Quizvraagje

door WVDB op 14/09/2011

in België

Omdat er vanuit België op staatsrechtelijk vlak nog steeds bitter weinig tastbaars te melden is (dag 458 en het laatste nieuws is weer niet goed), een kleine poging tot interactie:

Gisteren werd in de federale Kamer van volksvertegenwoordigers de Belgische deelname aan het EFSF goedgekeurd. Weinig kritische geluiden, maar dat terzijde. Opmerkelijk is dat in het integraal verslag (‘de handelingen‘) bij de stemopname (p.37) volgende staat:

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
(Stemming/vote 1)
Ja                    114                  Oui
Nee                 13                    Non
Onthoudingen 1                     Abstentions
Totaal              128                  Total
En conséquence, la Chambre adopte le projet de
loi. Il sera transmis au Sénat.
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan.
Het zal aan de Senaat worden overgezonden.
(De heer Didier Reynders en de dames Sabine
Laruelle en Maggie De Block hebben ja gestemd)

Naar mijn beste vermogen zijn zowel D. Reynders als S. Laruelle minister in de federale regering.

Art. 50 Gw is zeer duidelijk: “Een lid van een van beide Kamers dat door de Koning tot minister wordt benoemd en de benoeming aanneemt, houdt op zitting te hebben en neemt zijn mandaat weer op wanneer de Koning een einde maakt aan zijn ambt van minister.”

Enkele mogelijkheden:

a) het betreft een materiële vergissing in de verslagopname, ongetwijfeld worden de notulen gecorrigeerd.
b) rechtsstatelijke ideeën als de scheiding der machten worden definitief overboord gegooid, niemand maalt erom.
c) het gaat om een loutere stemverklaring die geen juridisch belang heeft.
d) ontslagnemende ministers die herkozen worden in de nieuwe assemblee worden niet opgevolgd maar hebben tijdelijk een “dubbelstatuut”.

{ 4 reacties… read them below or add one }

1 GB 14/09/2011 om 13:22

In Nederland zou het een combinatie van d) en b) kunnen zijn…

2 PB 14/09/2011 om 14:08

Ja dat denk ik ook. Maar maakt het nog uit….

3 RvdW 14/09/2011 om 14:19

D.

Artikel 1bis Wet van 6 augustus 1931 houdende vaststelling van de onverenigbaarheden en ontzeggingen betreffende de ministers, gewezen ministers en ministers van staat, alsmede de leden en gewezen leden van de wetgevende kamers:

“Een Minister of een staatssecretaris van een federale Regering die aan de Koning haar ontslag heeft aangeboden of een minister of een staatssecretaris van een ontslagnemende Gewest- of Gemeenschapsregering kan echter, na de algehele vernieuwing van de Wetgevende Kamers, zijn ambt van minister of staatssecretaris van een federale Regering, of van een Gewest- of Gemeenschapsregering verenigen met het mandaat van lid van een van beide Kamers tot op het ogenblik waarop de Koning over dat ontslag een definitieve beslissing heeft genomen of waarop een nieuwe Gewest- of Gemeenschapsregering is gekozen.”

4 RvdW 15/09/2011 om 11:58

Zeg, wat win ik eigenlijk met mijn antwoord?

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: