Recht doen. Samenwerken loont. Rapport Taskforce OM-ZM februari 2014

door IvorenToga op 27/02/2014

in Rechtspraak, strafrecht

Post image for Recht doen. Samenwerken loont. Rapport Taskforce OM-ZM februari 2014

Eergisteren en gisteren stond ik op Ivorentoga.nl uitvoerig stil bij de moeizame samenwerking tussen de geledingen van de strafafdelingen van de rechtspraak en bij de even moeizame samenwerking tussen OM en ZM. Sinds 2009 pleit ik voor integraal samenwerken en het tegengaan van de verkokering in de organisatie van het strafproces. De grote organisatorische fragmentatie verklaart voor een substantieel deel de grote uitval van zaken en zittingen met een grotere werklast(beleving) van de magistraat. Het tegengaan van snijverlies is daarom niet alleen goed voor meer gezamenlijkheid binnen de strafafdelingen, voor de procespartijen en andere betrokkenen, maar ook voor een beheersbare werklast.

Wat schetst mijn positieve verbazing toen de Taskforce OM-ZM deze maand hun rapport “Recht doen. Samenwerken loont” uitbracht om aan de door mij geschetste problemen een halt toe te roepen? Ik vat eerst de bevindingen van de Task force samen. Ze komen tot eenzelfde probleembeschrijving als ik in mijn eerdere blogs en publicaties gaf. Het rapport draait om een gedeeltelijk gemeenschappelijke parketadministratie/griffie. Deze eenheid bevat een appointeringssysteem door daartoe geëquipeerde officieren en rechters. Er wordt gekoerst op digitalisering en (tijdige) completering van dossiers. Ik kan over mijn eindoordeel kort zijn. Ik ben ronduit positief over dit onderdeel van het rapport, bovenal omdat het niet om topdown gedirigeerde Verkeerstorens gaat, maar meer een algemeen kader aanbiedt dat lokale invulling en ruimte moet krijgen. Daardoor houden lokale best practices hun bestaansrecht mits aan de minimale basisvereisten wordt voldaan. Omdat er nog niet zoveel goede en ronde wielen zijn uitgevonden, vormen deze voorstellen een goede aanjager voor de lokale rechtspraktijk om vaart te maken met de samenwerkingsplannen. Er resteren enkele invalshoeken die kunnen bijdragen aan het succes van de komende veranderingen.

De Task force streeft naar invoering op 1 januari 2015, maar dat is al over tien maanden en iedere insider weet hoe het met de grootse plannen voor KEI ging. In 2016 zou de strafrechtspleging gedigitaliseerd zijn. Bouwplannen leveren echter altijd vertraging op. Nu de Raad voor de rechtspraak, de presidentenvergadering, de NVvR en het LOVS zich achter het rapport hebben geschaard, zal het er daarom op aankomen om collega’s te vinden die de invoering landelijk en lokaal voor hun rekening nemen en de verbinding met de werkvloeren zoeken. Ik kan me ‘trekkers’ van andere projecten herinneren die spraken over bouwplaten en plotten. Goed bedoeld, maar die taal leverde geen vruchtbare bodem op. Die juridisch-organisatorische overtuigingskracht zal hard nodig zijn en is mede afhankelijk van de vraag of en hoeveel de lokale gerechtsbestuurders en afdelingsvoorzitters willen investeren in de benodigde bouw van de verkeerstorens en in het vrijstellen van geschikte en gemotiveerde medewerkers voor deze bouw.

Verder zal veel aandacht nodig zijn voor de lastige verhouding met een ander belangrijk project als KEI. Beide projecten richten zich in het bijzonder op de ondersteunende en administratieve processen. KEI lijkt echter als doel te hebben om uit de huidige lokale best practices te komen tot een centraal geleid uniform model, terwijl de Task force die lokale practices wil laten floreren en differentiatie niet lijkt te vrezen. Gaan deze projecten en doelen elkaar niet bijten en zitten de ‘trekkers’ elkaar niet in de weg?

Het succes van de plannen kan dichterbij komen als in bredere zin wordt omgezien naar de organisatorische en juridische verhoudingen op de werkvloeren van het OM en de ZM. De Task force legt goede verbanden tussen de vele problemen en streeft daarmee een integrale aanpak van de problemen na. Daarmee wordt een terechte last op de schouders van de projectuitvoerders gelegd die met de bestaande werkcultuur worden geconfronteerd. Alleen al de bestaande roosterproblemen staan garant voor meer weerstand bij de invoering van een jaarlijks zittingsrooster. Het rapport gaat niet in op de gefragmenteerde samenwerking tussen rechters/officieren van justitie, juridisch medewerkers en griffiemedewerkers. De rapporteurs schrijven over de belangrijke positie van (rol)rechters en –officieren, maar hoe zich dit verhoudt tot de grotere rol die het Wetboek van Strafvordering voor elke voorzitter van een strafkamer in petto heeft, wordt niet duidelijk. Evenmin hoe dit rapport samengaat met de strafprocesreglementen die insteken op een meer centrale organisatie van strafzaken. En laten we ook niet vergeten dat het OM lijkt in te zetten op een organisatiemodel waarin officieren en advocaten-generaal landelijk worden aangestuurd en uitgezonden met weinig ruimte voor lokale OM-eenheden. Kortom, er zal nog veel (troebel) water naar de zee stromen voor de organisatorische patstellingen zijn doorbroken. Deze inertie hangt ten dele ook samen met de huidige fusieprocessen. Deze zijn overkomelijk en slijten met de jaren, maar daarmee wordt het hoge druk proces dat een en ander geregeld moet zijn voor het komende Nieuwjaar iets minder realistisch.

De komende ombuigingen van 120 miljoen Euro, waaraan de landelijke leiding zich in 2012 en 2014 jegens de politiek heeft gecommitteerd, beoordeel ik als positief omdat onder druk veel vloeibaar wordt. Wil de rechtspraak sneller en efficiënter gaan werken en tegelijkertijd de werklast van de magistraat verlichten, dan vergen de werkprocessen en de (organisatorische) positie van de magistraat grondige doordenking. De afgesproken ombuigingen vormen hierbij een goede prikkel. De moeizame omgang tussen leiding en magistraat roept echter de vraag op of de benodigde doorzettingsmacht rond de verkeerstoren 2.0 aanwezig is, niet alleen om een gemeenschappelijk griffieproces te bouwen, maar deze ook te verankeren rond de positie van de rechter, de officier van justitie en hun ondersteunende juridisch medewerkers. Na 12 jaar centralisering lijkt decentralisering het nieuwe steekwoord, maar daarvoor zijn grote cultuurwijzigingen op de werkvloeren nodig. Kan de landelijke en lokale leiding daadwerkelijk de regie loslaten en is voor die herschikking van verantwoordelijkheden daadwerkelijke doorzettingsmacht bij de leiding aanwezig?

Mijn laatste punt is dit. Het rapport lijkt niet te miskennen dat niet elke rechter organisatorisch wil en kan regisseren en dat niet elke eenvoudige zaak zich leent voor magistratelijke betrokkenheid bij de organisatorische voorfase van het strafproces. Dat sluit aan bij mijn ervaringen in de Arnhemse proeftuin. De herschikking tussen standaardzaken en maatwerkzaken heeft ook betekenis voor de positionering van de magistraat in de komende verkeerstorens. Het zou wel eens zo kunnen uitpakken dat binnen de nieuwe griffieprocessen bepaalde standaardzaken tot een dwingender organisatie leiden zonder grotere betrokkenheid van rechter en officier. Met de gedifferentieerde aanpak van de Task force, met het pleidooi voor zowel een centrale als een decentrale aanpak, wordt een onderscheidende aanpak van standaard- en maatwerk mogelijk.

Ik vat samen dat ik zeer positief ben over het rapport van de Task force en de analyse van de organisatorische problemen rond het strafproces. Ik heb nog enkele vragen rond de kosten, de organisatorische optuiging van de invoering en de overtuigingskracht binnen de gerechten en de parketten om een en ander te laten slagen. Deze kanttekeningen laten echter onverlet dat de landelijke leiding met dit rapport van de Task force een goede weg lijkt in te slaan en dat voor toeschouwers zoals mijn persoon boeiende jaren aanbreken.

Rinus Otte
Hoogleraar rechtspleging RUG en senior raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Deze post is onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: