Redt de dorpsgek van Oud-West Geert Wilders?

door CM op 01/04/2014

in Haagse vierkante kilometer, Rechtspraak, strafrecht

Post image for Redt de dorpsgek van Oud-West Geert Wilders?

Delano Felter behaalde bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2010 in Amsterdam als lijsttrekker van de Republikeinse Moderne Partij (RMP) slechts 197 stemmen. Het behoeft geen betoog dat dit niet genoeg was voor een raadszetel. Waarschijnlijk zou hij onder normale omstandigheden weer geruisloos van het politieke toneel zijn verdwenen. In de aanloop naar de verkiezingen had Felter echter een aantal uitlatingen over homoseksuelen gedaan die in het tolerante en diverse Amsterdam bepaald niet goed waren gevallen. Het leverde een aantal aangiftes tegen hem op dat vrijwel gelijk was aan het aantal stemmen dat Felter uiteindelijk behaalde. Felter werd ook vervolgd en later in twee instanties vrijgesproken van groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie van homoseksuelen. Met betrekking tot het laatste delict, aanzetten tot discriminatie, kwamen zijn uitlatingen er volgens de officier van justitie op neer dat Felter vond dat homoseksuelen weg moesten uit de stad. Minder homo’s in Amsterdam dus. Gelet op de vrijspraak die volgde, is het interessant parallellen te trekken met de “minder Marokkanen”-uitspraak van Geert Wilders.

Felter deed zijn uitspraken tijdens een interview met de lokale zender AT5 na afloop van een lijsttrekkersdebat in de Rode Hoed.  Een deel van het interview is nog terug te vinden op YouTube. Misschien is er nog meer uitgezonden, maar in elk geval is er nog veel meer opgenomen op band. AT5 heeft uiteindelijk een selectie op de televisie vertoond en de tenlastelegging bevat zowel uitlatingen uit deze uitzending als uit het ruwe materiaal. Deze tenlastelegging omvat zowat twee pagina’s aan homo-onvriendelijke teksten. Een aantal had specifiek betrekking op “minder homo’s”:

‘We hebben te maken met hele agressieve homofiele groepen hier. Zoals die homofielen bij de politie. Weet je, kijk dat, dat moet gewoon weg.’

‘Dus mensen met afwijkende sekse die, die pakken we aan.’

‘Die mensen er uit sodemieteren.’

‘Pro-homofiele netwerken die moeten gewoon weg.’

‘Dus we gaan echt voor de hetero en ja, de homofiel moet eventjes weg vind ik,weet je. Ergens anders maar [= naar] een homofiele stad.’

‘We willen van die pedo’s af joh. Echt dat is een hele, hele zware punt. Bij de politie zitten er heel veel en ook die homofielen bij de poli…Daar willen we vanaf. En daar gaan we ook van af. Dus als we republikeins stemmen dan gaan die mensen in ieder geval weg. En alles wat er was en wat afwijkend is dat gaat weg.’

‘Dus het wordt weer een heteroland. U hoeft niet meer bang te zijn dat de homofiel weer te dominant wordt.’

Etcetera. Dit is nog maar een selectie en bij elkaar leverde het geraaskal van Felter volgens het Openbaar Ministerie de delicten van artikel 137c (groepsbelediging) en 137d (aanzetten tot discriminatie) van het Wetboek van Strafrecht op. De eerlijkheid gebiedt hier nog enige achtergrondinformatie over de persoon Delano Felter te geven. Kort gezegd komt het erop neer dat de man vermoedelijk volkomen geschift is. Zo valt over hem in dit artikel uit het Parool te lezen:

“Ook tijdens andere contacten met de pers maakt Felter een weinig toerekeningsvatbare indruk. ‘Weet dan niemand dat deze man bekend staat als de dorpsgek van Oud-West?’ zo probeert iemand alle opwinding op een internetforum over de kwestie tot bedaren te brengen. In het handelsregister van de kamer van koophandel staat Felter, 42 jaar geleden in Paramaribo geboren, ingeschreven met vijf bedrijven. Naast het organisatiebureau Felter-Mayland, dat ‘companies and country’s’ ontwikkelt, is er ook het bedrijf Starwar Military, leverancier van wapens en huurlingen en desgewenst ook organisator van militaire coups. Een van de vorige politieke avonturen van Felter, de Moslim Politieke Partij, staat nu op het internet te koop. Reden: de oprichter heeft zich bekeerd tot het christendom.”

Zowel de rechtbank als het hof zaten duidelijk met de zaak in hun maag. De eenvoudigste oplossing was wellicht geweest de ten laste gelegde feiten bewezen en strafbaar te verklaren, maar Felter vervolgens te ontslaan van rechtsvervolging wegens vergaande ontoerekeningsvatbaarheid. Het feit is dan strafbaar, de dader niet. Zo ging het ook met Jeroen de Kreek, de meest ontspoorde benadeelde uit het Wildersproces, toen die antisemitische uitlatingen deed. Beide rechterlijke colleges besluiten echter een andere weg te bewandelen. Zij menen dat de uitlatingen geen strafbare feiten opleveren en komen allebei tot vrijspraak, zij het op zeer verschillende gronden. Geen van beide benaderingen kan erg overtuigen.

De rechtbank bekijkt “of de weergegeven bewoordingen (…) op zichzelf dwingend leiden tot de conclusie dat deze opzettelijk beledigend zijn voor een groep mensen, dan wel de conclusie rechtvaardigen dat verdachte hiermee heeft aangezet tot discriminatie”. Dat lijkt vrij evident, maar de rechtbank meent dat dit niet het geval is:

“Verdachte doet vergaande uitlatingen over “agressieve homofielen” over “een hele dominante homofiele groep” over “mensen met een afwijkende sekse” over “homofielen bij de politie” over “pro-homofiele netwerken” over “netwerken voor vieze mannetjes en vieze vrouwtjes”. Hij geeft weer dat de aldus betitelde groepen “gewoon weg moeten” dat ze “bestreden moeten worden door de hetero’s” dat “de homofiel eventjes wegmoet, ergens anders naar een homofiele stad” over “die mensen eruit sodemieteren” . “Dus als we republikeins stemmen, dan gaan die mensen in ieder geval weg”. In de selectie komen daarnaast echter opmerkingen voor dat verdachte “niks tegen homofielen heeft” en voorts dat “wij als hetero gewoon gelijke rechten krijgen dus” en dat er in Amsterdam “te veel homofielen in het bestuur zitten”.”

Gevolgd door:

“Voor de strafbaarheid op grond van de artikelen 137c en 137d Sr is echter van belang of verdachte met de betiteling “die mensen” en “de homofielen” de groep mensen aanduidt met een homoseksuele gerichtheid. De gehele selectie overziend is het beeld niet helder. Het is niet uitgesloten dat verdachte niet de homofielen in het algemeen, maar alleen agressieve dan wel dominante homofielen op het oog heeft. Of alleen homofielen, voorzover zij zich organiseren in netwerken en deelnemen aan het bestuur. Voorzover al structuur is te ontdekken in het gedachtegoed zoals weergegeven in de selectie, is als leidend beginsel niet uitgesloten dat er voor verdachte te veel en te agressieve netwerken van homoseksuelen zijn, waardoor de heteroseksuelen in het nauw komen.”

Felter zelf is niet ter zitting verschenen en heeft daarom niet kunnen uitleggen wat hij allemaal bedoelde (misschien had dat de zaak ook alleen maar gecompliceerder gemaakt…). De rechtbank meent dus niet te kunnen vaststellen over wie Felter het eigenlijk had:

“De conclusie kan geen andere zijn, dan dat, in het geheel bezien, sprake is van een verward betoog, waarvan AT5 heeft getracht door weglating van vele passages, een coherent geheel te maken. Wat uiteindelijk middels AT5 op 25 februari 2010 is uitgezonden lijkt uiteindelijk op het eerste gehoor enige cohesie te hebben, maar dat is, zoals hierboven overwogen, schijn.”

Ik kan dit alleen maar kwalificeren als een nodeloos ingewikkelde en gekunstelde doelredenering. Alsof de uitspraken acceptabeler worden als homoseksuelen alleen uit de politie of uit het bestuur moeten worden geweerd. En wie spreekt van ‘heteroland’ en een ‘homofiele stad’ heeft echt wel een bredere groep homoseksuelen op het oog. De aanpak van het gerechthof is dan een stuk beter te pruimen. Dat plaatst de zaak in de sleutel van de vrijheid van meningsuiting van een politicus en de ruimte die er moet zijn voor publiek debat en uitspraken die ‘offend, shock or disturb’. Het hof citeert daarbij uitgebreid uit de rechtspraak van het EHRM, onder meer de zaken Castells en Lindon. Een zeer interessante passage van het hof is de volgende:

“Voor politici, die deelnemen aan een publiek debat over een zaak van algemeen belang (EHRM 24 februari 1997, NJ 1998/360, HUMO en EHRM 24 juni 2004, NJ 2005/22, Von Hannover), geldt ten aanzien van waardeoordelen dat aan hen een zeer ruime uitingsvrijheid toekomt, met uitsluiting van uitingen die aanzetten tot haat of geweld (EHRM 20 april 2010, NJ 2010/429, Le Pen; EHRM 15 maart 2011, NJ 2012/491, Mondragon; Rechtbank Den Haag 7 april 2008, NJF 2008/227, Wilders).”

Zelfs een verwijzing naar de eerdere, civiele zaak tegen Wilders dus. Hetgeen het hof leidt tot de conclusie:

“Naar het oordeel van het hof vallen de ten laste gelegde uitlatingen, die de verdachte in zijn hoedanigheid van politicus heeft gedaan in het kader van een publiek debat over een zaak van algemeen belang, onder de bescherming van artikel 10 EVRM. Het hof overweegt daartoe als volgt. Eén van de onderwerpen van het debat in de [lokatie] betrof een zaak van algemeen belang, te weten de door de verdachte bekritiseerde positie die volgens hem in onze samenleving wordt ingenomen door homosexuelen, in het bijzonder in (onderdelen van ) het openbaar bestuur. Het na afloop gehouden interview met de verdachte en de uitzending van een selectief deel daarvan op AT5 was een voortzetting van de eerder door de verdachte in het debat gedane uitlatingen. De ten laste gelegde uitlatingen van de verdachte vallen naar het oordeel van het hof onder de categorie waardeoordelen, die “offend, shock or disturb”, maar die naar het oordeel van het hof niet zijn aan te merken als excessief in de betekenis die het EHRM aan deze kwalificatie geeft. Immers, niet kan worden gezegd dat de door de verdachte geuite bewoordingen de strekking hebben gehad om te bedreigen en/of te intimideren. De onderhavige waardeoordelen kunnen redelijkerwijs ook niet geacht worden aan te zetten tot haat of geweld, waarbij wordt overwogen dat dit laatste door het Openbaar Ministerie ook niet is gesteld.”

Het is niet zo gek dat het Openbaar Ministerie in cassatie is gegaan tegen de uitspraak van het hof. Hoewel de principiële aanpak van het hof aantrekkelijk is, blijft het een nogal apodictisch oordeel. Er valt genoeg op af te dingen. Het hof vindt het bijvoorbeeld uitdrukkelijk niet nodig het in de jurisprudentie ontwikkelde beslissingsschema – zijn de uitlatingen op zichzelf beledigend, maakt de context dat anders en zo ja, zijn de uitlatingen dan toch onnodig grievend? – toe te passen. Daar zou de Hoge Raad best wel eens over kunnen vallen. De door het hof aangehaalde EHRM-zaak Castells ging, ook blijkens de door het hof zelf geciteerde overwegingen, over een gekozen volksvertegenwoordiger. De overwegingen van Castells kunnen uiteraard mutatis mutandis van toepassing zijn op personen als Felter die slechts kandidaat zijn, maar het hof legt niet uit waarom. Wel verwijst het naar de EHRM-zaak Lindon om de ruime uitingsvrijheid van politici te onderbouwen. Die zaak ging echter eerder over kritiek op politici en lijkt dus niet echt relevant voor deze zaak. Het hof kan ook nauwelijks motiveren waarom deze uitlatingen dan niet excessief zijn. Dat is kennelijk gewoon zo. Aangezien het hof zijn arrest in maart 2013 wees, moet een spoedige beslissing van de Hoge Raad mogelijk zijn. Het is niet ondenkbaar dat de Hoge Raad vernietigt wegens een motiveringsgebrek.

Als het arrest van het hof in stand blijft, zal de verdediging van Wilders daar zeker een beroep op doen bij een eventuele vervolging. Wilders’ advocaat zal zeggen: als je als politicus mag zeggen dat je minder homo’s in je stad of zelfs je land wil, waarom zou je dan niet mogen zeggen dat je minder Marokkanen wilt? En als je ermee wegkomt als niet helemaal vaststaat of je wel álle homo’s bedoelt, waarom zou je er dan niet mee weg kunnen komen als je kunt aanvoeren dat je uiteraard alleen criminele Marokkanen bedoelde, waarbij je kunt wapperen met je verkiezingsprogramma waarin het allemaal nog eens nader wordt toegelicht? Het hof legt de grens bij bedreiging, intimidatie, haat en geweld. Als “minder homo’s”, herhaaldelijk uitgesproken en gelardeerd met woorden als “opsodemieteren”, “pedo’s” en “vieze mannetjes en vrouwtjes”, daar niet onder valt, waarom dan wel het sec uitgesproken “minder Marokkanen”?

Er zijn goede gronden om aan te nemen dat Geert Wilders strafbaar heeft gehandeld. Evenzeer lijkt er alle reden te zijn om aan te nemen dat zowel de uitspraak van de rechtbank als die van het hof in de zaak tegen Felter misslagen zijn. De enige reden waarom Delano Felter er zonder straf vanaf zou mogen komen en Geert Wilders niet, is dat de eerste knettergek is en de laatste vooralsnog niet.

{ 5 reacties… read them below or add one }

1 Super De Boer 01/04/2014 om 17:38

En de volgende stap is dan dat politici niet meer mogen pleiten voor het dichthouden van de grenzen voor zeg Roemenen en Bulgaren?

2 M.J. Hoogendoorn 02/04/2014 om 09:53

Misschien moeten we constateren dat de uitingsdelicten van 137 c en d dezelfde langzame dood aan het sterven zijn als de smalende godslastering. Ik zou dat overigens niet zo erg vinden. Ik ben er niet zo’n fan van dat de politie met loeiende sirene moet uitrukken iedere keer dat iemand iets zegt dat niet mag.

Terzijde, maar Dingen zeggen Die Niet Mogen is volgens mij ook een deel van de aantrekkingskracht van de PVV (“Je mag het eigenlijk niet zeggen, maar…”).

3 Fred van Overbeeke 07/04/2014 om 13:12

Even kort.
Ik denk dat het OM met name zal aanvoeren het arrest van het hof in Straatsburg Féret vs België van 2009 (vrijheid van meningsuiting voor politici). Het hof achtte die vrijheid niet van toepassing en benadrukte bovendien dat de staat juist de plicht heeft dit soort discriminatie aan te pakken. Dit laatste is van betekenis. Geen verdere behandeling in grand chambre.

http://www.diversiteit.be/europees-hof-doet-uitspraak-zaak-f%C3%

A9rethttp://www.psw.ugent.be/Cms_global/uploads/publicaties/dv/05recente_publicaties/JK.2009.FERET.Hatespeech.DV.pdf

4 Andy Capp 02/09/2015 om 15:32

“De conclusie kan geen andere zijn, dan dat, in het geheel bezien, sprake is van een verward betoog, waarvan AT5 heeft getracht door weglating van vele passages, een coherent geheel te maken. Wat uiteindelijk middels AT5 op 25 februari 2010 is uitgezonden lijkt uiteindelijk op het eerste gehoor enige cohesie te hebben, maar dat is, zoals hierboven overwogen, schijn.”

De rechtbank verklaard hem weliswaar niet ontoerekeningsvatbaar, maar stelt wel vast, dat aan het betoog gewoon geen touw aan vast te knopen valt. Daarmee wordt het betoog gereduceerd tot een verzameling lelijke woorden zonder echte samenhang. En waar de samenhang ontbreek, ontbreekt een echte betekenis.

Ik vind het een knappe vondst van de rechtbank, waarmee vermeden wordt om de vraag naar de toerekeningsvatbaar te stellen. De kool was het sop niet waard.

Je zou het bijna een salomonsoordeel kunnen noemen; Het hof redt de dorpsgek van Oud-West.

Maar in het geval van Wilders is het verhaal niet van toepassing.

5 Andy Capp 02/09/2015 om 23:49

Wilders, dat is een ander geval: die is niet verward.
Erger nog, het blijkt een opzetje te zijn.

Het retorische model er achter is berucht geworden door een hele bekende rede in 1944. Natuurlijk ziet het er een beetje lullig uit in dat kleine zaaltje; alsof het een stukje amateurtoneel is. Maar de bedoeling er achter is duidelijk: het is een regelrechte provocatie.

En je zou niet graag zien dat dit zich zou afspelen voor een uitzinnige menigte.

Dus nu wil je jurisprudentie scheppen die het mogelijk maakt dat dit zich ooit zal afspelen voor een uitzinnige menigte?

Het lijkt me dat het punt gekomen is dat dit een halt moet worden toegeroepen: het was de bedoeling om dit wettelijk te verbieden.

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: