Rookverbod voorlopig hersteld

door GB op 25/02/2010

in Grondrechten, Rechtspraak

Post image for Rookverbod voorlopig hersteld

Het rookverbod voor kleine cafés is weer van kracht; of je personeel hebt telt voorlopig niet meer mee. Dat is de conclusie van de recente uitspraak van de Hoge Raad inzake het rookverbod. De legaliteitsbeginsel-bezwaren die de gerechtshoven in Leeuwarden en Den Bosch zagen, zijn door de Hoge Raad niet over genomen. Wat doet de Hoge Raad anders dan de hoven?

Via artikel 11a lid 4 van de Tabakswet worden cafés zonder personeel verplicht om te voldoen aan de norm uit artikel 10 lid 1 Tabakswet:

1. Voor de instellingen, diensten en bedrijven die door de Staat en de openbare lichamen worden beheerd, worden door het bevoegde orgaan zodanige maatregelen getroffen, dat van de daardoor geboden voorzieningen gebruik kan worden gemaakt en de werkzaamheden daarin kunnen worden verricht zonder daarbij hinder of overlast van roken te ondervinden.

Kortom: ze moeten ‘zodanige maatregelen’ treffen dat niemand ‘hinder of overlast van het roken’ ondervindt. De Staat koos voor de meest effectieve vorm, en legde via een AMvB deze cafés een algemeen rookverbod op. Maar een bevoegdheid om ‘maatregelen’ te verplichten is nog geen bevoegdheid om rookverbod op te leggen, concludeerden de gerechtshoven. Een beetje intelligent afzuigsysteem kan niet bij voorbaat worden uitgesloten. Dat het evident de bedoeling van regering en parlement was om een rookverbod in te voeren, kan zo zijn. Maar dan hadden ze het maar beter moeten opschrijven.

Met deze redenering gaat de Hoge Raad niet akkoord. Na lid 1 komt lid 2 van artikel 10 van de Tabakswet:

2. Tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoort in ieder geval het instellen, aanduiden en handhaven van een rookverbod in ruimten […]

De leden 1 en 2 hebben volgens de Hoge Raad zoveel met elkaar te maken dat ‘het eerste lid steeds in samenhang met het tweede lid moet worden gelezen’. Het gevolg daarvan is dat als verwezen wordt naar de ‘maatregelen’  je er altijd ‘mogelijk een rookverbod’ bij moet lezen. De ‘totstandkomingsgeschiedenis’ gebruikt de Hoge Raad om te bezien of die ‘duidelijke aanknopingspunten’  bevat om tot een ander oordeel te komen. Dat is was niet het geval.

Het enige wat de Hoge Raad de klagers wil toegeven, is dat het allemaal duidelijker had gekund: ‘Dat art. 11, tweede lid, Tabakswet wel verwijst naar het tweede lid van art. 10 Tabakswet, doet hieraan niet af, ook al komt dat de duidelijkheid van de regeling als geheel wellicht niet ten goede.’ Dat vond de AG ook al: ‘Wellicht was een uitdrukkelijke verwijzing naar de eerste volzin van het tweede lid van artikel 10 Tw de duidelijkheid ten goede gekomen, maar zo genuanceerd klaagt het middel niet.’ Maar ook de AG vindt dat je in lid 2 het ‘rookverbod’ als een mogelijke maatregel van lid 1 moet lezen. Wanneer de bevoegdheid bestaat om maatregelen te eisen, bestaat dan dus mogelijkheid om een rookverbod te verplichten. Het lijkt, alsof de Hoge Raad niet wil scherpslijpen tegenover een dermate duidelijke bedoeling van (samenstellende delen van) de formele wetgever. Anderzijds reikt hij de minister ook een argument aan om zijn aangekondigde reparatiewetgeving door te zetten: het had duidelijker kunnen worden opgeschreven.

De zaak is terugverwezen naar een ander hof. De advocaten hebben al aangekondigd zich ook weer op hun inhoudelijke argument te gaan beroepen: cafes zonder personeel worden op een ongerechtvaardigde ongelijke manier behandeld ten opzichte van zaken met personeel. Zaken met personeel hebben bijvoorbeeld meer mogelijkheden om een rookruimte aan te leggen. En ook op dit punt wankelt de juridische constructie van de Tabakswet.  Eigenaren van kroegen met personeel zijn namelijk op zichzelf niet verplicht om een rookverbod in te stellen, (zoals kroegen zonder personeel nu wel zijn) maar om ervoor te zorgen dat hun personeel geen last heeft van de rook. (artikel 11a lid 1 Tw) Als het personeel achter de bar staat, dan zal de eigenaar iets moeten doen wat op een rookverbod lijkt. Maar als het personeel nu eens niet achter de bar staat? Als het personeel van een kroegbaas nu eens iemand is die ’s avonds klanten thuis brengt (de om onduidelijke redenen te einig aangeboden Ik-weet-wel-waar-je-woont-service), dan is heel goed denkbaar dat in de auto niet gerookt mag worden.  De kroegbaas heeft er dan voor gezorgd dat zijn personeel rookvrij werkt, en zelf kan hij rustig achter de bar blijven paffen. Of simpeler: neem je partner in dienst, laat die in een rookvrije ruimte de belastingaangifte verzorgen en rook aan de bar lekker verder.

De Hoge Raad zal zich wellicht nog eens vaker over de Tabakswet moeten buigen.

{ 4 reacties… read them below or add one }

1 JF 27/02/2010 om 23:21

Wat een aanmatigend commentaar. Enig inzicht bij de auteur in de tabakswet ontbreekt. Weinig respect ook voor de HR.

2 GB 28/02/2010 om 10:06

Ik krabbel graag terug. Geef ook zonder meer toe dat ik weinig van de Tabakswet weet. Maar het punt over respect voor de HR, dat doorzie ik niet onmiddelijk.

3 NvdP 01/03/2010 om 18:32

Anders dan JF ben ik wel te spreken over de inhoud van het commentaar.

Wat betreft de vorm merk ‘muggenzift’ ik toch even.

‘De zaak is terugverwezen naar een ander hof’ klopt niet helemaal. De Hoge Raad ‘wijst terug’ of ‘verwijst’. Hoewel uit de rest van de zin blijkt dat we hier ‘verwezen’ moeten lezen, stip ik deze schoonheidsfout als kritische rechtenstudent toch even aan.

4 PJT 02/03/2010 om 11:19

Ik neem aan dat GB zijn tentamens aan, als ik het goed heb, de Leidse universiteit met goed gevolg heeft afgelegd, en ik zie het nut er niet van in om zijn teksten quasi van een cijfer te voorzien. Wat mij betreft was het een heldere bijdrage. Als mijnheer B (die wij natuurlijk niet mogen verwarren met andere anonieme B’s) blijk geeft van een ontstellend gebrek aan inzicht in de Tabakswet, dan lees ik graag op welke inhoudelijke punten zijn commentaar kritiek verdient. Datzelfde geldt voor zijn houding ten aanzien van de Hoge Raad.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: