Rita weer van de partij & gulle Guusje

door LD op 11/07/2009

in Haagse vierkante kilometer

Van de week verscheen in diverse media het bericht dat de politieke beweging van Rita Verdonk een politieke partij met leden zou worden. “Bij minimaal duizend leden lonkt dan ook partijsubsidie, maar daar is het Verdonk niet om te doen, zegt zij”, aldus de Volkskrant. Bij deze uitspraak, en vooral bij de suggestie dat het hebben van 1.000 leden recht geeft op subsidie, passen enige opmerkingen. Het is inderdaad zo dat een politieke partij tenminste 1.000 (betalende!) leden moet hebben om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen, maar de Wet subsidiëring politieke partijen stelt nog een andere belangrijke eis: artikel 2 lid 1 van deze wet bepaalt dat de minister van Binnenlandse Zaken alleen subsidie mag verstrekken aan ‘een politieke partij die aan de laatst gehouden verkiezingen voor de Tweede Kamer of Eerste Kamer der Staten-Generaal heeft deelgenomen met haar aanduiding boven de kandidatenlijst en aan de lijst waarvan daarbij een of meer zetels zijn toegekend’. Trots op Nederland heeft echter niet aan de laatste verkiezingen voor Tweede of Eerste Kamer deelgenomen. Toen bestond de beweging namelijk nog helemaal niet. Subsidie op basis van artikel 2 Wspp lonkt dan ook pas na de volgende Tweede-Kamerverkiezingen. Als het kabinet de rit uitzit, vinden die pas in mei 2011 plaats.

Maar er is meer aan de hand. Verdonk is namelijk in zekere zin een bijzonder geval. Zij werd in september 2007 uit de VVD-fractie gezet en ging vervolgens als eemansfractie verder. En laat de wetgever voor zo’n situatie nu net een bepaling in de wet hebben opgenomen! Artikel 15 lid 1 Wspp stelt namelijk dat bij een fractiesplitsing elk van de beide nieuwe fracties een politieke partij kan aanduiden die met ingang van het volgende kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt. Dit geldt ‘in afwijking van artikel 2’, hetgeen onder meer betekent dat de eis van minimaal 1.000 betalende leden, vervat in artikel 2 lid 3 Wspp, niet geldt. Wel zal het basisbedrag waarop iedere gesubsidieerde partij recht heeft (thans € 182.886) naar evenredigheid van kamerzetels tussen de betrokken partijen verdeeld moeten worden. Zelfs een ledenloos Trots op Nederland kan dus momenteel aanspraak maken op subsidie: de beweging heeft formeel recht op ca. € 60.000 (1/22 van € 182.886 + € 53.046 voor de zetel van Verdonk), maar maakt van dat recht geen gebruik. Dat mag.

Er was overigens meer nieuws over partijsubsidiëring. Vorige week haalde minister van Binnenlandse Zaken Guusje ter Horst al de kranten met haar voornemen om in de toekomst ook subsidies voor Trots op Nederland (toen nog niet opengesteld voor leden) en de PVV van Wilders (nog steeds een eemanspartij) mogelijk te maken. De minister maakte haar plannen bekend op 1 juli 2009, en dat kan geen toeval zijn. Het was op die dag namelijk precies tien jaar geleden dat de Wet subsidiëring politieke partijen in werking trad. Natuurlijk maakte het voornemen van de bewindsvrouw, dat overigens nog in de ministerraad besproken moet worden, het nodige los. Moet de overheid wel een partij die intern niet democratisch is georganiseerd willen subsidiëren?

Die vraag roept ogenblikkelijk de tegenvraag op hoe democratisch het eigenlijk is om aan politieke partijen of bewegingen als die van Verdonk en Wilders subsidie te onthouden. Nederland kent – bewust! – geen Wet op de politieke partijen. Zo’n wet is telkenmale op principiële gronden, verband houdende met de vrijheid van politieke vereniging, afgewezen. Een politieke partij hoeft formeel niet eens de verenigingsvorm te hebben om aan de verkiezingen deel te kunnen nemen. De Kieswet stelt registratie echter alleen open voor verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid, en zonder registratie kan een partij uitsluitend met een blanco lijst (dus zonder naamsaanduiding) deelnemen. Dat is niet aantrekkelijk, en daarom is zelfs de Partij voor de Vrijheid momenteel een vereniging. En hoe absurd het ook moge klinken – wellicht zelfs als een contradictio in terminis – het Burgerlijk Wetboek staat verenigingen met slechts één lid toe. Dergelijke verenigingen mogen dus onder hun eigen naam aan de verkiezingen deelnemen. Zij slagen er – zie Wilders – ook in om zetels te bemachtigen. Tevens kunnen zij ingevolge de Mediawet voor zendtijd voor politieke partijen in aanmerking komen. Giften aan deze partijen zijn fiscaal aftrekbaar (mits een partij zich als ‘algemeen nut beogende instelling’ heeft laten registreren). De overheid ondersteunt deze partijen dus reeds. Waarom dan geen enkele subsidie op grond van de Wet subsidiëring politieke partijen, die nota bene het grootste deel van de subsidie op het aantal verworven kamerzetels baseert (zie artikel 6 Wspp)?

Dat de PVV en (voorheen) Trots op Nederland geen leden toelaten/toelieten, is inderdaad niet erg democratisch. Tegelijkertijd is het ook niet volstrekt ondemocratisch. In wezen zijn deze partijen gereduceerd tot wat de eerste politieke partijen in de 19e eeuw waren: platformen die het stellen van kandidaten ondersteunen, en meer niet. Een kiezer hoeft niet op dergelijke partijen te stemmen als hij hun organisatiewijze afkeurt. Tegelijkertijd is het nogal dubieus om als overheid tegen de meer dan een half miljoen PVV-stemmers te zeggen dat hun stem geen eurocent waard is. Dat het gedachtegoed van de PVV zelf ook dubieus is, doet daar niet aan af. Het is niet verboden een controversieel gedachtegoed uit te dragen, en wanneer de strafwet wordt overtreden heeft de Wet subsidiëring politieke partijen zelf een veiligheidsklep ingebouwd. Artikel 16 Wspp bepaalt namelijk – kort gezegd – dat als een partij onherroepelijk tot een geldboete is veroordeeld wegens een discriminatiedelict, haar recht op subsidie van rechtswege komt te vervallen. Zolang dat echter niet het geval is, verdient ook een ledenloze partij die erin slaagt kamerzetels te verwerven mijns inziens op z’n minst een deel van de overheidssubsidie waar partijen mét leden momenteel aanspraak op kunnen maken. Of zo’n partij vervolgens van haar recht gebruik wil maken is een geheel andere kwestie. De wil van Wilders is niet relevant voor de kwestie van het smeden van een eerlijk systeem van partijsubsidiëring dat het beginsel van gelijke kansen voor alle politieke partijen die opereren binnen de grenzen van de wet respecteert.

Het voorstel van Ter Horst verdient naar mijn mening dus steun.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: