Rechtbank: cessieovereenkomsten SP zijn nietig

door Redactie op 24/02/2017

in Haagse vierkante kilometer, Rechtspraak, Uitgelicht

Post image for Rechtbank: cessieovereenkomsten SP zijn nietig

Staatsrechtprofessor Douwe Jan Elzinga haalde onlangs op dit weblog weer eens flink uit naar de Socialistische Partij (SP). De partij verplicht volksvertegenwoordigers en bestuurders hun recht op bezoldiging, schadeloosstelling of vergoeding aan de partij over te dragen. Overheden betalen vervolgens rechtstreeks aan de partij uit. “Staatsrechtelijk ondeugdelijk”, aldus Elzinga, die al jaren strijd voert tegen de cessieconstructie. Zijn oordeel wordt nu gedeeld door de Rechtbank Midden-Nederland. Die bepaalde namelijk dat de cessieovereenkomsten nietig zijn wegens strijd met de openbare orde.

Overheden in Nederland werkten over het algemeen kritiekloos mee aan de cessieovereenkomsten van de SP. Alle overheden? Nee, één overheid bleef, heftig belegerd door de socialistische legioenen, dapper weerstand bieden. Het betrof de gemeente Noordoostpolder, die simpelweg weigerde de vergoeding op de rekening van de landelijke SP te storten. De fractievoorzitter van de SP in de plaatselijke gemeenteraad daagde de gemeente vervolgens voor de rechter om medewerking af te dwingen. Zij krijgt echter het lid op de neus.

Op zichzelf zijn de afdrachtregelingen van de SP niet onsympathiek. Het doel is baantjesjagers die flink willen verdienen af te schrikken en te benadrukken dat het werk van volksvertegenwoordigers en bestuurders niet belangrijker is dan dat van gewone leden, die geen vergoeding krijgen. Alle salarissen worden in een grote pot gestopt en volksvertegenwoordigers en bestuurders krijgen vervolgens hieruit een modaal salaris. Erg vrijwillig zijn de afdrachtregelingen echter niet. Ze behoren tot de kroonjuwelen van de partij en staan niet ter discussie. Hier ziet de rechtbank terecht spanning met het zogenaamde vrije mandaat, dat in het geval van raadsleden kan worden afgeleid uit artikel 27 Gemeentewet (“De leden van de raad stemmen zonder last”):

“Anders dan bij andere afspraken tot afdracht tussen ambtsdrager en politieke partij doet zich met cessie de situatie voor dat de ambtsdrager zijn bezoldiging niet meer van de overheid ontvangt, maar van de partij. De politieke ambtsdrager wordt daarmee voor zijn inkomen financieel afhankelijk van de partij – net zoals een werknemer dat van zijn werkgever is. Inkomsten die vanuit de overheid rechtstreeks aan de (onafhankelijke) ambtsdragers worden betaald, en ook expliciet (mede) bedoeld zijn als compensatie voor gederfde inkomsten voor politieke ambtsdragers, komen direct toe aan de politieke partij. De overheid werkt dan mee aan het bewerkstelligen van een afhankelijkheidsrelatie tussen ambtsdrager en partij. Die afhankelijkheid is in strijd met het uitgangspunt in het Nederlandse staatsrecht dat de individuele volksvertegenwoordiger een individueel mandaat bezit en zonder last en ruggespraak moet kunnen functioneren. Ook op Europees niveau is in artikel 9 van het Statuut voor de leden van het Europees Parlement bepaald dat dat overeenkomsten over de besteding van de vergoeding voor andere dan particuliere doeleinden nietig zijn.”

Deze overwegingen zijn wat slordig. Het verbod van ruggenspraak is al lang geleden geschrapt en dat op Europees niveau iets is bepaald wil niet zeggen dat op nationaal niveau hetzelfde moet gelden. Niettemin kan met de strekking van de overwegingen ingestemd worden: gelet op het vrije mandaat kan het recht op een vergoeding niet worden gecedeerd. De vraag is echter of deze uitspraak in de praktijk veel effect zal hebben. Andere gemeenten dan de Noordoostpolder hebben immers kennelijk geen problemen met de cessieovereenkomsten en het is niet direct te verwachten dat zij hun standpunt zullen aanpassen. En wat als de SP-fractievoorzitter in de Noordoostpolder geheel los van de cessieovereenkomst aangeeft dat zij wil dat de vergoeding op de rekening van de landelijke SP wordt gestort? De vergoeding blijft dan van haar, en als ze elk moment een andere rekening bij de gemeente op kan geven, is het vrije mandaat niet in het geding.

In elk geval maakt de uitspraak duidelijk dat nogal woeste plannen om bij wet vast te leggen dat het recht op een vergoeding niet overdraagbaar is, zoals destijds door minister Ter Horst (PvdA) voorgesteld, niet nodig zijn. Natuurlijk, het is nog maar één uitspraak van een lagere rechter, maar de strekking is helder: die niet-overdraagbaarheid is reeds geldend Nederlands staatsrecht.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: