leefde, dacht Cicero hem een plezier te doen door alsnog zijn verdedigingsspeech op te sturen. Dit ontlokte Milo de cynische opmerking dat hij blij was dat Cicero zijn pleidooi niet had uitgesproken, anders had hij niet zulke uitstekende vis in Frankrijk kunnen eten.

6. Slotbeschouwing

In deze bijdrage hebben we de historische wortels van het begrip ‘volkstribuun’ verkend, een begrip dat in onze eigen tijd een sterk negatieve lading heeft. In het voorgaande hebben we echter kunnen vaststellen dat veel volkstribunen in de Romeinse Republiek zeer nuttig werk hebben geleverd bij de bescherming en emancipatie van het gewone volk. Dat was dan ook hun taak. Er waren echter ook de nodige ‘rotte appels’, waarvan de hoofdpersoon van dit artikel wel een zeer markant voorbeeld is. De macht die van het volkstribunaat uitging, heeft door toedoen van figuren als Clodius in belangrijke mate bijgedragen aan de politieke instabiliteit van de latere Republiek en was in die zin ook een factor bij de ondergang daarvan.

Op zichzelf hoeft het bestaan van een dergelijk machtig ambt niet noodzakelijkerwijs te leiden tot instabiliteit. Veel hangt af van wie het ambt bekleedt en welke ‘checks and balances’ er zijn. Tot die ‘checks and balances’ behoorden onder meer de gewoonte om de Senaat te raadplegen voordat een wetsvoorstel aan de volksvergadering werd voorgelegd en het feit dat het vetorecht ook tegen andere volkstribunen kon worden ingezet (en ook werd ingezet). Het raadplegen van de Senaat had als groot voordeel dat dit een zekere consensus onder de elite garandeerde, zodat echt heel controversiële voorstellen nooit wet konden worden. Toen echter volkstribunen de Senaat begonnen te omzeilen en direct naar de volksvergadering gingen, leidde dit al snel tot meer omstreden wetten. Na het precedent van Gracchus was verder het dreigen met een veto door een andere volkstribuun minder effectief. Een vergadering die geneigd was vóór een wetsvoorstel van een volkstribuun te stemmen, zal ook geneigd zijn geweest te stemmen voor het ontnemen van het ambt van de volkstribuun die zijn veto over datzelfde wetsvoorstel had uitgesproken, zoals Gracchus’ collega Octavius ondervond.

Een verdere ontwikkeling was de steeds toenemende bereidheid om geweld te gebruiken. Clodius kreeg een aantal van zijn voorstellen er slechts door, door met een groepje potige aanhangers ter vergadering mensen te ontmoedigen om tegen zijn voorstellen te stemmen. De enige manier om dat effectief tegen te gaan was door met een eigen groepje sportschoolvrienden te komen aanzetten, zoals Milo deed. Het voorgaande moet natuurlijk wel bezien worden in het licht van de sociale en politieke omstandigheden van die tijd. Het is niet goed vol te houden dat een volkstribunaat automatisch tot geweldsdreiging leidt. Dat het in de late Republiek gebeurde, hield verband met vele factoren, waaronder het feit dat de gevestigde instanties geen oplossingen hadden voor de omvangrijke sociale problemen in de Romeinse samenleving. Juist dat laatste was voor sommige volkstribunen een reden om ‘conservatieve’ elementen als een behoudende Senaat of een obstinate collega-volkstribuun uit te schakelen. En juist dat laatste is een klacht die ook bij moderne volkstribunen vaak te beluisteren valt.

Laurens Dragstra en Taco Groenewegen

Deze bijdrage in drie delen is een enigszins bewerkte versie van een artikel dat eerder verscheen in het decembernummer van Ars Aequi

 

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 Gary 28/12/2011 om 23:50

Het staatsrecht van de Romeinse Republiek blijkt toch vrij interessant. Wordt er überhaupt nog aandacht aan besteed in de academische wereld?

Dank voor deze bijdrage.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: