Rechter kroont RIVM tot koning van de luchtkwaliteit

door GB op 07/09/2017

in Rechtspraak

Post image for Rechter kroont RIVM tot koning van de luchtkwaliteit

Na Urgenda boekt de milieubeweging zijn tweede juridische overwinning: de Staat moet ook aan de slag met de luchtkwaliteit. Maar anders dan bij Urgenda hoefde de Haagse rechtbank daarvoor niet twee algemene belangen tegen elkaar af te wegen of een soort wetgevingsbevel te geven. Eigenlijk was de zaak heel simpel, omdat de normen vrij precies en de cijfers objectief zijn. De Europese stikstofnormen en de fijnstofnormen worden al heel lang niet gehaald, zonder dat de Staat daar wakker van ligt. Jaarlijkse luchtkwaliteitsplannen worden ongewijzigd gerecycled en er blijft zelfs geld blijft op de plank liggen. Terwijl grensoverschrijdingen ‘zo kort mogelijk’ mogen duren en elke overschrijding met concrete maatregelen te lijf moet worden gegaan. Daarvan is volgens deze rechter geen sprake, en dus moet de Staat aan de bak. Maar de grote vraag bij dit soort zaken blijft altijd: wie bepaalt wat dan wel moet gebeuren? Als de rechter op de achterkant van een bierviltje gaat uittekenen waar je nog maar 80 kilometer per uur mag rijden, blijft er weinig meer over van de Trias Politica. En als de Staat de ruimte krijg om zelf te bepalen wat nodig is, gebeurt er – zo bewijst het verleden – hoegenaamd niets en mag je straks overal 130. In dat dilemma komt de Haagse rechtbank met een vondst: iedereen moet naar het RIVM luisteren. Zij identificeren de plekken waar de Staat aan de slag moet, en zij kunnen de invoering van 130-kilometerstukken voortaan tegenhouden. Daarmee blijft de rechter binnen zijn eigen staatsrechtelijke grenzen. Maar hij zet wel enorm veel druk op het werk van het RIVM. Of die op de lange termijn niet liever een ‘trusted adviser’ was gebleven in plaats van scheidsrechter over luchtkwaliteit, valt te bezien.

Dat geldt ook voor de inpassing van deze uitspraak in het constitutionele procesrecht over de rol van de rechter. Zie ik het goed, dan is dit de positeve tegenhanger van de negatieve buitenwerkingstelling die de Hoge Raad in 1984 invoerde in het arrest over de Prijzenbeschikking Medisch Specialisten. Sindsdien is het mogelijk om in kort geding te bevelen dat de Staat een bestaande regeling voor non-existent houdt en dus niets meer doet wat op die regeling gebaseerd zou moeten zijn. Hier geeft de Haagse rechtbank eigenlijk een inwerkingstelling af. Er wordt in algemene termen geboden om te doen wat nodig is om resultaten uit een Richtlijn te behalen en na te laten wat daaraan niet bijdraagt. Daarmee voegt de civiele rechter weer een nieuwe uitspraakbevoegdheid aan zijn toch al royaal gevulde gereedschapskist toe. Of wij daar op lange termijn blij mee zullen zijn, valt eveneens nog te bezien.

Wat we echter niet hoeven bezien is de luchtkwaliteit. Die wordt op korte termijn beter.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 Willem van den Hagemot 08/09/2017 om 20:57

Goede kenschetsing van een probleem dat ondertussen wel inhoudelijk opgelost wordt. Wéér een voorbeeld van sympathiek ogende verschuiving van macht naar de Rechterlijke Macht,waarbij de rechter formeel onafhankelijk blijft door het RIVM tot onafhankelijke arbiter te ‘kronen’. En betrek daarbij ook maar de overwegingen die de rechter maakt onder 4.7 waar de Staat verwijst naar afspraken met provincies en gemeenten: de Staat wordt hier opgedragen positief in te grijpen en óók verplicht om haar gezag (op korte termijn) dwingend op te leggen aan de lagere overheden! Zullen we daar aan denken als we op straat of in de sociale zorg of in een stadion of in een instituut of in een opvangcentrum of ook op een bovenwinds eiland ongeregeldheden ervaren?! We kunnen dus onze regering via de voorlopige voorzieningen-rechter dwingen om met een door de Rechter opgelegde direct uitvoerbare Formele Wet in te grijpen waar de lokale overheden tekort schieten! Want waar verantwoordelijkheid geldt, telt blijkens deze uitspraak geen beroep op overmacht noch op gedelegeerde macht noch op een internationale rechtsgang met een eigen procesorde die in ons concrete geval nog loopt tot 2020.

Het is wat gechargeerd en het vraagt even doordenken, maar in wezen legitimeert en opent deze rechterlijke uitspraak de weg naar een politiestaat. Want direct dwingend ingrijpen kan uitsluitend met macht via het Koninklijk gezag en het leger. Want in het normale leven geldt ook nog zoiets als behoorlijk bestuur, gemaakte afspraken, een poldermodel en andere eisen van administratief procesrecht, waardoor je weer volop aangewezen bent op provincies, gemeenten en lagere overheden en allerlei relativerende en beperkende en vertragende overwegingen.

Dit is belangrijke maar ook redelijk complexe materie. Denk ook maar aan het artikel over staatsaansprakelijkheid en toegang tot een onafhankelijke rechter in de zin van artikel 6 EVRM. Wie bepaalt wat eerlijk is en onpartijdig en vanuit welk van buiten opgelegd of persoonlijk gevorderd perspectief? Ook een rechter is gebonden aan wat een Verdrag dicteert en aan bescherming van grondrechten eist. Tegen de Formele wetgever en het algemeen belang (wat is dat) in, welke Formele wetgever nota bene tegenover haar eigen eerdere beslissingen en haar eigen burgers onderworpen wordt geacht aan de vreemde mogendheden met dezelfde onherroepelijke striktheid als de Meden en de Perzen aan hun Wet van Meden en Perzen waren gebonden. Dat wij dat nog niet als bedreigend ervaren is uitsluitend bij de gratie van een ruime tijd van vrede tesamen met een heersende emotie van welwillende eenstemmigheid ten aanzien van de interpretatie van en de omgang met vrede en recht. Maar constitutioneel procesrecht, om dat woord ook maar te gebruiken, vraagt iets meer grondwettelijk besef en een zuivere positionering van de Rechter, de Burger, de Staat, en het gezag in elkaars verband, maar vooral naar de orde en hiërarchie volgens de Grondwet. Nederland is een Rechtstaat, die steeds meer geneigd lijkt om houvast te zoeken bij het naast elkaar beschermen van alle conficterende privébelangen en irrelevante ideaalpraat van hogere idealen voor precies diezelfde claimende burgers die met kalasnikovs in de straten revolutie eisen en bij elk teken van onderdrukking van die vrijheid van revolutie, door heel de democratische wereld worden gesteund. Maar hoe sympathiek en rechtzinnig het ook mag lijken om de Rechterlijke macht de Staatsmacht te geven; het houvast moet worden gezocht in het recht zelf. In ons voorbeeld heeft Milieudefensie geen principieel probleem maar zelfs een politiek en normatief belang bij bijvoorbeeld het stilleggen van het verkeer voor het milieu. Net zoals een burger geen boodschap heeft aan grondwet of wet of regering, als hij zich in zijn mensenrechten gekrenkt voelt. Maar als beheersing via de rechter (en via die weg ook de externe krachten en selectieve belangen uit binnen en buitenland) méér vertrouwen krijgt, dan raakt de Trias Politica uit balans en gaat ook de samenleving in haar voegen kraken.

Eigenlijk is in dit verband nog niet eens zo heel erg vreemd dat verschillende landen de rechterlijke macht aan banden leggen en in wezen onderschikken aan het parlement (=politiek). Dat klinkt vreselijk, maar is in wezen een natuurlijke en voorspelbare reactie op het doorslaan naar teveel directe werking van individuele (aan het algemeen belang geen boodschap hebbende) ideële- en eigenbelangen. En zo vreemd is het ook nog niet, want in wezen beperkt ook onze eigen Grondwet de Rechter op vergelijkbare wijze, door hem te verbieden om de Formele Wet te toetsen. Want ons algemene belang en het overheidsbelang en de waarborging daarvan, is evenzeer verankerd in onze Grondwet als de grondrechten van de burgers dat zijn. De uitvoerende macht en ook de inrichting of uitbesteding ervan, is daar duidelijk niet een prerogatief van de Rechterlijke macht. Die had gewoon kunnen oordelen dat de overtreding van de norm een internationale rechtsgang heeft voor de verdragsluitende partijen en haar instituten, en dat in het Nederlandse recht slechts de Formele wetgever bevoegd is om Formele wetten uit te vaardigen en daarbij naar de belangen en opportuniteiten van regering, burger en vaderland, keuzes maakt waar de Rechter uitsluitend mag toetsen naar de geest en letter van de Formele wet.

En inderdaad impliceert dat een wellicht (te) ver gaand standpunt dat de Verdragen realiter geen hogere directe werking hebben dan een Formele Wet en tevens dat de schending van verdragsbepalingen zoals de grondrechten altijd moeten worden geijkt en toegepast binnen de reikwijdte en de samenhang en de context van de eigen nationale wet. Maar dat is weer een ander verhaal, dat meer past bij een bespreking van bijvoorbeeld art. 6 EVRM en het zelfbeschikkingsrecht en de wijze waarop dat zodanig beslag krijgt in een constitutie, dat heel de staatsvorm ernaar geduid wordt. Dat gaat weer voor die burgers een rol spelen die vanwege het op last van de rechter stilleggen van milieuschadelijke activiteiten, een beroep in willen stellen bij een onafhankelijke rechter…… precies die rechter die het had bevolen.. Et l’histoire se repète: het wordt weer tijd om een Kroonberoep in te stellen… ook in de oudste en beste tijden deden burgers (als zij die vrijheid kregen) hun beklag bij de koning als zij een klacht hadden, die niet per sé uitdrukking gaf aan een eis om recht, maar vooral aan een aanhoren en meeleven in het gevoelde gebrek. Dat was toen nog een teken van niet minder, maar van zoveel méér kwaliteit, dat het zelfs als element in verschillende sprookjes werd opgenomen..

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: