Rechtszaken en politiek

door FTG op 20/10/2009

in Varia

Onlangs werd op dit blog verwezen naar de de bekende uitspraak van de Tocqueville: “There is hardly a political question in the United States which does not sooner or later turn into a judicial one.” Daar hoeft op zich niet zo veel mee mis te zijn: ook politiek handelen is onderworpen aan het recht. Het kan er echter toe leiden dat een puur politieke strijd voortgezet wordt in rechte en dat juridische procedures oneigenlijk gebruikt worden om politieke doelen te bereiken. In de Verenigde Staten kan men bijvoorbeeld denken aan het onderzoek van Starr met betrekking tot de vraag of Clinton zich aan meineed schuldig had gemaakt. Die vraag is op zich wel legitiem, maar een onderzoek kan bewust gerekt worden om politieke redenen, niet omdat daar een juridische noodzaak voor is.

In Nederland kan men denken aan de vervolging van Geert Wilders. Kan de vraag of hij een strafbaar feit heeft gepleegd beantwoord worden aan de hand van zuiver juridische criteria of spelen ook ethische en politieke afwegingen hierbij een rol? Dat laatste lijkt het geval te zijn als je de delictsomschrijvingen erop na leest van de artikelen 137c en d van het Wetboek van Strafrecht. Kan je vaststellen of iemand opzettelijk een groep beledigd heeft of aangezet heeft tot haat, zonder een politiek getint waardeoordeel te vellen?

Het is een slecht teken als politieke twisten al te vaak voortgezet worden in de rechtszaal. Een instructief voorbeeld daarvan geeft de geschiedenis van de laatste honderd jaar van de Romeinse Republiek. Als politieke vijanden gekozen werden tot het ambt van consul, werd er door hun tegenstanders meestal een vervolging gestart om te voorkomen dat de consul designatus het jaar daarop ook feitelijk het ambt zou gaan bekleden. Die vervolging was overigens meestal terecht: omkoping kwam op grote schaal voor. De vervolgingen waren echter ingegeven door politieke overwegingen, nauwelijks door juridische. Bij de vraag of tot een veroordeling gekomen moest worden speelden juridische argumenten dan ook nauwelijks een rol, politieke des te meer. Dat is goed te zien aan de verdedigingsredes van Cicero; juridische argumenten werden door hem vrijwel niet gebruikt. De kern van zijn verdediging berustte daarentegen voor het grootste deel op politieke argumenten.

Je zou kunnen zeggen dat de voortdurende dreiging van politieke vervolging een grote rol heeft gespeeld bij de val van de republiek. Een magistraat kon pas vervolgd worden als hij zijn ambt had neergelegd. Toen Caesar terug kwam uit Gallië en zijn gouverneurschap ten einde liep, had hij een hoop vijanden gemaakt in Rome en een hoop wetten gebroken. Hij kon dus zeker zijn van een tegen hem gerichte vervolging. Hij wilde dat voorkomen door het jaar daarop het consulschap te bekleden. Om kandidaat te zijn, moest je je echter binnen de grenzen van Rome bevinden. Het probleem voor Caesar was echter dat een bevelhebber alleen buiten zijn provincies mocht komen als hij zijn legers ontbonden of overgedragen had. Dat zou echter betekenen dat Caesar een onbeschermde prooi voor zijn vijanden werd. Om uit deze impasse te geraken verzocht hij de senaat om toestemming om zich in absentia, dus buiten de stad, kandidaat te stellen. Die toestemming werd geweigerd. In de visie van Caesar liet dit hem geen ander alternatief, dan het oversteken van de Rubicon vergezeld van zijn legers, hetgeen, zoals bekend uit de verhalen over Asterix en Obelix, leidde tot de burgeroorlog met Pompeius.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 Anonymous 21/10/2009 om 09:38

Mooie post

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: