Rechtbank neemt vliegend spaghettimonster niet serieus

door GB op 17/02/2017

in Grondrechten, Rechtspraak

Post image for Rechtbank neemt vliegend spaghettimonster niet serieus

Het bepalen van het precieze bereik van de grondrechten is nooit eenvoudig. Is het sissen naar vrouwen het openbaren van gedachten of gevoelens in de zin van artikel 7 Grondwet? Of heeft dat niets met de vrijheid van meningsuiting van doen en is het gewoon het maken van een denigrerend geluid? Daar zal de rechter straks een knoop over moeten doorhakken. Bij het bepalen van de reikwijdte van de vrijheid van godsdienst speelt nog een extra probleem: het is in beginsel niet aan de rechter als onderdeel van de staat om te bepalen wat wel of geen godsdienst is. Dat is constitutioneel gevaarlijk: the power to define is the power to deny.

Desalniettemin kan de rechter ook niet iedereen die belasting betalen in strijd met zijn levensovertuiging acht, daarvan vrijstellen. Dus is er een stroom jurisprudentie waarin rechters proberen het opportunistische kaf van het religieuze koren te scheiden. Een beschermwaardige godsdienst vereist dan een zekere historische inbedding, een zekere coherente wereldbeschouwing en een stelsel van ethische normen. FTG liet op dit blog reeds eerder zien wat er schort aan het hanteren van dergelijke definities.

Toch heeft de Rechtbank Oost-Brabant langs deze lijnen de Kerk van het vliegend Spaghettimonster pas weer van de weg gereden: naar oorsprong en huidige beleving één grote grap en dus niet beschermwaardig.

Het satirisch karakter blijkt bovendien overduidelijk als de gestelde ontstaanswijze van de ‘liever-nietjes’ wordt vergeleken met de inhoud van sommige van die regels. De eerste piraat Mosey leefde, afgaande op de brief van Bobby Henderson, al voor het jaar 1800. De stenen tabletten waarmee Mosey de berg afdaalde, maken niettemin melding van het bestaan van TV en breedbandkabel. Hoewel eiser kan worden toegegeven dat satire niet zonder meer uitsluit dat er sprake is van een geloof of levensbeschouwing, oordeelt de rechtbank, gelet op het voorgaande en de onder 5.4 weergegeven stukken, dat de leer van de Kerk, in de woorden van de maatstaf van het EHRM, niet getuigt van voldoende serieusheid (‘seriousness’) om aangemerkt te kunnen worden als een godsdienst of levensbeschouwing in de zin van artikel 28, derde lid, van de PUN.

Het probleem met dit soort redeneringen is dat ze in het concrete geval overtuigend ogen, maar in andere gevallen problematisch gaan uitwerken. Rechters die op basis van hun eigen voorstellingsvermogen controleren of het allemaal wel ‘klopt’ en ‘kan’ wat een gelovige gelooft, zullen nog een hoop religies in de problemen gaan brengen. En de toegift van de rechtbank dat satire en levensbeschouwing elkaar ‘niet zonder meer uitsluiten’, is een nogal zuinige omschrijving van het complete oeuvre van Herman Finkers en de essentie van het werk van Kierkegaard. Bovendien: de vrijheid van godsdienst beschermt vanouds niet de religie, maar juist de kritiek erop. Het waren de ketters als Luther, de afvalligen als Willem van Oranje en de godloochenaars als Spinoza die het van dit grondrecht moesten hebben. De vrijheid van godsdienst is niet het vehikel voor privileges wat er (ook door gelovigen) steeds vaker van gemaakt wordt, maar het is de fundamentele erkenning van de vrijheid niet te hoeven geloven.

Wat had de rechtbank dan moeten doen? Bezien wat eigenlijk het probleem is. Waarschijnlijk helpt het de identificatie als er zo min mogelijk snorren en baarden en petten op pasfoto’s staan. Betere identificatie betekent meer veiligheid. Maar volstrekt noodzakelijk is het kennelijk niet. Artikel 28 lid 3 van de Paspoortregeling maakt de uitzondering waar de spaghettigelovigen een beroep op doen:

In afwijking van het tweede lid kan een pasfoto worden geaccepteerd indien de aanvrager heeft aangetoond dat godsdienstige of levensbeschouwelijke redenen zich verzetten tegen het niet bedekken van het hoofd.

Kennelijk is het belang van de veiligheid niet zo zwaarwegend dat iedereen per se met zijn blote haar op de foto moet. De vraag voor de rechtbank was wat mij betreft dan ook niet of dat spaghettigeloof nou zo serieus is. De primaire vraag is: wat gaat er mis als een paar Nederlanders (de Spaghettikerk claimt een paar duizend aanhangers) met een vergiet op hun hoofd religiekritiek willen beoefenen? De grondrechten gelden ook voor wie voor gek wil staan. Al is het natuurlijk nog maar de vraag of de Franse verkeerspolitie er ook om kan lachen. Of de Amerikaanse douane. Maar geloven heeft nu eenmaal consequenties.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: