Kieswet & ANP

door Ingezonden op 24/04/2012

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Kieswet & ANP

De Kieswet is een beetje langdradig voor wie even snel wil weten wat de belangrijkste regels over verkiezingen in Nederland zijn. Dus kwam het ANP gisteren met een samenvatting. Niet zo gek dat hun uitleg niet helemaal strookt met de Kieswet. Flauw om daaruit conclusies over het bericht van het ANP te trekken. Veel interessanter is het om te kijken of de verschillen tussen wet en uitleg niet deels op problemen met de Kieswet wijzen. Ik ga even een paar vragen langslopen, die zowel in de Kieswet als in het ANP-bericht worden beantwoord.

Wie kan kandidatenlijsten indienen?

Volgens de Kieswet kunnen alle kiezers een voordracht voor kandidaten doen, volgens het ANP alleen geregistreerde partijen.

Elke kiezer kan kandidatenlijsten indienen (art. H 3 lid 1 Kw). Daartoe moet onder andere het volgende gebeuren. Kandidaten vinden, instemmingsverklaringen laten tekenen en kopietjes van de paspoorten maken (art. H 9 Kw). Dan ondersteuningsverklaringen door kiezers laten tekenen, 30 voor elk van de 20 kieskringen. Dus 600 kiezers uit de verschillende delen van het land overtuigen (art. H 4 Kw). Als het in alle 20 kieskringen lukt — Bonaire niet vergeten! — en er staan meer dan dertig kandidaten op de lijst, dan kan alles in Den Haag ingeleverd, instemmingsverklaringen en kopietjes van de paspoorten uiteraard in twintigvoud (art. H 2 Kw). Anders moet het op één dag tussen 9:00 en 15:00 uur in de twintig hoofdstembureaus zelf ingeleverd (art. H 1 Kw). Waar het niet lukt, staat de lijst niet op het stembiljet. De waarborgsom van 11.250 € moet betaald (art. H 12 Kw), in de hoop dat de lijst minstens 0,5% scoort, anders is dat bedrag weg (art. H 12 lid 5). En dan campagne voeren met de leus “Stem lijst 17”, want registratie van een partijnaam gaat niet meer lukken (hoofdstuk G Kw). Zittende partijen hoeven geen ondersteuningsverklaringen te laten zien (art. H 8 lid 8), kunnen altijd in Den Haag inleveren, en wel alles in enkelvoud (art. H 2 lid 1 tweede zin), betalen geen waarborgsom (art. H 12 lid 2), en hebben hun partijnaam permanent geregistreerd.

Wie doet er dus mee? Zittende partijen zeker, nieuwe partijen als ze echt hun best doen, kiezers die niet behoorlijk georganiseerd zijn niet. Dat heeft het ANP goed gezien en bevattelijk verwoord.

Hoeveel kandidaten mag een partij inschrijven?

Volgens de Kieswet 1.000 of 1.600, volgens het ANP 60 of 80.

Op één lijst mogen maximaal 50 kandidaten staan, voor zittende partijen met 16 of meer zetels in de Kamer maximaal 80 (art. H 6 lid 2). Als een partij in alle 20 kieskringen totaal verschillende lijsten indient, dan is er dus plaats voor 20×50 = 1.000 of 20×80 = 1.600 kandidaten.

Tegenwoordig wordt van die mogelijkheid geen gebruik meer gemaakt. De partijen zullen met hooguit 50 of 80 dezelfde kandidaten in het hele land deelnemen. De 60/80 van het ANP is een redelijke benadering.

Als er verkiezingen komen, wanneer dan?

Dat zal vandaag de belangrijkste vraag zijn. Volgens het ANP wordt er op z’n vroegst op 11 juli gestemd. De Kieswet zegt dat hooguit 40 dagen na het KB tot ontbinding van de Kamer de kandidaatstelling plaatsvindt, en precies 43 dagen later de stemming.

Een krappe meerderheid in de Kamer pleitte gisteren voor verkiezingen nog vóór de zomervakantie. Dat lijkt me ook logisch — vanuit hun perspectief. Nu valt er immers alleen een brief naar Brussel te sturen. Om in de herfst alles waar te maken wat daar in zal staan, moet er een stabiele meerderheid zijn de een volwaardige regering steunt. Met verkiezingen in september valt dat slecht te rijmen.

Eén belangrijk bezwaar tegen verkiezingen vóór de zomervakantie is dat het dan voor nieuwe partijen vrijwel onmogelijk is nog deel te nemen. Zou hier het kiesstelsel van het ANP niet beter zijn dan dat van de Kieswet? Een tijdje geleden heb ik in opdracht voor de Kiesraad uitgezocht hoe dat precies zit met die kieskringen. De Kiesraad kwam toen met het voorstel de kieskringen niet langer te gebruiken voor de kandidaatstelling. Alle partijen leveren in Den Haag één lijst in, met daarop hooguit 50 of 80 kandidaten. Dat zou het voor nieuwe partijen een stuk makkelijker maken.

Nog een ander idee, ook helemaal in lijn met het ANP: laat alleen partijen deelnemen. Dat alle kiezers lijsten mogen indienen is niet meer dan een fictie. Zonder een georganiseerde partijstructuur lukt het toch nooit iemand zetels te behalen. Wat is die geveinsde openheid van het stelsel nou werkelijk waard? Als alleen geregistreerde partijen meedoen, zoals het ANP suggereert, kunnen ondersteuningsverklaringen misschien voor de registratie worden gevraagd in plaats van voor de kandidatenlijsten. Dan kan dat allemaal rustig in de jaren tussen verkiezingen worden voorbereid, en op het moment dat er vervroegde verkiezingen aankomen hoeft er minder worden gedaan.

Mijn conclusie is dus: het ANP-bericht klopt niet helemaal, maar de Kieswet kan er misschien nog wat van oppikken.

Met één uitzondering (als kleine uitsmijter): volgens het ANP moeten kandidaten Nederlanders zijn en minstens 18 jaar oud. Volgens de Kieswet kan ook een minderjarige vreemdeling meedoen. Hij blijft dan — indien verkozen — reservekandidaat. Zodra hij een volwassen Nederlander is, kan hij een opengevallen plaats in de Kamer innemen. Dat zou ik zo houden. Een mens kan beteren.

Bastian Michel, LLM staats- en bestuursrecht (UvA)

{ 7 reacties… read them below or add one }

1 CR 24/04/2012 om 10:45

“Technisch gezien kunnen de verkiezingen al op 6 juni zijn als de regering vandaag de kamer ontbindt en bepaalt dat de dag voor de kandidaatstelling morgen is.”

Nee!

Artikel H 1 Kieswet bepaalt dat de burgemeester in elke gemeente drie weken vóór de kandidaatstelling een en ander over de kandidaatstelling “ter openbare kennis” moet brengen. Uitgaande van verkiezingen op de halve EK-finale (27 juni) is dat vandaag.

Nou is die terkennisbrenging door de burgemeester een formaliteit, dat begrijp ik ook wel. Maar het is ook de uitdrukking van het feit dat iedereen een periode moet worden gegund om zich op de kandidaatstelling en de verkiezingen voor te bereiden. Daarvoor is altijd een periode van zes weken gerekend (namelijk de uiterste termijn voor registratie van politieke groeperingen, in dit geval 3 april). Maar zelfs als je die zes weken wilt negeren, is er nog de termijn van drie weken van artikel H 1. Wat mij betreft toch wel het minimum.

– Edit/GB Klinkt goed. Dank. De passage is tot nader order weg.

2 Bastian Michel 24/04/2012 om 11:23

@ CR

Uw opmerking over die kennisgeving door de burgemester (art. H 1 Kw) klopt als een bus. Dat had ik over het hoofd gezien. Ook de berekening klopt: als 27 juni dag van stemming moet worden, dan moeten de burgemeesters in 20 gemeenten vandaag zeggen dat op 15 mei kandidaatstelling is. Ik kan me voorstellen dat de Kamer daar vandaag rekening mee gaat houden.

Aanduidingen van politieke groeperingen moeten inderdaad zes weken voor de kandidaatstelling geregistreerd zijn (art. G 1 lid 1 zin 2). Is het eerlijk als Brinkman en anderen met een “List nr. 17” of zoiets moeten deelnemen, in plaats van met een nog te verzinnen partijnaam op het stembiljet? Ook daar zal de Kamer rekening mee moeten houden. Maar zelfs mét eigen aanduiding moet er al dat werk voor indiening van de kandidatenlijsten worden verzet.

3 Bastian Michel 22/05/2012 om 20:08

Bij nader inzien: wat gebeurde er in 1998? Bij KB van 16 maart 1998 (Stb. 147) werd de Tweede Kamer per 19 mei ontbonden en werd de dag van kandidaatstelling vastgesteld op 24 maart 1998. Nadat de burgemeesters het Staatsblad van 19 maart hadden gelezen, hadden ze dus nog maar vijf dagen om de kandidaatstelling aan te kondigen, niet de drie weken die artikel H 1 Kw ook toen al eiste.

@ CR: was dat KB volgens u in strijd met de Kw?

4 CR 23/05/2012 om 15:38

@ Bastian Michel.
De situatie in 1998 was in zoverre anders dat het hier ging om reguliere verkiezingen; u weet wel, van die verkiezingen die we nooit meer hebben nu kabinetten om de haverklap vallen. Het tijdstip van de verkiezingen was dus ruim vantevoren bekend. Het ontbindings-KB was dus overbodig, ware het niet dat de beide kamers grondwetsherzieningsvoorstellen in eerste lezing hadden aanvaard. Om te voldoen aan de letter van artikel 137 lid 3 Grondwet pleegt men dan de expirerende Tweede Kamer toch nog te ontbinden, waarbij men ervoor waakt het tijdstip zo te kiezen dat het niet afwijkt van de reguliere zittingstermijn. Anders gezegd, men trapt een deur in die toch al open zou gaan.
Wie een politieke groepering wil laten registreren, wordt dus niet benadeeld; wie zich kandidaat wil stellen ook niet. Je kunt nu heel formeel redeneren dat het ontbindings-KB volgens de letter van de Kieswet eerder geslagen had moeten worden, maar je begeeft je dan op een niveau van formalisme waar de lucht bijna ondraaglijk licht wordt.

Er is nog wel een ander probleem. Als het tijdstip van de verkiezingen al vaststaat, en als het de bedoeling is dat burgers bij de uitoefening van het actief en passief kiesrecht rekening kunnen houden met eventuele grondwetsvoorstellen die na de verkiezingen in tweede lezing worden behandeld, hoelang kunnen kamers en kabinet dan nog doorwerken aan de voorstellen in eerste lezing? Daarover is het nodige gezegd, zonder een duidelijke conclusie. Zie Kamerstukken II 31.012, nr. 4. Ik heb nu even niet de tijd om het na te rekenen, maar het was in 1998 wel krap.

5 Bastian Michel 23/05/2012 om 17:12

@ CR: Dat voorbeeld uit 1998 was ik ook n.a.v. de discussie over overwegingswetten tegengekomen, http://www.publiekrechtenpolitiek.nl/begrotingsregels-in-de-grondwet/#comment-22120. Ik zie net dat in 2002 hetzelfde gebeurde (Stb. 173). Misschien zou die praktijk zelfs overdreven formalisme doorstaan. Artikel H 1 Kw houdt een verplichting voor de burgemeesters in, en die is gewoon nagekomen. De aankondigingen scheppen een wettige verwachting bij derden, die het KB vervolgens respecteert. Niets aan de hand.

Veel dank voor de uitleg.

6 L. Vos 28/06/2012 om 10:49

art H 12, lid 5 KW zegt dat aantal behaalde stemmen 75% van de kiesdeler moet zijn om de waarborgsom terug te krijgen. Dus niet 0,5 (=50%)

7 Bastian Michel 28/06/2012 om 17:28

Ja, maar bij een Tweede Kamerverkiezing is 75% van de kiesdeler precies gelijk aan 0,5% van het totale aantal geldige stemmen.

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: