Rookverbod duidt volatiele politieke cultuur

door SvdL op 05/01/2011

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Rookverbod duidt volatiele politieke cultuur

Massaal drukten rokers hun peuk uit op het algehele rookverbod in de horeca – ze hadden er schijt aan. Het mislukte verbod duidt een uiterst volatiele politieke cultuur.

Het mislukken van het rookverbod hadden we in 2005 al aan kunnen zien komen. Negen procent van alle horecaondernemers deden toen vrijwillig mee aan een anti-rook convenant dat hun koepelorganisatie met Clean Air Nederland (CAN) tekende. Het bleek een papieren tijger. Vrijwilligers van CAN snuffelden ruim vijf jaar geleden ter controle in ruim zevenhonderd horecagelegenheden en trokken een wrange conclusie: stoppen met roken is moeilijk. Alleen dwang – een algeheel verbod – zou de horeca rookvrij kunnen maken.

VVD-minister Hoogervorst (Volksgezondheid) probeerde de pijn voor kroegbazen en restaurateurs nog uit te smeren, de PvdA pleitte in de Tweede Kamer in 2006, een jaar na het mislukte convenant, al voor een algeheel pafverbod. En ook VVD-voorman Rutte zag dat verbod er in 2006 komen, al was hij persoonlijk geen voorstander.

Tweederde van de horecabezoekers was het met de sociaal-democraten en liberalen eens. Dat percentage liep binnen een jaar op naar bijna driekwart van de ondervraagden. Nederland, claimden voorstanders van een rookverbod bijna ten overvloede, liep met haar rookbeleid toen al achter op Europese landen. In 2006 kenden Ierland, Spanje, Zweden en Portugal al een ‘drooglegging’. Nooit meer roken bij het uitgaan – het bleek slechts een formaliteit.

Het verbod kwam er. En toen brak de pleuris – niet toevallig een longziekte – uit. Wat maakt het mislukken van het rookverbod – veroorzaakt door zowel de burgerlijke ongehoorzaamheid als de vermoedelijke ambtelijke onwil om het keihard af te dwingen – zo succesvol? Waarom pikken we al die andere beperkingen van onze persoonlijke geneugten wel (drugs, seks, rock ‘n roll), met vergelijkbare, hoge maatschappelijke kosten, maar een verbod op het roken aan de toog niet?

Er zijn minimaal drie antwoorden op deze vraag te formuleren: dat doen we helemaal niet! We pikken ook die andere beperkingen niet en genieten er ondanks al die verboden lustig op los. Antwoord twee: het rookverbod was één stap te ver in de betutteling van de burger. Antwoord drie: de snelle capitulatie door de overheid is ingegeven door de scoringsdrift van dit flinke kabinet.

Antwoord een: natuurlijk pikken we andere inperking van ons genot ook niet. Dat het rookverbod zo succesvol wordt genegeerd en, zeg het cocaïneverbod niet, ligt aan de politieke mogelijkhedenstructuur. Daarmee bedoelen sociale wetenschappers de omstandigheden waaronder één protest heel succesvol is, terwijl andere, soortgelijke protesten blijven steken in onschadelijk gemopper.

Die structuur voor het verzet tegen een verbod was bijzonder gunstig. De tabaksindustrie steunde alle denkbare initiatieven om het rookverbod te torpederen. Koste noch moeite hebben ze bespaard om hun afzetmarkt – de kroeg – te beschermen. Dus: we pikken andere beperkingen van ons genot ook niet, alleen zijn de mogelijkheden waarmee we ons tegen die beperking verzetten minder gunstig dan de omstandigheden bij dit rookverbod.

Dat het rookverbod een stap te ver is in de betutteling van de burger, antwoord twee, is an sich geen antwoord op de vraag waarom het negeren van dat verbod zo succesvol is. Roken is aantoonbaar gevaarlijk. Voor de roker en degene naast hem of haar – weet de medische wetenschap al een tijdje. Medische inzichten beschermen ons tegen een vroegtijdige dood. Het staat overigens individuen nog steeds vrij een peukje op te steken. Zo betuttelend is het rookverbod op één plek in het publieke domein dus niet.

Blijft één antwoord over: politieke scoringsdrift van dit flinke kabinet. Als 26 procent van de mensen (die rookt) de lucht kan claimen op een meerderheid van 74 procent niet-rokers, dan is van een rationele uitkomst van een besluitvormingsproces natuurlijk geen sprake. Dan heeft dit kabinet om andere redenen gehoor gegeven aan de argumenten van een kleine meerderheid.

En dan komt betutteling van de burger toch weer om de hoek kijken: die burger is volgens dit kabinet vooral zelf verantwoordelijk. De samenleving is niet in te richten door een overheid die alles maar reguleert, burgers moeten hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Terug dus naar 2005, lijkt het. Toen maar negen procent van de ondernemers vrijwillig rokers de deur wees. In 2006 ook toen Rutte (toen nog oppositioneel lijsttrekker) eerlijk bekende persoonlijk geen voorstander van een verbod te zijn, maar inzag dat het er wel moest komen.

Sterker: toen zeventig procent van de horecabezoekers voor zo’n verbod was. En daar ligt de grootste uitdaging voor het politieke systeem: hoe moeten we een politieke cultuur duiden waarin tweederde van de ondervraagden binnen vijf jaar tijd zo fundamenteel van mening verandert? Het rookverbod is een mooie casus om op die vraag een antwoord te geven, in de hoop dat het niet in nevelen gehuld blijft.

Sebastiaan van der Lubben

{ 3 reacties… read them below or add one }

1 WvdB 06/01/2011 om 21:57

Sebastiaan,

Uit welke cijfers blijkt dat dat tweederde van de ondervraagden binnen vijf jaar tijd van mening is veranderd?

2 Kris 08/01/2011 om 05:50

Als Rutte in 2006 oppositioneel lijsttrekker was, namens welke partij zat ie dan in de Tweede Kamer(hint:Op welke datum is het kabinet Balkenende III afgetreden?)?

3 JADB 12/01/2011 om 10:12

Ik herken het beeld niet dat de horeca het rookverbod massaal zou negeren, en ik bezoek aardig wat kroegen. Op een aantal spaarzame plaatsen wordt het rookverbod inderdaad overtreden, maar dan meestal op een onzalig uur, wanneer er nog maar weinig klanten zijn, en waar op dat moment aan de aanwezigen gevraagd wordt of ze er bezwaar tegen hebben als de asbakken op tafel komen.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: