Rookverbod kleine café’s sneuvelt ook bij hof

door PWdH op 12/05/2009

in Rechtspraak

Post image for Rookverbod kleine café’s sneuvelt ook bij hof

Vandaag heeft ook het hof ‘s-Hertogenbosch het Bredase café Victoria vrijgesproken van overtreding van het rookverbod, omdat daarvoor een deugdelijke wettelijke grondslag zou ontbreken. Eerder al bleek de rechtbank Breda bereid een bijl te zetten in rookverbod in de horeca, waarover GB op dit weblog verslag deed.

Het hof begint zijn overwegingen met het standpunt van de advocaat-generaal dat de rechtbank in strijd had gehandeld met niets minder dan art. 11 van de wet Algemene Bepalingen (‘De regter moet volgens de wet regt spreken: hij mag in geen geval de innerlijke waarde of billijkheid der wet beoordelen.’) Weinig woorden heeft het nodig om met dit Franse overblijfsel af te rekenen:

Het oordeel over de innerlijke waarde en de billijkheid van een wet komt inderdaad uitsluitend toe aan de wetgever. Dit neemt evenwel niet weg dat ook aan de rechter een belangrijke rol is toebedeeld; hij moet in het bijzonder waken over de legaliteit van de regelgeving.

De (straf-)rechter, zo leert het hof, dient in het bijzonder na te gaan of ‘door straffen te handhaven uitvoeringsregelingen op de wet zijn gebaseerd en blijven binnen de door de wet gestelde kaders’.

Een schot voor de boeg, blijkt als het hof hierna het verweer van de verdediging bespreekt dat het rookverbod in strijd is met de wet en het legaliteitsbeginsel.

Anders dan eerder de rechtbank meent het hof dat dat legaliteitsbeginsel wel is geschonden. De crux is – als ik het goed begrijp – de verhouding tussen:

  • art. 10 lid 1 Tabakswet (geen hinder roken in overheidsgebouwen)
  • art. 10 lid 2 Tabakswet (rookverbod in bij amvb aangewezen categorieën van ruimten in overheidsgebouwen)
  • art. 11a lid 1 Tabakswet (werken zonder hinder van roken door anderen)
  • art. 11a lid 4 Tabakswet (art. 10 lid 1 Tabakswet ook van toepassing voor publiek toegankelijke gebouwen mits deze in bij amvb aangewezen categorie vallen)
  • art. 3 lid 1 Besluit Uitvoering (verplichting instellen rookverbod in eenmanshoreca-inrichtingen)

Volgens het hof past art. 3 van het Besluit niet op art. 11a lid 4 van de Tabakswet.

Taalkundig is het rookverbod slechts een bijzondere vorm van een maatregel die is gericht tegen hinder of overlast van roken; er zijn van die maatregelen ook andere, minder vergaande vormen denkbaar. De uit artikel 11a, vierde lid, van de Tabakswet voortvloeiende bevoegdheid om categorieën van gebouwen aan te wijzen, waar maatregelen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Tabakswet dienen te worden getroffen, biedt op zichzelf daarom onvoldoende grondslag om gebouwen aan te wijzen waar juist die ene specifieke, rigoureuze maatregel dient te worden getroffen: het instellen, aanduiden en handhaven van een rookverbod.

Art. 3 van het Besluit Uitvoering is daarom, aldus het hof, onverbindend voor zover het verplicht tot een rookverbod in horecainrichtingen zonder personeel. Blijft staan art. 10 lid 1 van de Tabakswet. Uit het feit dat café Victoria – samengevat – geen rookverbod heeft ingesteld, volgt niet dat art. 10 lid 1 van de Tabakswet aan de laars is gelapt: vrijspraak.

Er is nog wel wat meer over te zeggen, waaronder wat mij betreft in elk geval de opmerking dat het arrest niet uitblinkt in helderheid; later meer (door mij of anderen).

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: