Republiek Amsterdam redt stadsdelen. Met de zegen van de minister

door Redactie op 04/05/2014

in Decentralisatie, Haagse vierkante kilometer

Post image for Republiek Amsterdam redt stadsdelen. Met de zegen van de minister

Per 19 maart van dit jaar zijn de artikelen 87 tot en met 92 van de Gemeentewet komen te vervallen. Deze artikelen gingen over het instellen van deelgemeenten, ook wel stadsdelen genoemd. In 2012 stemde de Tweede Kamer in met het afschaffen van de deelgemeenten, begin 2013 gevolgd door de Eerste Kamer. Uiteraard waren de enige twee gemeenten die deelgemeenten hadden ingesteld – Amsterdam en Rotterdam – toen al geruime tijd bezig zich te bezinnen op de situatie ná aanname van het wetsvoorstel. Op dit blog is vorig jaar besproken hoe de gemeente Amsterdam de oude stadsdelen wilde omzetten in nieuwe bestuurscommissies als bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet. Betoogd werd toen dat de handelwijze van de gemeente niet in overeenstemming met de bedoeling van de wetgever leek te zijn.

In de Eerste Kamer waren de ogen ook gericht op de twee voornoemde steden. nota bene de twee grootste gemeenten van Nederland. Zouden Amsterdam en Rotterdam zich nu werkelijk niets aantrekken van wat ‘Den Haag’ wilde? Het was voor de VVD-fractie in de Eerste Kamer in elk geval aanleiding om minister Plasterk te vragen de ontwikkelingen rond de overdracht van gemeentelijke bevoegdheden aan de nieuwe bestuurscommissies goed in de gaten te houden. Artikel 156 van de Gemeentewet zou nog voldoende ruimte bieden om substantiële bevoegdheden over te dragen aan de nieuwe bestuurscommissies:|

“Weliswaar zijn deelgemeenten en overdracht van een substantieel takenpakket straks opgeheven, maar artikel 156, eerste lid laat open dat de raad “bevoegdheden” overdraagt aan een bestuurscommissie. Dat laat heel veel ruimte. Het tweede argument van de minister is dat die ruimte ernstig wordt beperkt, omdat de bevoegdheid om verordeningen te maken met straf of bestuursdwang niet overdraagbaar is. Er zijn dus niet veel taken meer over voor zo’n bestuurscommissie. Ook hier zijn wij het met de minister oneens, want kwantitatief bezien valt het met die ernstige beperkingen wel mee en blijft er heel wat over aan taken voor een bestuurscommissie. In Amsterdam kennen de deelgemeenten in totaal 320 verordeningen. 70 daarvan zijn met straf of bestuursdwang. Maar dan blijven er voor de bestuurscommissie nog 250 van de 320 over om te doen. Dat lijkt ons een zeer fors takenpakket, geheel binnen de grenzen van dit wetsontwerp.”

De minister zegde daarop toe de ontwikkelingen te volgen. Eind april heeft hij de Eerste Kamer hierover per brief geïnformeerd. Daarin lezen we over de door beide gemeenten ingestelde bestuurscommissies onder meer:

“Deze commissies zijn, in tegenstelling tot de voormalige deelraden, geen algemeen vertegenwoordigende organen, zodat rechtstreekse verkiezingen in de zin van artikel 4 Grondwet niet verplicht zijn. Amsterdam en Rotterdam hebben er niettemin voor gekozen de ruimte te benutten die de Gemeentewet hun laat en hebben gelijktijdig met de gemeenteraadsverkiezingen rechtstreekse verkiezingen voor de bestuurscommissies gehouden. Dit zijn echter geen verkiezingen op grond van de Kieswet maar op grond van een gemeentelijk kiesreglement.”

Dat deze verkiezingen in Amsterdam tot enig gedoe leidden, blijft onvermeld. Maar goed, de toezegging ging ook over de overdracht van bevoegdheden aan bestuurscommissies. De minister benadrukt nog maar eens dat deelgemeenten met deelraden echt iets anders zijn dan bestuurscommissies:

“Daarnaast is van belang dat bestuurscommissies een veel lichtere taakopdracht hebben dan deelgemeenten. Aan deelgemeenten was de zelfstandige behartiging van een aanzienlijk deel van de belangen van een deel van de gemeente opgedragen, met inbegrip van de bevoegdheid tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften (voormalig artikel 87 Gemeentewet), hetgeen de deelraad tot een algemeen vertegenwoordigend orgaan maakte waarvoor het houden van rechtstreekse verkiezingen ingevolge artikel 4 Grondwet verplicht was. Een dergelijke, vrijwel onbegrensde taakopdracht, is bestuurscommissies vreemd. Zo kunnen bestuurscommissies geen algemeen verbindende voorschriften vaststellen; zij kunnen hooguit nadere regels stellen ten aanzien van door de raad aangewezen onderwerpen (artikel 156, derde lid, Gemeentewet).”

En hoe is dit in de praktijk geregeld? De minister schrijft dat Amsterdam thans zeven als bestuurscommissie vormgegeven stadsdelen kent. De Verordening op de bestuurscommissies 2013 kent op 24 terreinen taken en bevoegdheden toe aan deze commissies. Deze zijn volgens de minister overwegend uitvoerend of beheersmatig van aard. De minister meldt daarbij nog dat hem is opgevallen dat er doorgaans geen sprake is van delegatie, maar van mandaat. Rotterdam kent 14 zogenaamde ‘gebiedscommissies’, waaraan op (slechts) vijf terreinen bevoegdheden zijn overdragen. Al met al is de minister heel tevreden over de wijze waarop de beide gemeenten de zaak hebben aangepakt:

“Als gevolg van het afschaffen van de deelgemeenten is in beide steden hard gewerkt aan een nieuw binnengemeentelijk bestuurlijk stelsel. Men staat nu aan het begin van een nieuwe bestuursperiode, waarin grote opgaven op de gemeenten afkomen. Op basis van de gemeentelijke regelgeving kom ik tot de conclusie dat de overdracht van bevoegdheden van het gemeentebestuur aan de bestuurscommissies zowel in Amsterdam als in Rotterdam voldoet aan de eisen van de wet.”

Op grond van het voorgaande mag geconcludeerd worden dat de verordeningen van beide gemeenten over bestuurscommissies de zegen van de minister hebben. Voor vernietiging op grond van artikel 268 van de Gemeentewet hoeft niet meer gevreesd te worden.

 

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: