Rechtsstatelijke doorrekening verkiezingsprogramma’s: behoorlijk willekeurig

door CM op 16/02/2017

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Rechtsstatelijke doorrekening verkiezingsprogramma’s: behoorlijk willekeurig

De Commissie Rechtsstatelijkheid in Verkiezingsprogramma’s van de Nederlandse Orde van Advocaten heeft de verkiezingsprogramma’s van 13 politieke partijen beoordeeld op rechtsstatelijkheid. Deze ‘quick scan’ leverde veel media-aandacht op en op zichzelf is het prima dat de commissie er een aantal zeer dubieuze en zelfs openlijk discriminerende voorstellen uithaalt en van een rode kaart voorziet. Aan de andere kant oogt de quick scan soms als haastwerk. Er worden de nodige apodictische uitspraken gedaan zonder al te veel motivering, terwijl de commissie partijen juist gebrek aan motivering verwijt. Ook houdt de commissie op punten niet al te strak vast aan haar eigen toetsingskader. Dat maakt het gestrooi met rode, oranje en groene kaarten af en toe behoorlijk willekeurig.

De commissie formuleert en hanteert een toetsingskader dat uit drie elementen bestaat. Kort samengevat zijn dat de voorspelbare overheid die zich aan haar eigen regels houdt, het respecteren van fundamentele rechten en vrijheden van burgers en effectieve toegang tot een onafhankelijke rechter (p. 2, p. 13, p. 15-18). De commissie noemt dit de minimumeisen van de rechtsstaat. Je zou verwachten dat partijen die pleiten voor invoering van de mogelijkheid om wetten aan de Grondwet te toetsen veel punten scoren. Immers, daardoor zouden burgers beter beschermd worden in hun door de Grondwet gegarandeerde fundamentele rechten en vrijheden. Ook de positie van de onafhankelijke rechter zou worden versterkt. D66 (p. 163) en GroenLinks (p. 67) pleiten in hun verkiezingsprogramma’s voor deze constitutionele toetsing. Een gegarandeerde groene kaart?

Neen. Het zit volgens de commissie anders. Over de vraag of de rechter wetten moeten kunnen toetsen aan de Grondwet kun je namelijk van mening verschillen, zo legt zij op p. 14 uit (waarbij zij overigens nogal misleidend van een ‘constitutioneel hof’ spreekt; constitutionele toetsing kan echter ook door ‘gewone’ rechters). Klinkt hier wellicht het behoudende geluid door van commissielid Schutte, die zich een decennium geleden zeer kritisch uitliet over het zogenaamde voorstel-Halsema, dat beoogde een beperkte vorm van constitutionele toetsing in te voeren? Tijdens de behandeling in de Eerste Kamer werd hij zelfs als “de meest scherpe criticaster” van het wetsvoorstel aangemerkt.[1]

Het zou niet mijn opvatting zijn, maar je kunt inderdaad best zonder meteen anti-rechtsstatelijk te zijn betogen dat in het wetgevingsproces voldoende waarborgen zijn ingebouwd om te verzekeren dat wetten aan de Grondwet voldoen. Maar dan is het wel wat flauw als de commissie de VVD een rode kaart geeft omdat deze partij de rechtstreekse werking van verdragsgrondrechten wil afschaffen en de rechterlijke interpretatie van deze rechten wil terugdringen. Ook daar kun je immers prima betogen – het zou wederom niet mijn opvatting zijn – dat in de parlementaire behandeling van wetsvoorstellen voldoende waarborgen besloten liggen om nieuwe wetten in overeenstemming met mensenrechtenverdragen te laten zijn. Kortom, het parlement kan die toetsing aan verdragen prima zelf doen. De commissie denkt er echter anders over. Die spreekt van een “forse inbreuk op de bescherming van fundamentele rechten” (p. 30). Commissievoorzitter Veraart noemde het in de NRC zelfs “onwaarschijnlijk dat de grootste regeringspartij zoiets voorstelt”. Dat de commissie zelf op het punt van rechterlijke toetsing nogal willekeurig opereert, is hem kennelijk niet opgevallen.

Ook bij de zogenaamde ‘staatsrechtelijke hervormingen’ opereert de commissie weinig consequent. 50PLUS krijgt bijvoorbeeld een oranje kaart voor haar plannen om bindende regionale en landelijke referenda te organiseren (p. 21). De commissie vindt dat een plan dat de rechtsstaat verzwakt of kan verzwakken. Hiervoor wordt het konijn van het ‘evenwicht tussen de staatsmachten’ uit de hoge hoed getoverd, dat moeilijk onder het door de commissie zelf geformuleerde toetsingskader te brengen is, of het moet onder het uitermate vage criterium van de ‘voorspelbare overheid’ vallen. D66 wil ook een bindend referendum (p. 167 van haar verkiezingsprogramma), maar niet voor internationale verdragen. Is het daarom dat zij geen oranje kaart van de commissie krijgt? Bij D66 wordt het referendum – toch een van haar kroonjuwelen – niet eens genoemd.

50PLUS krijgt in dezelfde passage een oranje kaart voor haar voorstel de Eerste Kamer af te schaffen en ook VNL wordt hiervoor op de vingers getikt (p. 29). Afschaffing kan gevolgen hebben voor het evenwicht tussen de staatsmachten, aldus de commissie. D66 en GroenLinks willen ook van de Eerste Kamer af, maar die krijgen geen oranje kaart. De reden zal zijn dat deze partijen dat pas willen doorvoeren als constitutionele toetsing door de rechter is ingevoerd. Maar dat was nu juist – zie hierboven – een element dat de commissie doelbewust uit de discussie over de rechtsstaat heeft getrokken onder het mom van ‘daar ken je over discussiëren’. Dan mag het vervolgens ook geen rol meer spelen. Als het geen groene kaart oplevert, kan het ook geen oranje kaart voorkomen.

Of de afschaffing van de Eerste Kamer echt gevolgen heeft voor de rechtsstaat is twijfelachtig. De Eerste Kamer blijft een huis vol politici die uiteindelijk politieke besluiten nemen. De commissie geeft er zelf een kras voorbeeld van: een week voor ze haar rapport uitbracht, ging de Eerste Kamer nog akkoord met een voorstel om jihadisten hun Nederlanderschap te ontnemen. Wat lafjes merkt de commissie op dat zij geen oordeel geeft over dit voorstel omdat het ‘geldend Nederlands recht’ zou zijn (p. 8). Dat is het niet: het voorstel is nog niet bekrachtigd. In theorie zou een nieuwe regering de bekrachtiging of zelfs de inwerkingtreding kunnen weigeren, daarbij wellicht geïnspireerd door een krachtige rechtsstatelijkheidstoets van de commissie.

D66 krijgt wel een oranje kaart voor haar voorstel de procedure voor grondwetsherziening aan te passen. “De verzwaarde procedure voor grondwetswijzigingen heeft echter de functie om te voorkomen dat de meerderheid te makkelijk haar wil op kan leggen aan de minderheid en biedt een extra waarborg dat grondrechten in Nederland duurzaam worden beschermd”, zo doceert de commissie (p. 24). D66 komt met deze oranje kaart in dezelfde categorie als DENK, dat chemische castratie voor kindermisbruikers in wil voeren (p. 23). Verder dan dat deze maatregel ‘op gespannen voet’ staat met twee grondrechten – lichamelijke integriteit en het verbod op een onmenselijke en vernederende behandeling – durft de commissie niet te gaan, terwijl een rode kaart hier best DENKbaar was. Het voorstel treft trouwens louter mannen, hetgeen de commissie kennelijk niet is opgevallen. Raar, want de mannenbroeders van de SGP mogen natuurlijk geen maatregelen nemen die louter moslims treffen (p. 27-28).

‘Duurzame bescherming van grondrechten’ betekent bij de commissie kennelijk dat we blij moeten zijn dat in dit digitale tijdperk de drukpers nog steeds de kern van onze vrijheid van meningsuiting vormt (artikel 7 Grondwet) en dat het telegraafgeheim (artikel 13 Grondwet) met zware veiligheidspallen verankerd is voor die ene keer per jaar dat Prinses Beatrix een telegram wil versturen. De commissie lijkt zich niet te realiseren dat de zware procedure ook verhindert dat grondrechten worden aangepast aan deze tijd van internet, e-mail en Facebook. En dat is curieus, want tegelijkertijd klapt zij de handen bijkans stuk bij de voorstellen van GroenLinks en SP om het briefgeheim in de Grondwet eens wat meer bij de digitale tijd te brengen (p. 24 en 28).

Zo kan ik nog wel even doorgaan. GroenLinks krijgt een potsierlijke oranje kaart voor onder meer haar voorstel het kraakverbod af te schaffen (p. 25). Dat zou onvoorspelbaar kunnen zijn. Als het dan is afgeschaft, deelt de commissie ongetwijfeld weer oranje kaarten uit aan partijen die het weer willen invoeren. Die moeten zich toch realiseren dat de fundamentele huisrechten van de krakers in het geding zijn. Zo kun je overal wel een rechtsstatelijk vingertje over opheffen als het niet aan de hand van een half proefschrift wordt gemotiveerd. De rechtsstaat als spons, wie is daarmee geholpen? Nee, helaas is het commissierapport op diverse punten summier onderbouwd haastwerk. Wellicht was het beter geweest als de commissie zich had beperkt tot het uitdelen van rode kaarten, dus tot die voorstellen die evident in strijd zijn met de minimumeisen van de rechtsstaat. Dat dan nog duidelijker wordt dat de klappen ter rechterzijde van het politieke spectrum vallen zij dan maar zo. De waarheid mag verteld worden.

[1] In het voorlopig verslag valt te lezen: “Wellicht is de meest scherpe criticaster op dit punt C. B. Schutte die in zijn artikel in RegelMaat 2004/3 omstandig betoogt, dat het niet in de positie van de rechter in het Nederlandse rechtsbestel ligt besloten dat hij of zij zo’n positie kan verwerven, dat democratisch tot stand gekozen wetgeving geheel of gedeeltelijk buiten werking kan worden geplaatst. Immers, de rechter is niet-gekozen, noch democratisch controleerbaar.”

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: