Rechterlijke toetsing: speciaal als je niets te vieren hebt

door Ingezonden op 03/03/2014

in Grondrechten

Post image for Rechterlijke toetsing: speciaal als je niets te vieren hebt

Volgens Bastiaan Rijpkema, afgelopen maandag in deze krant, is het voorstel van Halsema om wetten aan de Grondwet laten toetsen een ontzettend slecht idee. Het is, zo redeneert hij, veel beter om overlevenden in een reddingsbootje met z’n allen te laten beslissen over de koers, dan dat ééntje zich ‘rechter’ noemt en het roer overneemt. Dat een rechter niet voor kapitein moet gaan spelen omdat hij alles beter zou weten, zijn we met hem eens. Gelukkig stelt Halsema dat ook niet voor. Zij wil de democratie niet afschaffen. Maar zij gelooft evenmin dat de toevallige politieke meerderheid van de dag per definitie voldoende rekening houdt met de rechten van minderheden. Dat zou ook naïef zijn, gezien de voorbeelden van grondrechtenschendingen die er kennelijk toch altijd ‘doorheen glippen’. Maar het aantal is niet relevant. Een waarschuwingsbordje bij een afgrond haal je ook niet weg omdat er al tijden geen mensen meer in zijn gevallen.

Het probleem van Rijpkema’s redenering is dat hij zijn gedachte-experiment niet afmaakt. Dat zullen wij doen. Rechterlijke toetsing neemt de dagelijkse politieke besluitvorming niet over. Uit onderzoek blijkt telkens weer dat rechters, ook als zij aan grondwetten of mensenrechten mogen toetsen, zelden het laatste woord hebben. De échte macht ligt bij regering en parlement, niet bij de rechter. Een rechter die wetten toetst, spreekt niet uit wat hij zélf wenselijk vindt. Hij legt de vinger op een schending van de Grondwet. Hij daagt de machthebbers, ambtenaren en politici, uit om uit te leggen waarom de één wel uit een bootje moet worden gegooid en de ander niet of waarom we afgeluisterd moeten worden. Voor het stellen van zulke vragen hoeft een rechter zich niet in het luchtledige te begeven, zoals Rijpkema schrijft. Onze eigen Grondwet biedt voldoende houvast. Zo hebben we in alle rust een glashelder verbod op de doodstraf met twee derde meerderheid in onze Grondwet gezet. Bedoeld voor als de terechte emoties hoog oplopen in een reddingsbootje met zes boze buurtbewoners en één veroordeelde pedoseksueel. Juist dan is er een onafhankelijke instantie nodig om de grenzen te bewaken die we stelden toen we nog niet wisten wie de misdadiger was.

De fundamentele vraag in de discussie over rechterlijke toetsing aan de Grondwet is eigenlijk heel eenvoudig en kan wel zonder bootjes worden beantwoord. Hoeveel rechtsbescherming wil je tegen de politieke waan van de dag? Geloof je dat een gewone meerderheid per definitie rechtvaardige en evenwichtige beslissingen neemt? Of is het beter als de rechter onze parlementariërs aan de grenzen van onze Grondwet mag herinneren? Wij vinden dat laatste. Veel van wat in de Grondwet staat, is resultaat van het verleden. Met het voorstel-Halsema wordt dat ook een garantie voor de toekomst. En eigenlijk is dat nog heel democratisch ook. Want onze Grondwet is nota bene met twee derde meerderheid aangenomen.

Jit Peters, Geerten Boogaard, Jerfi Uzman, Maurice Jeurissen en Femke Binnendijk. Deze reactie verscheen eerder in De Volkskrant

{ 3 reacties… read them below or add one }

1 JADB 03/03/2014 om 13:47

Rijpkema lijkt er ten onrechte van uit te gaan dat de rechter zich zal opstellen als wetgever, wanneer het aankomt op constitutionele toetsing. Dat hoeft natuurlijk niet zo te zijn. Om tegemoet te komen aan het bezwaar mbt de democratische legitimatie van de rechter dient hij zich op te stellen als “rem” in duidelijke gevallen van schending, en in andere gevallen – zoals het bovenstaande stuk terecht stelt – als waakhond van meer procedurele beginselen (bijvoorbeeld het subsidiariteitsbeginsel, heeft de wetgever wel alle opties overwogen voordat het een maatregel neemt die in het vaarwater van een grondrecht komt?).

2 M.J. Hoogendoorn 04/03/2014 om 10:35

Het bezwaar van de rechter als surrogaat wetgever is m.i. 184 jaar geleden al ondervangen in art. 12 de Wet Algemene Bepalingen. (Tenzij de constitutioneel toetsende rechter deze bepaling onverenigbaar met de grondwet verklaart natuurlijk.)

3 Martin Holterman 08/03/2014 om 17:45

Gisteren op rechtspraak.nl: “Heffing thuiskopieervergoeding ook op audio- en videospelers”

…en de staat had nog wel zo betoogd dat dit een onrechtmatig wetgevingsbevel was. Maar nee, de Hoge Raad zei:

“De verklaring voor recht dat het uitvaardigen van de amvb’s jegens Norma c.s. onrechtmatig is wegens strijd met de overeenkomstig de Auteursrechtrichtlijn uit te leggen Aw en WNR, mist het karakter van een bevel wetgeving tot stand te brengen. De verklaring voor recht geldt immers alleen jegens Norma c.s. en heeft niet tot gevolg dat de amvb’s moeten worden gewijzigd of ingetrokken. De verklaring voor recht laat de Staat voorts alle ruimte te voorzien in regelgeving die wel in overeenstemming met de genoemde richtlijn- en wetsbepalingen is, zodat de beleidsvrijheid van de Staat daardoor niet aangetast wordt.”

Dat is natuurlijk vooral interessant omdat de Raad eerder had geoordeeld dat “het onderdeel een verdergaande beleidsvrijheid tot uitgangspunt neemt dan wordt toegelaten op grond van het Unierecht [zoals geïnterpreteerd door de Hoge Raad]”.

Etc.

Dus ja, goed dat we art. 12 Wet AB hebben.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: